<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:8560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-04T10:30:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 21/160</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:8560">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:8560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-04T10:29:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:8560 Rechtbank Den Haag , 15-04-2021 / AWB 21/160</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:8560:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>PKV (8:75a Awb). Verwijzing verweerder jurisprudentie rechters in eerste aanleg bij herleving Rva-verstrekking. Gewjzigd standpunt ander bestuursorgaan kan eiser niet worden aangerekend. Recht om beroep in te stellen. Verwijzing naar jurisprudentie hoogste bestuursrechters.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:8560:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 21/00160</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, [V-Nummer] , geboren op [geboortedatum] 1978, van Ghanese nationaliteit, eiser,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J. van Koesveld),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het Bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 11 januari 2021 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het besluit van verweerder van 6 januari 2021 (het bestreden besluit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 januari 2021 heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 10 februari 2021 een verweerschrift ingediend. Eiser heeft op <?linebreak?>15 februari 2021 op het verweerschrift gereageerd. Verweerder heeft op 3 maart 2021 een zienswijze ingezonden op de reactie van eiser. Eiser heeft op 8 maart 2021 op verweerders zienswijze gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in bezwaar en beroep.<footnote-ref linkend="_199f7596-b8e1-4fcd-baa9-9466e3fffea6" /> De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is kennelijk gegrond.<footnote-ref linkend="_cd9b0815-5a36-42ce-9483-542f869ca480" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunten </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder niet aan het beroep is tegemoetgekomen. Het herleven van het recht op Rva-verstrekkingen vindt zijn grondslag in een omstandigheid die is opgekomen na het besluit van de staatssecretaris. Door de latere besluitvorming door de staatssecretaris is een nieuw recht op (voortzetting) van de Rva-verstrekkingen ontstaan. Verweerder heeft verwezen naar vaste jurisprudentie.<footnote-ref linkend="_97efd675-61be-4aeb-819f-74a0e9f6c995" /> Het verzoek om vergoeding van de proceskosten moet worden afgewezen. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser heeft aangevoerd dat sprake was van een bijzondere omstandigheid die voortduring van de opvang wel degelijk rechtvaardigt. Eiser zou in het midden van de winter op straat komen te staan. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft betwist dat eiser zomaar op straat zou komen te staan. Er had in dat geval een ontruimingsprocedure moeten worden opgestart waarbij een uitspraak van de civiele rechter nodig was om tot ontruiming over te gaan. </para>
    <para />
    <para>5. Eiser heeft in reactie op verweerders standpunt kanttekeningen geplaatst bij de mogelijkheden die hij heeft in de civiele procedure. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. De staatsecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: de staatssecretaris) heeft bij besluit van 11 november 2020 beslist dat de aanvraag van eiser voor uitstel van vertrek buiten behandeling wordt gesteld.<footnote-ref linkend="_9e7edd5a-e076-4d06-8d4b-107caa6256a7" /><footnote-ref linkend="_6da9469c-6b3f-450e-9d18-5d1b602d35b2" /> Verweerder heeft bij het bestreden besluit eiser om die reden bericht dat de Rva-verstrekkingen worden beëindigd.<footnote-ref linkend="_4b07bbd8-c244-41eb-802e-93805764c1b3" /> Eiser heeft het beroep ingetrokken nadat de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid bij beslissing op bezwaar van 12 januari 2021 heeft beslist dat alsnog uitstel van vertrek wordt verleend tot 13 november 2021.  </para>
    <para />
    <para>7. Verweerder heeft zijn standpunt ten tijde van het bestreden besluit weliswaar gebaseerd op de toen bekende gegevens van de staatssecretaris, maar nu deze met de beslissing op bezwaar van 12 januari 2021 achteraf zijn herzien, kan dit eiser niet worden tegengeworpen. Eiser kan evenmin worden verweten gebruik te hebben gemaakt van zijn recht om rechtsmiddelen aan te wenden. De rechtbank verwijst hierbij naar jurisprudentie van de hogerberoepscolleges.<footnote-ref linkend="_09846f91-e7d0-4abd-8ecb-c960e2166d05" /> De rechtbank overweegt hierbij in dit kader dat de enkele omstandigheid dat het bestuursorgaan geen enkel verwijt treft met betrekking tot het later onjuist geacht en niet gehandhaafde besluit geen reden is om een proceskostenveroordeling achterwege te laten. Uit het voorgaande blijkt dat deze rechtbank de door verweerder gestelde vaste jurisprudentie niet volgt.<footnote-ref linkend="_485f19aa-d95e-4d69-aa66-81c8026e87aa" /></para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De hoogte wordt forfaitair vastgesteld op € 534,- als kosten van verleende rechtsbijstand.<footnote-ref linkend="_09b9c409-8128-480c-8f33-fa20bd105b37" /></para>
    <para />
    <para>9. Er is geen griffierecht geheven.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van <?linebreak?>€ 534,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.C. Langendoen, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>15 april 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier		</para>
      <para>					rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: B</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_199f7596-b8e1-4fcd-baa9-9466e3fffea6" label="1">
    <para> 	onder toepassing van de artikelen 7:15, tweede lid, en 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet </para>
    <para>	bestuursrecht (Awb)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cd9b0815-5a36-42ce-9483-542f869ca480" label="2">
    <para> 	onder toepassing van artikel 8:54, eerste lid, Awb op grond van artikel 8:75a, derde lid, Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_97efd675-61be-4aeb-819f-74a0e9f6c995" label="3">
    <para> 	ECLI:NL:RVS:2013:2910 (vindplaats ECLI:NL:RVS:2013:676), een uitspraak van deze rechtbank </para>
    <para>	(zittingsplaats Arnhem) inzake AWB 20/5993 en (zittingsplaats Roermond) AWB 20/4692</para>
    <para> 	op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e7edd5a-e076-4d06-8d4b-107caa6256a7" label="4">
    <para> 	op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6da9469c-6b3f-450e-9d18-5d1b602d35b2" label="5">
    <para> 	verweerder heeft als besluitdatum 13 november 2019 vermeld, bedoeld zal zijn 11 november 2020</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4b07bbd8-c244-41eb-802e-93805764c1b3" label="6">
    <para> 	Rva staat voor Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005</para>
  </footnote>
  <footnote id="_09846f91-e7d0-4abd-8ecb-c960e2166d05" label="7">
    <para> 	zie onder meer uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 6 januari 2006 en 14 december 2012 </para>
    <para>	(LJN: AV9306 en ECLI:NL:CRVB:2012:BY6374 en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad </para>
    <para>	van State van 24 februari 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BW2713)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_485f19aa-d95e-4d69-aa66-81c8026e87aa" label="8">
    <para> 	de uitspraak AWB 20/4692 gaat over een nieuwe aanvraag, de twee andere uitspraken zijn niet in de </para>
    <para>	lijn van andere uitspraken van de ABRS (en de CRvB)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_09b9c409-8128-480c-8f33-fa20bd105b37" label="9">
    <para> 	onder toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt berekend: 1 punt voor het </para>
    <para>	beroepschrift x factor 1 x € 534,-</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>