<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:5739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-07T13:55:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.7092</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:5739">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:5739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-07T13:52:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:5739 Rechtbank Den Haag , 01-06-2021 / NL21.7092</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:5739:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweerder heeft de asielaanvraag terecht buiten behandeling gesteld, omdat de eiser heeft nagelaten om te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn asielaanvraag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:5739:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.7092</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. P.I. van Zijl).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 4 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot</para>
      <para>het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling</para>
      <para>gesteld. Aan het uitgevaardigde terugkeerbesluit van 26 april 2017 is niet voldaan en om die</para>
      <para>reden nog van kracht. Ook het inreisverbod van 17 mei 2019 geldt nog.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.7093,</para>
      <para>plaatsgevonden op 26 mei 2021. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn</para>
      <para>gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Eiser stelt de Iraanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 24 november 2015 heeft eiser zijn eerste asielaanvraag ingediend. Verweerder</para>
        <para>heeft deze aanvraag bij besluit 26 april 2017 ongegrond verklaard op grond van artikel 31</para>
        <para>van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat eiser onder meer zijn bekering tot het</para>
        <para>christendom en de daaruit voortvloeiende problemen in Iran met zijn huisbaas niet</para>
        <para>aannemelijk heeft gemaakt. Bij uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van</para>
        <para>26 september 2017, zaaknummer NL17.2238, is het door eiser hiertegen ingestelde beroep</para>
        <para>ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het</para>
        <para>hiertegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard, waarmee het besluit onherroepelijk</para>
        <para>is geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 14 december 2018 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hieraan</para>
        <para>heeft hij ten grondslag gelegd dat hij is bekeerd tot het christendom en dat sprake is van</para>
        <para>geloofsintensivering en geloofsgroei. Bij besluit van 17 mei 2019 is deze aanvraag niet-</para>
        <para>ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw en</para>
        <para>is aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiser heeft geen nieuwe</para>
        <para>feiten en omstandigheden aangedragen waarmee de bekering tot het christendom alsmede de</para>
        <para>gestelde problemen uit de eerste procedure aannemelijk zijn geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Op 26 april 2021 heeft eiser zijn derde asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is in</para>
      <parablock>
        <para>deze zaak aan de orde. Hieraan legt eiser ten grondslag dat na afloop van zij vorige</para>
        <para>procedure sprake is van intensivering van zijn geloof, waardoor terugkeer naar Iran is</para>
        <para>uitgesloten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Verweerder heeft bij besluit van 26 april 2021 de asielaanvraag buiten behandeling</para>
      <parablock>
        <para>gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Voornoemd</para>
        <para>artikel bepaalt dat een aanvraag voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw</para>
        <para>buiten behandeling kan worden gesteld, indien de vreemdeling heeft nagelaten te</para>
        <para>antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor</para>
        <para>zijn aanvraag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Eiser betoogt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat</para>
      <parablock>
        <para>eiser heeft nagelaten te antwoorden op een verzoek om informatie te verstrekken die van</para>
        <para>wezenlijk belang is voor zijn aanvraag. Daartoe stelt hij dat de Nederlandse vertaling van</para>
        <para>een aantal Instagram- en Telegramberichten weliswaar niet tijdig zijn aangeleverd bij</para>
        <para>verweerder, maar dat deze niet wezenlijk van belang zijn voor de beoordeling van de</para>
        <para>aanvraag. Eiser wijst hierbij ook op Werkinstructie 2019/18 betreffende bekeerlingen,</para>
        <para>waarin bij de beoordeling van iemands bekering drie elementen gewogen moeten worden, te</para>
        <para>weten het proces van bekering, de kennis van het nieuwe geloof en de activiteiten binnen de</para>
        <para>nieuwe geloofsovertuiging. Het zwaartepunt ligt daarbij op het eerste element, waarbij</para>
        <para>verweerder op zoek is naar het authentieke verhaal en dat het vooral gaat over wat de</para>
        <para>vreemdeling daar zelf over kan verklaren. Ook bij de beoordeling van de overige twee</para>
        <para>elementen ligt het zwaartepunt op de antwoorden van de vreemdeling over zijn eigen</para>
        <para>ervaringen en de persoonlijke beleving van de vreemdeling met betrekking tot deze drie</para>
        <para>elementen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van paragraaf C2/8 van de Vreemdelingencirculaire 2000 maakt</para>
        <para>verweerder gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt</para>
        <para>een daartoe strekkend voornemen uit, als de vreemdeling het formulier M35-O incompleet</para>
        <para>indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen. Verweerder</para>
        <para>maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en</para>
        <para>dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt verweerder tevens een termijn van in</para>
        <para>beginsel één week voor het completeren van de aanvraag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de herhaalde aanvraag</para>
        <para>onvolledig is ingediend. Eiser heeft op het M35-O formulier ingevuld dat er een</para>
        <para>verdieping/intensivering van zijn geloofsovertuiging heeft plaatsgevonden. Hiertoe heeft hij</para>
        <para>onder meer verklaringen overgelegd die zijn verkregen via Telegram, Instagram en</para>
        <para>WhatsApp. In de begeleidende brief bij het M35-O formulier wordt vermeld dat een aantal</para>
        <para>verklaringen zijn bijgevoegd, waarmee zijn geloofsgroei wordt ondersteund. Anders dan eiser stelt kan uit het voorgaande en de toelichting in de begeleidende brief dat hij zijn</para>
        <para>geloofsgroei mondeling wil toelichten, niet worden afgeleid dat de schermopnamen slechts</para>
        <para>dienen ter illustratie. Dit nadrukkelijke onderscheid is door eiser op geen enkele wijze</para>
        <para>gemaakt. Gelet hierop heeft verweerder ervan kunnen uitgaan dat ook schermopnamen van</para>
        <para>Telegram en Instagram waarin blijk wordt gegeven van zijn participatie bij online</para>
        <para>kerkdiensten en uitingen van zijn geloof op social media, de aanvraag onderbouwen en dus</para>
        <para>van wezenlijk belang zijnde informatie voor de beoordeling is van de aanvraag. Dat bij de</para>
        <para>beoordeling van asielaanvragen waaraan bekering ten grondslag ligt, de overgelegde</para>
        <para>stukken een ondergeschikte rol hebben, maakt het voorgaande niet anders. Overigens wordt</para>
        <para>eiser op de voorpagina van het M35-O formulier onder 'Hoe voelt u uw aanvraag in?' erop</para>
        <para>gewezen om de vertaling van de (originele) documenten en bewijsmiddelen die de aanvraag</para>
        <para>onderbouwen aan het formulier toe te voegen. Ook wordt er in het formulier op gewezen dat</para>
        <para>alle buitenlandse documenten en bewijsmiddelen moeten zijn opgesteld in het Nederlands,</para>
        <para>Engels, Frans of Duits, en wanneer dat niet het geval is, deze vertaald dienen te worden door</para>
        <para>een vertaler die door een rechtbank is beëdigd en dat de vertaling en de documenten en</para>
        <para>bewijsmiddelen samen met het formulier ingeleverd dienen te worden. Nu eiser deze</para>
        <para>wezenlijke informatie niet heeft ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn van één</para>
        <para>week na verzending van het voornemen, is verweerder terecht tot de conclusie gekomen dat</para>
        <para>sprake is van een incomplete aanvraag en dat de aanvraag niet in behandeling dient te</para>
        <para>worden gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Oonincx, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. P.R. de Man, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>