<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:9061</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-19T17:01:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.10113</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9061">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9061</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-19T17:00:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:9061 Rechtbank Den Haag , 15-07-2021 / NL21.10113</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:9061:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel. Verweerder heeft de asielaanvraag n-o verklaard omdat Zuid-Afrika als veilig derde land wordt aangemerkt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet meer tot Zuid-Afrika zal worden toegelaten. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:9061:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.10113</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A. Hanna),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C. van der Zijde).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 18 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 12 juli 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen P. Ghosh. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1993 en van Bengalese nationaliteit te zijn.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat Zuid-Afrika voor hem als veilig derde land wordt beschouwd. Volgens verweerder heeft eiser een band met Zuid-Afrika omdat hij daar gedurende twee jaar heeft gewoond en gewerkt en in bezit is geweest van een tijdelijke vergunning tot verblijf.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vinden eiser en verweerder in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat hij niet opnieuw zal worden toegelaten tot Zuid-Afrika. Hij heeft een email van de Zuid-Afrikaanse ambassade overgelegd waarin staat dat hij geen status of verblijfsdocument heeft waarmee hij Zuid-Afrika kan binnenkomen. Ook staat daarin dat hij in bezit is geweest van een frauduleus grensoverschrijdingsdocument wat nog door de Zuid-Afrikaanse autoriteiten wordt onderzocht. Verder staat in de email dat hij op de ‘V-list’ zal worden geregistreerd en dat de ambassade nog in afwachting is van een vingerafdruk verificatie. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat Zuid-Afrika als veilig derde land voor eiser kan worden aangemerkt. Niet is gebleken dat eiser niet opnieuw tot Zuid-Afrika zal worden toegelaten. De email van de ambassade is onvoldoende duidelijk voor een ander oordeel. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eiser heeft verzocht de zienswijze als letterlijk herhaald en ingelast te beschouwen. Verweerder heeft in het bestreden besluit op die zienswijze gereageerd. Voor zover eiser in beroep niet heeft aangegeven waarom de reactie van verweerder tekortschiet, kan de beroepsgrond reeds hierom niet slagen.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank overweegt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet (meer) tot Zuid-Afrika wordt toegelaten. Daarbij acht de rechtbank van belang dat eiser eerder tot Zuid-Afrika is toegelaten, dat hij daar twee jaar heeft verbleven en in het bezit is geweest van tijdelijke verblijfsvergunningen. De rechtbank ziet in de overgelegde email onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat eiser niet opnieuw tot Zuid-Afrika zal worden toegelaten en daar asiel kan aanvragen. Uit de email van de ambassade volgt weliswaar dat hij op dit moment niet in bezit is van een status of verblijfsvergunning waarmee hij zal worden toegelaten, maar hieruit volgt niet dat hij dit niet opnieuw zou kunnen verkrijgen. Eiser heeft zijn stelling dat hij niet in bezit zal worden gesteld van een laissez-passer niet onderbouwd. Ook staat in de email niet dat hij vanwege het valse paspoort niet meer tot Zuid-Afrika wordt toegelaten, zoals ter zitting door eiser is betoogd.  </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank ziet geen aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van nadere informatie van de Zuid-Afrikaanse ambassade. De rechtbank overweegt dat de email van de ambassade en de toelichting van eiser onvoldoende concreet zijn om de zaak voor aan te houden. Ter zitting is gebleken dat het niet duidelijk is of eiser überhaupt in het bezit is geweest van een vals paspoort. Bovendien heeft eiser op geen enkele manier duidelijk kunnen maken wat de consequenties kunnen zijn van het gebruik van een vals paspoort of wat de betekenis is van een eventuele registratie op de ‘V-list’. Verder is het evenmin duidelijk welk onderzoek verricht moet worden, door wie dat onderzoek wordt uitgevoerd, hoe lang dat zal duren en welke betekenis dit kan hebben voor het antwoord op de vraag of eiser tot Zuid-Afrika zal worden toegelaten. Ook heeft eiser niet duidelijk gemaakt wat de vingerafdruk verificatie inhoudt. </para>
    <para />
    <para>8. Gelet op het voorgaande komt eiser niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
    <para />
    <para>9. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid vanmr. F.E.J. Valk, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>