<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:6588</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-28T13:48:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.7794</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6588">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6588</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-28T13:45:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:6588 Rechtbank Den Haag , 23-06-2021 / NL21.7794</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:6588:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BNT. Artikel 1 van de Tijdelijke wet van toepassing. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:6588:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.7794</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 mei 2021 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing</para>
    <parablock>
      <para>van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit</para>
      <para>met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het</para>
      <para>beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een</para>
      <para>besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling</para>
      <para>door het bestuursorgaan is ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Op grond van artikel 1 van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND</para>
    <parablock>
      <para>(Tijdelijke wet) is artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb niet van toepassing op</para>
      <para>besluiten op asielaanvragen. Dit heeft tot gevolg dat het met ingang van de inwerkingtreding van deze wet (11 juli 2020<footnote-ref linkend="_4fb7d5ed-f032-4475-859a-9bb93056e915" />) niet langer mogelijk is om bij de bestuursrechter beroep in te stellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een asielaanvraag.<footnote-ref linkend="_30bc13f9-1081-4dea-8788-3819ea0d6cb5" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Op grond van artikel 3 van de Tijdelijke wet blijft artikel 1 alleen buiten toepassing indien verweerder vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op een asielaanvraag en hij vóór die datum van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling als bedoeld in 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb heeft ontvangen.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft op 26 oktober 2020 een asielaanvraag ingediend. De ingebrekestelling</para>
    <para>dateert van 29 april 2021. Gelet hierop is artikel 1 van de Tijdelijke wet van toepassing en is geen beroep mogelijk bij de bestuursrechter. Dit betekent dat eiser vooralsnog uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter kan instellen. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4fb7d5ed-f032-4475-859a-9bb93056e915" label="1">
    <para> Artikel 4, eerste lid, van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">https://wetten.overheid.nl/BWBR0043820/2020-07-11</emphasis>; Staatsblad van 10 juli 2020, 242.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_30bc13f9-1081-4dea-8788-3819ea0d6cb5" label="2">
    <para> Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1027. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>