<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:16514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-04T09:22:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.8803</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16514">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-04T09:21:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:16514 Rechtbank Den Haag , 05-07-2021 / NL21.8803</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16514:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin, Slovenië, besluit voldoende gemotiveerd, AIDA rapporten 2019 en 2020 verschillen niet wezenlijk van elkaar en geven geen verslechterd beeld, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16514:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Locatie Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht zaaknummer: NL21.8803</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>(gemachtigde: mr. M.J.W. Melchers), en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder (gemachtigde: mr. G.T. Cambier).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 7 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.8804, op 22 juni 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Matari. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat volgens verweerder Slovenië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. In dit geval heeft verweerder op 25 maart 2021 een terugnameverzoek naar Slovenië verstuurd. Op 7 april 2021 heeft Slovenië dit verzoek geaccepteerd en kwam het claimakkoord vast te staan.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser voert aan dat verweerder bij de motivering van het besluit is uitgegaan van een verkeerd rapport. Ondanks dat er in de zienswijze niet expliciet is vermeld naar welk AIDA rapport wordt verwezen, is er wel aangegeven dat geciteerd wordt uit het meeste recente AIDA rapport, namelijk de Update 2020 van 31 maart 2021. Verweerder heeft in het besluit ten onrechte verwezen naar het AIDA rapport Update 2019, waardoor er sprake is van een ernstig motiveringsgebrek.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding dan wel een niet deugdelijk gemotiveerd besluit. Los van de omstandigheid dat eiser in de zienswijze niet specifiek heeft benoemd om welk AIDA rapport het gaat of naar de vindplaats heeft verwezen, heeft verweerder terecht opgemerkt dat ten aanzien van de punten die zijn aangevoerd de rapporten uit 2019 en 2020 niet inhoudelijke van elkaar verschillen. Daarnaast heeft eiser in de gronden van beroep en/of ter zitting niet nader toegelicht op welke inhoudelijke gronden het bestreden besluit onjuist is. Nu het AIDA rapport over 2020 op de onderwerpen die door eiser zijn aangekaart in vergelijking met het AIDA rapport over 2019 geen verslechterd beeld weergeeft, heeft verweerder kunnen volstaan met de verwijzing naar de Afdelingsuitspraak1 en de uitspraak van rechtbank Haarlem2 en heeft verweerder hiermee het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd. Ook is geen sprake van een onzorgvuldig voorbereid besluit. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>4. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Bazaz, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="01bf3f49-8546-40ef-8a88-31f1dccd7577" depth="1" width="192" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 9 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2992.</para>
    <para>2 Uitspraak rechtbank Haarlem van 19 januari 2021, zaaknummer NL20.20682.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="c3ae8af6-5384-4c67-9669-ed0f9aeb4188" depth="82" width="251" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="388aacce-9e94-4126-8c55-dd93c571bd45" depth="82" width="251" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>05 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
      <para>Mr. B. Fijnheer	S. Bazaz</para>
      <para>Rechter	Griffier</para>
      <para>Rechtbank Midden-Nederland	Rechtbank Midden-Nederland</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Documentcode: [Documentcode]</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <bridgehead>en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>