<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:8322</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-15T11:18:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96/271381-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:8322">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:8322</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-30T09:22:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:8322 Rechtbank Den Haag , 30-07-2021 / 96/271381-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:8322:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rijden op elektrische step. Bekennende verdachte. Elektrische step niet krachtens artikel 21, eerste lid, Wegenverkeerwet1994 (oud) – zoals die wet op 18 september 2019 luidde ¬– aangewezen als voertuig dat moet zijn goedgekeurd voor toelating op de weg; geen ministeriële regeling. Rijden niet strafbaar op grond van art. 33 WVW1994 (oud). Ontslag van rechtsvervolging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:8322:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team Kanton</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Kantonrechter</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummers	96/271381-19</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 30 juli 2021</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tegenspraak</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kantonrechter te Den Haag heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte]
    </title>
    <parablock>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,</para>
      <para>	[adres] </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De terechtzitting</title>
    <para>Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 16 juli 2021.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is verschenen en gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. A. Kooij, heeft gerekwireerd tot vernietiging van de strafbeschikking en tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 200,-, subsidiair 4 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbeschikking</title>
    <para>Bij strafbeschikking van 21 november 2019 is verdachte een geldboete van € 380,- opgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft daartegen tijdig en bevoegdelijk verzet gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter zal de strafbeschikking vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging<?linebreak?>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 18 september 2019 te 's-Gravenhage, op de weg, de [straatnaam], als bestuurder heeft gereden met een voertuig, te weten een electrische step, dat ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 diende te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg, terwijl dat voertuig niet was goedgekeurd voor<?linebreak?>toelating tot het verkeer op de weg.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
      <para>De kantonrechter grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft het bewezenverklaarde bekend en nadien niet anders verklaard. Er is geen vrijspraak bepleit. De kantonrechter volstaat met een opgave van de bewijsmiddelen, als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verklaring van de verdachte ter terechtzitting;  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van 6 december 2019 met opsporingsinstantienummer PL1522 en bonnummer 180920191713109650, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegd opsporingsambtenaar ([naam opsporingsambtenaar], brigadier).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bewezenverklaring</title>
    <para>Door de inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen heeft de kantonrechter de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op 18 september 2019 te 's-Gravenhage, op de weg, de [straatnaam], als bestuurder heeft gereden met een voertuig, te weten een elektrische step, terwijl dat voertuig niet was goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde </title>
    <para>De tenlastelegging is gebaseerd op artikel 33, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals het gold op 18 september 2019. De bepalingen uit die wet, zoals die toen luidden, zullen worden aangeduid als WVW1994 (oud).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Art. 33, eerste lid, WVW1994 (oud) luidde:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is de eigenaar of houder van een voertuig dat ingevolge artikel 21, eerste lid (https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2019-07-01/), dient te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg verboden dit voertuig te laten staan op de weg of daarmee over de weg te rijden alsmede de bestuurder daarmee over de weg te laten rijden, indien het voertuig niet is goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 21, eerste lid, WVW1994 (oud) luidde:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers dienen te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Regeling voertuigen, zoals die luidde op 18 september 2019 (hierna: Regeling voertuigen (oud)), vond haar wettelijke basis in onder andere artikel 21, eerste lid, WVW1994 (oud).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De eerste twee leden van artikel 3.1, eerste en tweede lid, Regeling voertuigen (oud), uit het hoofdstuk Toelating op de weg, luidden:</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">1 Voertuigen van de voertuigcategorieën L, M, N, O, T, C, R en S, alsmede systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers die voor deze voertuigen zijn ontworpen en gebouwd, moeten zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg.</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">2 Het eerste lid is niet van toepassing op bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, van de wet (https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&amp;artikel=1&amp;g=2019-09-18&amp;z=2021-07-28).</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, WVW1994 (oud) luidde:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een motorrijtuig als bedoeld in artikel 20b (https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2019-07-01/)</emphasis>
      </para>
      <para>terwijl artikel 20b WVW194 (oud) luidde – voor zover relevant:</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">1. […] een motorrijtuig met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 25 km/h, uitgerust met […]een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW […]</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het heeft er, gezien de foto’s van het voertuig in het dossier, de schijn van dat een elektrische step een lage maximum constructiesnelheid en een elektromotor met een zeer beperkt vermogen heeft. Informatie daarover bevat het dossier echter niet. Onvoldoende duidelijk is of de elektrische step onder de uitzondering van artikel 3.1, tweede lid, van de Regeling voertuigen (oud) valt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom moet (alsnog) beoordeeld worden of de elektrische step in de voertuigcategorie L, M, N, O, T, C, R of S valt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de definities van artikel 1.1 Regeling voertuigen (oud) worden die categorieën gevonden in verordening (EU) 167/2013 (categorieën C, R, S en T), in verordening (EU) 168/2013 (categorie L) en in bijlage II bij richtlijn 2007/46/EG (categorieën M, N, en O), alle nader aangeduid in artikel 1.2 van de Regeling voertuigen (oud).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kort gezegd ziet voertuigcategorie C op trekkers op rupsbanden, categorie R op aanhangwagens, categorie S op verwisselbare getrokken uitrustingsstukken en categorie T op trekkers. </para>
      <para>Over voertuigcategorie L: verordening (EU) 168/2013 is blijkens haar artikel 2 onder j niet van toepassing op voertuigen die niet met ten minste één zitplaats zijn uitgerust. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zijn step geen zitplaats heeft. </para>
      <para>De categorieën M en N zien op motorvoertuigen met ten minste vier wielen, categorie O op aanhangwagens en opleggers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De elektrische step, die blijkens de foto’s in het dossier twee wielen heeft, valt dan ook niet in een van de categorieën genoemd in artikel 3.1, eerste lid, Regeling voertuigen (oud).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de Regeling voertuigen (oud) heeft de kantonrechter geen andere aangewezen categorieën gevonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft desgevraagd verklaard geen andere regelingen te kennen waarbij de elektrische step was aangewezen als bedoeld in artikel 21, eerste lid, WVW1994 (oud). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat de elektrische step niet een voertuig was dat diende te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg, kan het bewezenverklaarde niet worden gekwalificeerd als overtreding van art. 33 WVW1994 (oud). Andere mogelijk toepasselijke verbods- of strafbepalingen, zoals het huidige artikel 20h van de Wegenverkeerswet1994, hield de WVW1994 (oud) niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert geen strafbaar feit op. De kantonrechter zal verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de strafbeschikking van 21 november 2019;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr G.H.M. Smelt,	kantonrechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van S.A.M.M. Schafrat,	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>