<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:6586</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-28T13:33:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.13891</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6586">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6586</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-28T13:31:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:6586 Rechtbank Den Haag , 23-06-2021 / NL20.13891</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:6586:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BNT. Niet-ontvankelijk voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig beslissen. Beroep ongegrond voor zover gericht tegen de dwangsombeschikking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:6586:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.13891</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Grigorjan),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 10 juli 2020 heeft eiser beroep ingesteld in verband met het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn asielaanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 juli 2020 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist. Bij afzonderlijke beschikking van 17 juli 2020 heeft verweerder de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bericht van 4 september 2020 heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat eiser het niet eens is met de dwangsombeschikking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. Dit laatste is het geval nu inwilligend op de aanvraag is beslist. Op grond van artikel 6:20, vijfde lid, van de Awb kan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit in dat geval alsnog gegrond worden verklaard, indien de indiener van het beroepschrift daar belang bij heeft. Niet is gebleken dat daarvan sprake is in dit geval.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren voor zover het is gericht tegen het niet tijdig beslissen door verweerder.</para>
    <para />
    <para>3. Artikel 4:19, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het beroep tegen de beschikking op de aanvraag mede betrekking heeft op een beschikking tot vaststelling van de hoogte van de dwangsom, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist. Uit eisers bericht van 4 september 2020 blijkt dat hij zich niet kan verenigen met  het volgens verweerder aan eiser verschuldigde bedrag van € 207 euro. </para>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 4:17, eerste en tweede lid, van de Awb verbeurt verweerder een dwangsom voor elke dag dat hij in gebreke is, met een maximum van 42 dagen en €1.442,-. Ingevolge het derde lid is de eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvraag een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen. </para>
    <para />
    <para>5. Eiser heeft op 7 november 2019 een asielaanvraag ingediend. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bedraagt de beslistermijn zes maanden. De rechtbank stelt vast dat verweerder geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden in het vierde en het vijfde lid om deze termijn te verlengen. Dit betekent dat verweerder in beginsel op 7 mei 2020 een beslissing had moeten nemen.</para>
    <para />
    <para>6. Als vaststaand geldt inmiddels dat verweerder van 16 maart 2020 tot 16 mei 2020 vanwege overmacht niet in staat was om asielgehoren af te nemen en als gevolg daarvan niet kon beslissen in de daardoor geraakte procedures. Deze overmacht schortte de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit zelfstandig op, tot 8 juli 2020.<footnote-ref linkend="_ea83db95-53cd-402c-8181-b0f515b9b27b" /> Vóór het eindigen van de beslistermijn is het WBV<footnote-ref linkend="_03814c2b-d3c6-44b5-8632-094bbb9533d9" /> 2020/12 in werking getreden. Hiermee maakte verweerder, conform de Procedurerichtlijn<footnote-ref linkend="_a7438c92-80d2-4b04-bd4c-8c97f8f95b8d" />, gebruik van zijn bevoegdheid op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 om de beslistermijn met zes maanden te verlengen.<footnote-ref linkend="_44d6efac-81b7-4318-b103-6bf4c3b22e2c" /> Als gevolg hiervan had verweerder tot en met 8 januari 2021 de tijd om op de aanvraag te beslissen.</para>
    <para />
    <para>7. Eiser heeft verweerder op 24 juni 2020 in gebreke gesteld. Op het moment van de ingebrekestelling was de beslistermijn nog niet verstreken, zodat deze ingebrekestelling prematuur is. </para>
    <para />
    <para>8. Dit betekent dat het beroep voor zover gericht tegen de dwangsombeschikking van 17 juli 2020 ongegrond zal worden verklaard. </para>
    <para />
    <para>9. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen het niet tijdig beslissen door verweerder;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verklaart het beroep ongegrond voor zover gericht tegen de dwangsombeschikking van 17 juli 2020. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ea83db95-53cd-402c-8181-b0f515b9b27b" label="1">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2949.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_03814c2b-d3c6-44b5-8632-094bbb9533d9" label="2">
    <para> Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2000; Staatscourant 2020, 26964.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a7438c92-80d2-4b04-bd4c-8c97f8f95b8d" label="3">
    <para> Richtlijn 2013/32/EU.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_44d6efac-81b7-4318-b103-6bf4c3b22e2c" label="4">
    <para> Zie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3020.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>