<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:6880</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-11T10:42:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/606794 / FA RK 21-698</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6880">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6880</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-11T10:38:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:6880 Rechtbank Den Haag , 22-06-2021 / C/09/606794 / FA RK 21-698</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:6880:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorzieningenprocedure. De vrouw is niet-ontvankelijk in haar verzoek om voorlopige partneralimentatie, omdat zij niet bevoegd is zelf te procederen vanwege haar bewind. Ze krijgt nog de tijd zich uit te laten over het verzoek ten aanzien van het gebruik van de woning.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:6880:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 21-698</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/606794</para>
    <para>Datum beschikking: 22 juni 2021</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Voorlopige voorzieningen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 1 februari 2021 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [X] , </title>
    <parablock>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. H.E.M. Davidson te Alphen aan den Rijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [Y] , </title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink te Alphen aan den Rijn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift tevens verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier met bijlagen van 8 maart 2021 van de zijde van de vrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier met bijlagen van 11 maart 2021 van de zijde van de vrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier met bijlage van 11 maart 2021 van de zijde van de man. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 maart 2021 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld via videoverbinding (<emphasis role="italic">Skype for Business</emphasis>). Hierbij zijn partijen, bijgestaan door hun advocaten, verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de terechtzitting zijn de volgende stukken ontvangen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het F4-formulier van 2 april 2021 van de zijde van de vrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F4-formulier van 5 mei 2021 van de zijde van de vrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier van 27 mei 2021 met als bijlage het machtigingsverzoek van de<?linebreak?> 	kantonrechter van de zijde van de vrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier van 31 mei 2021 van de zijde van de man;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier van 2 juni 2021 van de zijde van de vrouw.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:</para>
    <para>- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [woonplaats] , aan de [adres] , met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;</para>
    <para>- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 1.254 bruto per maand wordt vastgesteld, dan wel een zodanige bijdrage als de rechtbank in goede justitie vaststelt, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen,;</para>
    <para>met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de man zelfstandig te bepalen dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [woonplaats] met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum huwelijk] 1993 te [gemeente] .</para>
    <para>- Zij zijn de ouders van de volgende thans meerderjarige kinderen:</para>
    <parablock>
      <para>		- [meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 1996 te [geboorteplaats 1] ,</para>
      <para>		- [meerderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1998 te [geboorteplaats 2] (hierna:<?linebreak?> 		[voornaam meerderjarige] ).</para>
    </parablock>
    <para>- [voornaam meerderjarige] verblijft bij de vrouw. </para>
    <para>- Bij afzonderlijke beschikkingen van [rechtbank 1] </para>
    <parablock>
      <para>              , van [beschikkingsdatum] 2013 zijn zowel alle goederen die (zullen) toebehoren aan </para>
      <para>             de vrouw als alle goederen die (zullen) toebehoren aan de man onder bewind gesteld </para>
      <para>             en is de [bewindvoerder] met betrekking tot beide partijen tot bewindvoerder </para>
      <para>             benoemd.  </para>
    </parablock>
    <para>- Op 24 maart 2021 heeft de bewindvoerder van mevrouw [X] , de [bewindvoerder] , aan de kantonrechter “<emphasis role="italic">diverse machtigingsverzoeken</emphasis>” gedaan onder de vermelding “Toestemming procederen” en als reden van het verzoek vermeld: “<emphasis role="italic">Graag wil ik toestemming vragen voor de procedure van echtscheiding + bijbehorende nevenactiviteiten</emphasis>”. Op [datum beschikking] 2021 heeft de kantonrechter in de rechtbank [rechtbank 2] , “<emphasis role="italic">machtiging zoals verzocht</emphasis>” verleend.  </para>
    <para>- Op 31 mei 2021 heeft de bewindvoerder aan de advocaat van de vrouw gemaild: “<emphasis role="italic">Ik kan en mag daarvoor [naar de rechtbank begrijpt: de mogelijkheid voor de heer [Y] voor het betalen van partneralimentatie aan mevrouw [X] ] geen machtiging afgeven. Dat moet de rechter doen. Deze machtiging volstaat dus ook.”</emphasis></para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Ingevolge artikel 1:441, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) vertegenwoordigt de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte. Zie ook Hoge Raad 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525). De taak van de bewindvoerder is in ieder geval het beheer van de financiën van partijen. Gelet op de aard van de verzochte voorlopige voorzieningen wordt vooralsnog aangenomen dat de vrouw en de man zelf in rechte kunnen verschijnen met betrekking tot het verzoek tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke huurwoning en de inboedel. Dit verzoek kan dus in behandeling worden genomen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit is evenwel anders voor wat betreft de door de vrouw jegens de man verzochte partneralimentatie. Met het Gerechtshof Leeuwarden van 26 augustus 2005 (ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1865) is de rechtbank van oordeel dat een beslissing inzake de partneralimentatie het onder bewind gestelde vermogen raakt. In dit geval doet zich bovendien de bijzonderheid voor dat beide partijen onder bewind zijn gesteld en zij dezelfde bewindvoerder hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het verzoek van de vrouw haar onder bewind gestelde vermogen raakt, is zij niet bevoegd om zelf te procederen. Zij kan dus niet in het door haar gedane verzoek om een voorlopige partneralimentatie worden ontvangen, tenzij de bewindvoerder in haar plaats als verzoeker optreedt in de onderhavige procedure en haar verzoek overneemt. Dat kan op informele wijze, ook per brief. Hoewel de bewindvoerder daar wel toe in de gelegenheid is geweest, is dit niet gebeurd. Uit de email van de bewindvoerder kan ook niet worden afgeleid dat zij bereid is de procedure over te nemen. Overigens had de procedure in zoverre bovendien tegen de bewindvoerder van de man moeten worden ingediend, en niet tegen de man zelf, nu de vrouw er ten tijde van de indiening van het verzoek mee bekend was dat de man ook onder bewind was gesteld. Ook dit is niet gebeurd. Dit betekent dat de vrouw in het verzoek om een voorlopige partneralimentatie niet-ontvankelijk zal worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het laatste F9-formulier is namens de man aangevoerd dat de vrouw met de zoon van partijen inmiddels een andere woning heeft betrokken. De rechtbank verzoekt de vrouw zich binnen een week na heden, uiterlijk op 6 juli 2021, erover uit te laten of deze mededeling juist is en, zo ja, of en in hoeverre zij dan haar verzoek met betrekking tot de woning handhaaft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man krijgt aansluitend één week, te weten tot en met 13 juli 2021, de gelegenheid om daarop te reageren. Vervolgens zal een eindbeschikking volgen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek om een voorlopige partneralimentatie vast te stellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>draagt de vrouw op zich uiterlijk op 6 juli 2021 kort schriftelijk uit te laten over hetgeen hiervoor betreffende de woning is weergegeven, waarop de man uiterlijk op 13 juli 2021 kort schriftelijk mag reageren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing <emphasis role="bold">ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke huurwoning </emphasis>aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Alt-van Endt, rechter, tot stand gekomen in samenwerking met mr. C.M.D. van Egeraat als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juni 2021.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>