<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:8208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-28T11:17:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.3412</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:8208">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:8208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-28T11:16:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:8208 Rechtbank Den Haag , 22-07-2021 / NL21.3412</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:8208:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mvv nareis – identiteit niet aannemelijk – familierechtelijke relatie niet aannemelijk – verbroken gezinsband – klemmende redenen van humanitaire aard – ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:8208:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.3412</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiseres], eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.H. Steenbergen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 15 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de weigering om haar een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis te verlenen kennelijk ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2021 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens waren [naam referente] (referente) en G.M.A. Al-Harbia</para>
      <para>(tolk) aanwezig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te bezitten. Zij stelt verder de dochter te zijn van referente. Referente is in het bezit van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Ten behoeve van het verblijf van eiseres in Nederland heeft referente een mvv in het kader van nareis aangevraagd. Deze aanvraag heeft verweerder bij besluit van 5 januari 2020 (het primaire besluit) afgewezen.</para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit kennelijk ongegrond verklaard. Daartoe heeft verweerder overwogen dat de identiteit van eiseres niet is aangetoond, omdat de geboortedatum en geboorteplaats die vermeld staan in het familieboekje niet overeenkomen met de gegevens op de kopie van het paspoort van eiseres. Ook de familierechtelijke relatie is niet aangetoond, omdat wegens inhoudelijke onjuistheden geen waarde wordt gehecht aan het familieboekje. Tot slot heeft verweerder overwogen dat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referente is verbroken en dat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. </para>
    <para />
    <para>3. Op wat eiseres daartegen aanvoert, wordt hierna ingegaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Identiteit </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Verweerder heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiseres haar identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Daartoe is van belang dat de op de kopie van het paspoort van eiseres vermelde geboortedatum en -plaats niet overeenstemmen met de gegevens die in het familieboekje staan vermeld. Op het paspoort van eiseres staat vermeld dat zij is geboren op [geboortedatum] te Aleppo. Het familieboekje heeft eiseres drie keer laten vertalen, waarvan twee keer door een beëdigd vertaler. Uit deze vertalingen blijkt dat in het familieboekje staat echter vermeld dat eiseres is geboren op [geboortedatum] te Marata. Gelet hierop heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat er sprake is van een contra-indicatie en om die reden de kopie van het paspoort onvoldoende kunnen achten voor het kunnen vaststellen van de identiteit van eiseres. De enkele niet onderbouwde stelling dat de gegevens uit het familieboekje onjuist zijn overgenomen door de ambassademedewerker die in Turkije het paspoort heeft afgegeven, volgt de rechtbank niet. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Familierechtelijke relatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Nu de identiteit van eiseres niet aannemelijk is gemaakt, kan ook de familierechtelijke relatie tussen eiseres en referente niet worden vastgesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feitelijke gezinsband</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Verweerder heeft overwogen dat de aanvraag, zelfs in het geval waarin wel van de gestelde identiteit en familierechtelijke relatie wordt uitgegaan, niet voor inwilliging in aanmerking komt omdat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referente is verbroken. Uit artikel 29, tweede lid, van de Vw<footnote-ref linkend="_0ec37a49-f02b-4330-91ff-63e336db45bc" /> volgt dat verweerder beoordeelt of eiseres tot het gezin van referente behoorde op het moment waarop referente Nederland is binnengekomen. Uit het beleid van verweerder dat gold ten tijde van het bestreden besluit, neergelegd in paragraaf C2/4.1 van de Vc<footnote-ref linkend="_34c0a67c-de3c-446d-a54e-ea951bcb50c4" />, blijkt dat de aanwezigheid van een of meer contra-indicaties kan leiden tot de conclusie dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Deze contra-indicaties zijn dat het kind zelfstandig woont, voorziet in eigen onderhoud, een huwelijk of een relatie is aangegaan, of belast is met de zorg voor een buitenechtelijk kind. </para>
