<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:6386</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-13T09:00:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 623</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6386">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6386</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-06T10:47:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:6386 Rechtbank Den Haag , 29-06-2021 / AWB - 20 _ 623</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:6386:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vergoeding verhuiskosten, bijlage "overzicht goedgekeurde vestigingsplaatsen buiten 25 kilometer"</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:6386:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN Haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 20/623 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N.I. van Os),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Defensie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: majoor mr. F.E. Eleveld).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 juni 2019 heeft verweerder eisers verzoek om vergoeding van zijn verhuiskosten afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juni 2021 door middel van een skype-verbinding. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en luitenant-kolonel [luitenant-kolonel] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser is werkzaam bij Defensie als luchtverkeersleider in de rang van kapitein.  Eiser is een functie toegewezen op Schiphol. Eiser is daarom van Arnhem naar [woonplaats] verhuisd. Eiser heeft verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte verhuiskosten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat heeft verweerder besloten?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat eiser op meer dan 25 kilometer afstand van zijn plaats van tewerkstelling is gaan wonen (33 kilometer). Ook komt eisers nieuwe woonplaats [woonplaats] niet voor op de bijlage “Overzicht goedkeurde vestigingsplaatsen buiten 25 kilometer”, behorende bij het Verplaatsingskostenbesluit Defensie (VKBD) en opgenomen op het door verweerder verstrekte aanvraagformulier verhuiskosten (hierna: de bijlage). Verweerder stelt dat met het toepassen van de uitzonderingen op de bijlage geen sprake is van rechtsongelijkheid of willekeur. De procedure tot wijziging van de bijlage is voor iedereen hetzelfde. Daarnaast blijkt uit Funda dat er veel woningen in het zoekprofiel van eiser binnen een straal van 25 kilometer van eisers werk zijn. Daarom bestaat er geen aanleiding om [woonplaats] op de lijst met uitzonderingen te plaatsen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vinden partijen in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat  niet duidelijk en inzichtelijk is wat het door verweerder gehanteerde toetsingscriterium is geweest bij het al dan niet opnemen van een plaats in de tabel met plaatsen die buiten de 25 kilometer vallen. Op de bijlage staan plaatsen die qua afstand verder van de plaats van tewerkstelling liggen dan [woonplaats] . Eiser betoogt dat hij in het belang van zijn gezin heeft gekozen voor [woonplaats] . Voor verweerder zou er aanleiding moeten om de hardheidsclausule toe te passen. Eiser wijst er op dat de Belastingdienst de norm hanteert dat een verhuiskostenvergoeding vrij van loonheffing is als de werknemer meer dan 25 kilometer van het werk woont en verhuist, waardoor de afstand tussen zijn nieuwe woning en zijn werk ten minste 60% minder wordt. Eiser zou bij het toepassen van die norm aanspraak hebben op een vergoeding.</para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat de bijlage al geruime tijd bestaat. Dat daarop plaatsen staan die qua afstand verder van eisers tewerkstellingsplaats liggen dan [woonplaats] vindt zijn verklaring hierin dat een aantal jaren terug in de nabijheid van de luchthaven weinig woningen waren te vinden. In het kader van de volkshuisvesting werden in groeikernen als Purmerend veel woningen werden gebouwd. Daarin werd toen aanleiding gevonden plaatsen als Purmerend (40 km), Maarsen (36 km) en Woerden (42 km) aan de lijst toe te voegen. Het aanvraagformulier vermeldt ook hoe wensen tot wijziging van het overzicht kunnen worden ingediend. Verweerder meent dat de uitgangspunten bij de keuze voor het opnemen van de plaatsen op de bijlage voldoende duidelijk zijn. Verweerder heeft kenbaar gemaakt dat het voornemen bestaat de verhuiskostenvergoedingsregeling te wijzigen. Niet ondenkbaar is dat, zoals eiser voorhoudt, wordt aangesloten bij de regeling van de Belastingdienst. De vakbonden hebben echter het overleg met Defensie opgezegd, waardoor het proces tot wijziging stilligt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>De rechtbank laat in het midden of de minister dan wel de staatssecretaris, namens wie een verweerschrift is uitgebracht, bevoegd was het bestreden besluit te nemen. Uit een uitspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat de minister bevoegd is een besluit te nemen, ook al is de bevoegdheid aan de staatssecretaris toebedeeld<footnote-ref linkend="_757d4242-2885-460b-b5b0-6022f51ac60c" />.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende inzichtelijk heeft verklaard over de achtergrond van de keuze van vestigingsplaatsen buiten 25 kilometer van eisers plaats van tewerkstelling op het overzicht. Die keuze is niet willekeurig of onredelijk geweest. Verweerder heeft ook voldoende gemotiveerd dat uit de website Funda volgt dat er in het zoekprofiel van eiser binnen een straal van 25 kilometer van eisers plaats van tewerkstelling in mei 2019 veel woningen beschikbaar waren. Daarmee is genoegzaam geconcretiseerd dat het voor eiser niet onmogelijk was te kiezen voor een woonplaats waarbij wel aanspraak bestond op vergoeding van verhuiskosten. De omstandigheid dat vanuit fiscaal oogpunt verweerder een andere regeling mag vaststellen brengt niet mee dat verweerder met toepassing van artikel 31 van het VKBD in het geval van eiser had moeten aannemen dat sprake is van een situatie die leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier, op 29 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_757d4242-2885-460b-b5b0-6022f51ac60c" label="1">
    <para> ECLI:NL:RVS:2017:2292.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>