<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:16962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-25T09:48:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.13100</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16962">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-25T09:47:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:16962 Rechtbank Den Haag , 30-11-2021 / NL21.13100</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16962:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vreemdelingenwet - 8:57 uitspraak -  proceskostenveroordeling bezwaar - beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16962:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.13100</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>(gemachtigde: mr. F.W. Verweij), en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 13 september 2017 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van [A] (referent) tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden’ voor eiser afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 23 april 2019 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Bij einduitspraak van 21 februari 2020 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser gegrond verklaard en het bestreden besluit I vernietigd.1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 15 juli 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder vervolgens opnieuw op het bezwaar van eiser beslist en heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard.</para>
      <para>Verweerder heeft het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiser heeft de rechtbank verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft zich bij brief van 15 november 2021 op het standpunt gesteld hij niet gehouden is om de proceskosten te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft daar bij brief van 24 november 2021 op gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft met toestemming van partijen een zitting achterwege gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="6754b0a0-bef5-484f-88c6-9c810533bc33" depth="1" width="193" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>1 AWB 19/3995.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het verzoek om vergoeding van de proceskosten in bezwaar. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.</para>
    <para />
    <para>2. Op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden de kosten, die een bezwaarmaker in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, uitsluitend door het bestuursorgaan vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen in het bestreden besluit. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het primaire besluit is herroepen wegens feiten die pas in de bezwaarfase bekend zijn geworden en dus niet wegens een aan verweerder te wijten onrechtmatigheid. Verweerder heeft gesteld dat eerst in bezwaar het originele familieboekje is overgelegd zodat pas toen de familierechtelijke band tussen eiser en referent kon worden vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser bestrijdt de redenering van verweerder. Reeds bij de aanvraag heeft eiser een kopie van zijn familieboekje overgelegd, waarin het overlijden van de moeder van eiser en referent niet stond geregistreerd. Pas in de bezwaarfase heeft verweerder een nadere onderbouwing van het overlijden van moeder verlangd. Met het overleggen van het originele familieboekje in bezwaar is geen sprake van ‘feiten die eerst in de bezwaarfase bekend zijn geworden’ zoals verweerder schrijft. Eiser bestrijdt dat eerst de familieband tussen hem en referent moest worden vastgesteld, voordat het overlijden van hun moeder</para>
    <para>aan de orde kon komen. De beslissing op bezwaar is herroepen vanwege een aan verweerder te wijten onrechtmatigheid en niet wegens feiten die eerst in bezwaar bekend zijn geworden.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het primaire besluit de aanvraag van referent heeft afgewezen, omdat de familierechtelijke band tussen eiser en referent niet kon worden beoordeeld. Verweerder heeft in dit kader vastgesteld dat er stukken ontbraken zoals het originele familieboekje. Eerst in de bezwaarfase heeft eiser het originele familieboekje overgelegd en heeft verweerder dit op echtheid kunnen laten onderzoeken. Vervolgens heeft verweerder op basis van het echt bevonden familieboekje de familieband tussen eiser en referent vastgesteld en vervolgens de aanvraag verder beoordeeld. De rechtbank is daarom van oordeel dat het primaire besluit niet wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid is herroepen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, rechter, in aanwezigheid van L.S. Lodder, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>30 november 2021</para>
      <para>en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="b99b3aaf-030d-442b-898d-89627f97cd31" depth="82" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Documentcode: [documentcode]</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>