<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:16755</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-22T11:50:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.14040</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16755">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16755</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-22T11:49:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:16755 Rechtbank Den Haag , 20-10-2021 / NL21.14040</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16755:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring, Albanië, inreisverbod, werken in de EU, motivering, beroep gegrond,  rechtsgevolgen in stand</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16755:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14040</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. F. Boone), en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder (gemachtigde: mr. A.M.H.W. van Heerebeek).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 28 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 13 september 2021 op zitting behandeld. Ter zitting is mr.</para>
      <para>
        [A] verschenen als waarnemer voor de gemachtigde van eiser. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft de Albanese nationaliteit en is geboren op [1980] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Over het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser voert aan dat verweerder van het opleggen van het inreisverbod had moeten afzien of anders op zijn minst de duur van het inreisverbod had moeten verkorten. Het inreisverbod betekent voor hem dat hij niet kan werken in de Europese Unie (hierna: EU), dus eiser heeft er belang bij dat hem geen inreisverbod wordt opgelegd. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder het bestreden besluit op dit punt niet kenbaar heeft gemotiveerd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het inreisverbod terecht is opgelegd en dat er voldoende redenen zijn om de termijn van het inreisverbod op twee jaar te houden. Verweerder meent ook dat de verklaring van eiser dat hij in de EU wil werken bij het opleggen van het inreisverbod voldoende is meegewogen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. De rechtbank overweegt als volgt. In het proces-verbaal van gehoor bij terugkeerbesluit en inreisverbod (HV28-A) is vermeld dat eiser dankbaar zou zijn als er geen inreisverbod zou worden opgelegd, omdat dit voor hem betekent dat hij niet meer in Europa mag werken. Ook heeft eiser in dit gehoor aangegeven dat een inreisverbod voor hem het ergste is.</para>
    <para />
    <para>4. De gronden van het terugkeerbesluit en inreisverbod zijn dezelfde als die van de ook aan eiser opgelegde maatregel van bewaring. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder daarbij niet kenbaar ingegaan op de stelling van eiser dat hij door het inreisverbod niet meer in de EU kan werken. Hierdoor is het naar het oordeel van de rechtbank onduidelijk waarom verweerder geen aanleiding heeft gezien om van het opleggen van het inreisverbod af te zien of de duur daarvan te verkorten. Daarmee kent dit deel van het bestreden besluit een motiveringsgebrek.</para>
    <para />
    <para>5. Het beroep tegen het inreisverbod is daarom gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op het inreisverbod. In wat verweerder ter zitting heeft opgemerkt ziet de rechtbank echter aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.</para>
    <para />
    <para>6. Ter zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het inreisverbod voor de duur van twee jaar terecht is opgelegd. Eiser heeft namelijk enkel verklaard dat hij door het inreisverbod niet in Europa kan werken, zonder daarbij te wijzen op bijzondere persoonlijke omstandigheden, die verweerder ertoe zouden moeten brengen van het inreisverbod af te zien of de duur daarvan te verkorten. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar heeft mogen opleggen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond voor zover dat is gericht tegen het inreisverbod;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij aan eiser een inreisverbod is opgelegd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de gevolgen van het vernietigde deel van dat besluit in stand blijven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ter hoogte van € 1.050,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>20 oktober 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>en is openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl</para>
    <para />
    <para />
    <para>Mr. D. Verduijn M.A.W.M. Engels</para>
    <para>Rechter Griffier</para>
    <para>Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Documentcode: [Documentcode]</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>