    <para />
    <para>7. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referente is verbroken. Verweerder heeft daarbij niet ten onrechte betrokken dat eiseres gehuwd was, belast is met de zorg voor haar kind dat uit het huwelijk is geboren en dat zij zelfstandig woont in Irak. Het betoog van eiseres dat het huwelijk slechts een religieus huwelijk betrof, leidt niet tot een andere conclusie. Voor zover een religieus huwelijk niet kan worden aangemerkt als een huwelijk, is sprake van de contra-indicaties dat eiseres in ieder geval een relatie is aangegaan en belast is met de zorg voor een (in dat geval:) buitenechtelijk kind. De stelling dat het huwelijk van eiseres reeds ontbonden was op het moment dat referente Nederland is binnengekomen, is niet onderbouwd en laat eveneens onverlet dat eiseres belast is met de zorg voor haar kind. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om het beroep aan te houden in afwachting van de beantwoording van de door het EHRM<footnote-ref linkend="_f3ef9254-cb15-46bb-9e54-d1f3931d0e06" /> aan Nederland gestelde vragen in de zaak Mude en Mohamed Hussein tegen Nederland<footnote-ref linkend="_e4919eed-fc9e-454e-a303-9f5bd8861eb6" />.</para>
    <para />
    <para>8. Het beroep op de uitspraken van de Afdeling van 23 augustus 2019<footnote-ref linkend="_4f5f36fb-0f83-418f-bc1b-76e4cfe979c0" /> en 9 december 2019<footnote-ref linkend="_1ab7449e-dfce-4aaf-b30d-e0cf42ca132c" />slaagt niet. Uit deze uitspraken volgt dat in gevallen waarin een vreemdeling noodgedwongen zelfstandig woont deze contra-indicatie op zichzelf niet leidt tot de conclusie dat de vreemdeling niet langer tot het gezin behoort. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de vreemdeling zelfstandig is gaan wonen als gevolg van de vlucht van de ouders naar Nederland. Van een dergelijke omstandigheid is in het geval van eiseres niet gebleken.  </para>
    <para />
    <para>9. Eiseres wordt niet gevolgd in haar subsidiaire beroepsgrond dat de gezinsband reeds is hersteld. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt namelijk dat een  eenmaal verbroken gezinsband niet kan worden hersteld<footnote-ref linkend="_187d98cb-7064-4e40-aef2-fdb0ca2cb41f" />. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8 van het EVRM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>10. Het beroep op artikel 8 van het EVRM<footnote-ref linkend="_ae6cb3d7-9884-44b1-9fad-433504fb5f61" /> slaagt niet. Artikel 29, tweede lid, van de Vw biedt geen ruimte voor een verdere afweging in het kader van artikel 8 van het EVRM dan de afweging die daarin al besloten ligt. Voor de toetsing aan artikel 8 van het EVRM mag verweerder verwijzen naar een afzonderlijke (reguliere) procedure. Dit volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 november 2018<footnote-ref linkend="_05bc8eb7-e82a-411b-b104-2dccef9207e1" />.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Klemmende redenen van humanitaire aard</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>11. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiseres in de besluitvormingsfase niet met documenten heeft onderbouwd waarom er sprake zou zijn van klemmende redenen van humanitaire aard die nopen tot het verlenen van de mvv. De in beroep geciteerde rapportage van de UNHCR over de algemene situatie van <emphasis role="italic">internally displaced persons</emphasis> in Irak is voorts onvoldoende voor de conclusie dat sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard. Deze rapportage is algemeen van aard en niet gesteld of gebleken is dat eiseres te maken heeft of zal krijgen met de in deze rapportage vermelde problematiek. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>12. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0ec37a49-f02b-4330-91ff-63e336db45bc" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_34c0a67c-de3c-446d-a54e-ea951bcb50c4" label="2">
    <para> Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f3ef9254-cb15-46bb-9e54-d1f3931d0e06" label="3">
    <para> Europees Hof voor de Rechten van de Mens.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e4919eed-fc9e-454e-a303-9f5bd8861eb6" label="4">
    <para> Zaaknummer 47878/20.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4f5f36fb-0f83-418f-bc1b-76e4cfe979c0" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2019:2863.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ab7449e-dfce-4aaf-b30d-e0cf42ca132c" label="6">
    <para> ECLI:NL:RVS:2019:4122.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_187d98cb-7064-4e40-aef2-fdb0ca2cb41f" label="7">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 9 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3067.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae6cb3d7-9884-44b1-9fad-433504fb5f61" label="8">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05bc8eb7-e82a-411b-b104-2dccef9207e1" label="9">
    <para> ECLI:EU:C:2018:877.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>