<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:3761</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-22T11:59:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/577796 / HA ZA 19-807</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:3761">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:3761</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-21T12:38:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:3761 Rechtbank Den Haag , 14-04-2021 / C/09/577796 / HA ZA 19-807</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:3761:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Internationaal bevoegdheidsincident. Eindvonnis na ECLI:NL:RBDHA:2021:1509.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:3761:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="feaac76f-29f4-4a72-9a77-7ad371e28abb" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c991537b-86fa-483b-b76c-7cad31887542" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/577796 / HA ZA 19-807</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 14 april 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar Italiaans recht </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ENERGY COAL SPA</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Genua, Italië,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de rechtspersoon naar Venezolaans recht</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">PDVSA PETROLEO S.A.</emphasis>, te Caracas, Venezuela,</para>
    <para>2. De rechtspersoon naar Venezolaans recht </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">PETROLEOS DE VENEZUELA S.A.</emphasis>, te Caracas, Venezuela,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">PROPERNYN B.V.</emphasis>, te Den Haag,</para>
    <parablock>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseressen in het incident, </para>
      <para>advocaat mr. A. Rosielle te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Energy Coal en PDVSA Petroleo c.s. genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis in het incident van 13 januari 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte nadere uitlating in het incident tot onbevoegdheid van PDVSA Petroleo c.s. van 10 februari 2021, met producties.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <bridgehead role="italic">Outbound Renovation Contract, Product Movement Service Contract en Floating Cranes Contract</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 13 januari 2021 is PDVSA Petroleo c.s. in de gelegenheid gesteld een akte te nemen in reactie op het nieuwe verweer van Energy Coal dat naar Venezolaans recht geen geldig forumkeuzebeding is overeengekomen, omdat wilsovereenstemming daarover ontbreekt. Volgens Energy Coal is er sprake van adhesiecontracten, over de inhoud waarvan niet is en kon worden onderhandeld. Wanneer een forumkeuze in een adhesiecontract is opgenomen, is naar Venezolaans recht deze bepaling zonder separate wilsovereenstemming niet rechtsgeldig, aldus Energy Coal. Volgens PDVSA c.s. zijn de contracten geen adhesiecontracten en is de Venezolaanse regeling over adhesiecontracten per 23 januari 2014 ingetrokken.    </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over (de gevolgen van de toepassing van) het Venezolaanse recht. De rechtbank moet echter zelfstandig de inhoud van dit buitenlandse recht vaststellen. Zij mag de inhoud van dat recht niet als feit laten bewijzen door partijen, getuigen of deskundigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Volgens Energy Coal zijn de contracten naar Venezolaans recht adhesiecontracten omdat “<emphasis role="italic">all possibilities of debate and dialectic between parties are excluded since the clauses are previously determined by only one of the contracting parties in such way that the other party is limited to accepting all that the former contemplated</emphasis><footnote-ref linkend="_9012bb3b-ec8f-4051-87b5-8ed41bd29f61" />”. Volgens Energy Coal is echter wel sprake geweest van onderhandelingen tussen partijen over “<emphasis role="italic">specific terms of the agreement such as price, amount, duration etc.</emphasis>”<footnote-ref linkend="_833c0d24-6428-4746-b7ec-0d9ac7d54a4c" /> Niet alle voorwaarden van de contracten zijn door PVDSA dus eenzijdig bepaald. Hieruit volgt dat de contracten niet worden aangemerkt als adhesiecontracten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Hierbij komt nog dat Energy Coal zich uitsluitend heeft beroepen op jurisprudentie van de Venezolaanse rechter over adhesiecontracten waarin de forumkeuze derogeert aan de (internationale) bevoegdheid van deze rechter. In deze zaak strekken de forumkeuzebedingen juist tot het vestigen van de bevoegdheid van de Venezolaanse rechter. Over een dergelijke situatie hebben partijen geen geen literatuur of jurisprudentie over het Venezolaanse recht in het geding gebracht. De rechtbank heeft daar ook geen literatuur of jurisprudentie over gevonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat Energy Coal is gebonden aan de forumkeuze in de drie desbetreffende contracten voor de Venezolaanse rechter, zodat de Nederlandse rechter  niet bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van Energy Coal jegens PDVSA en PDVSA Petroleo met betrekking tot het Outbound Renovation Contract, het Product Movement Service Contract en het Floating Cranes Contract. In zoverre zal de incidentele vordering worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Aangezien partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten in het incident worden gecompenseerd.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Energy Coal is de in het ongelijk gestelde partij in de procedure tussen haar enerzijds en PDVSA en PDVSA Petroleo anderzijds met betrekking tot het Outbound Renovation Contract, het Product Movement Service Contract en het Floating Cranes Contract. In zoverre is sprake van een eindvonnis. De rechtbank zal de proceskosten aan de zijde van PDVSA c.s. begroten op nihil, nu de procedure van Energy Coal grotendeels wordt voorgezet, namelijk jegens PDVSA c.s. met betrekking tot het Housing Development Contract en jegens Propernyn met betrekking tot alle contracten.     </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering van PDVSA en PDVSA Petroleo in het incident met betrekking tot het Outbound Renovation Contract, het Product Movement Service Contract en het Floating Cranes Contract toe;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van Energy Coal jegens PDVSA en PDVSA Petroleo met betrekking tot het Outbound Renovation Contract, het Product Movement Service Contract en het Floating Cranes Contract;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>begroot de proceskosten aan de zijde van PVDSA en PVDSA Petroleo met betrekking tot de onder 3.4 bedoelde vorderingen op nihil;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>verwijst de zaak tussen Energy Coal en Propernyn en de zaak tussen Energy Coal enerzijds en PDVSA en PDVSA Petroleo anderzijds met betrekking tot het Housing Development Contract naar de rolzitting van 26 mei 2021 voor conclusie van antwoord;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2021. <footnote-ref linkend="_de5cbf26-002b-47a6-829c-7e9f3a8d51a5" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_9012bb3b-ec8f-4051-87b5-8ed41bd29f61" label="1">
    <para> Productie E 32, blz. 2</para>
  </footnote>
  <footnote id="_833c0d24-6428-4746-b7ec-0d9ac7d54a4c" label="2">
    <para> Productie E 33, punt 25</para>
  </footnote>
  <footnote id="_de5cbf26-002b-47a6-829c-7e9f3a8d51a5" label="3">
    <para>type:  1554</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>