<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:8207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-28T10:58:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.5466</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:8207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:8207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-28T10:57:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:8207 Rechtbank Den Haag , 22-07-2021 / NL21.5466</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:8207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Slovenië. Einduitspraak na tussenuitspraak. Gebrek niet hersteld. Beroep gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:8207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.5466</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A. Heida),</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder (gemachtigde: mr. E. Sweerts).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 9 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 22 april 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen T. Ogbamichael.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenuitspraak van 25 mei 2021 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak of plaatsing in het digitale dossier, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak schriftelijk verklaard gebruik te zullen maken van de gelegenheid het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Verweerder heeft desondanks geen herstelpoging gedaan binnen de daartoe gestelde termijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en vervolgens het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat het verzoek van Nederland aan Duitsland om eiseres terug te nemen onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat verweerder aanleiding had moeten zien het gestelde huwelijk van eiser nader te onderzoeken. Omdat verweerder dat niet heeft gedaan is het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid en is verweerder gelegenheid geboden tot herstel van dit gebrek.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid het zorgvuldigheidsgebrek in het bestreden besluit te herstellen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de asielaanvraag wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb1 niet in behandeling is genomen. Verweerder moet daarom een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak en de tussenuitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak.</para>
    <para />
    <para>4. Over het subsidiaire beroep van eiser, gestoeld op het standpunt dat bij Slovenië niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, is reeds geoordeeld dat dit niet slaagt. Voor de motivering hiervan verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.</para>
    <para />
    <para>5. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Bpb2 als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2.0 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van</para>
    <para>€ 748,- en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 748,-), bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 1.496,-.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij in strijd is gehandeld met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.496,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="eb556569-0af8-42c9-801a-6dbcc3d48ac4" depth="1" width="192" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para>2 Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="80aaf814-4f2a-4a98-87d0-3d1bfba5b0a8" depth="83" width="252" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Documentcode: DSR15985635</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kunt een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>