<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:16513</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-01T19:50:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.3739</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amersfoort</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16513">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16513</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-01T19:47:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:16513 Rechtbank Den Haag , 07-04-2021 / NL21.3739</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16513:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin, Slowakije, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiser heeft een tijdelijke verblijfsstatus dus niet aannemelijk dat hij gedetineerd zal worden bij terugkomst, eiser is geen asielzoeker in Slowakije dus geen risico op refoulement, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16513:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Locatie Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht zaaknummer: NL21.3739</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser </bridgehead>
    <para>V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. L. Sinoo),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. G. Cambier).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Slowakije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.3740, plaatsgevonden op 30 maart 2021. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft verweerder geciteerd uit een brief van de Slowaakse autoriteiten van 18 december 2020 en deze toegevoegd aan het digitale dossier. Met gemachtigde is afgesproken dat zij tot 1 april 2021 in de gelegenheid wordt gesteld om hierop te reageren. Vervolgens is het onderzoek na het uitblijven van een reactie van gemachtigde op die dag gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft op 19 oktober 2020 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. De reden daarvoor is dat volgens verweerder op grond van de Dublinverordening Slowakije verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Slowakije heeft deze verantwoordelijkheid vervolgens middels een claimakkoord van 8 februari 2021 aan verweerder bevestigd.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>2. Eiser voert aan dat zijn overdracht aan Slowakije een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 5 en artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) met zich meebrengt. Er kan volgens eiser ten opzichte van Slowakije namelijk niet worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hij verwijst daarbij naar het 'Country report, van the Global Detention Project' van januari 2019 en het 'US departement of State report' van maart 2020 waaruit blijkt dat er sprake is aan het systeem gerelateerde structurele tekortkoming in de Slowaakse asielprocedure. Daarnaast blijkt uit de uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens Shiksaitov t. Slowakije dat de detentie van vreemdelingen door Slowakije onzorgvuldig en willekeurig wordt toegepast. Asielzoekers worden grootschalig gedetineerd en de detentieomstandigheden zijn slecht. Ook wordt er maar zeer beperkt juridische hulp geboden bij asielaanvragen en blijkt dat de Slowaakse autoriteiten nauwelijks asielaanvragen inwilligen. Hieruit blijkt dat er een groot risico is dat eiser bij terugkomst in Slowakije zal worden gedetineerd. Daarnaast is er een door de tekortkomingen in de Slowaakse asielprocedure en het feit dat er nauwelijks vluchtelingen toegelaten worden een risico op schending van het verbod op non-refoulement als eiser wordt overgedragen. Tot slot heeft volgens eiser Nederland ten onrechte afgezien van de toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank overweegt dat verweerder in zijn algemeenheid ten opzichte van Slowakije mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet kan, omdat er sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de asielprocedure. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank acht van belang dat de Slowaakse autoriteiten in hun brief van 18 december 2020 hebben gereageerd op het informatieverzoek vanuit Nederland in het kader van de verblijfsstatus van eiser in Slowakije. Uit die brief blijkt dat eiser een tijdelijke verblijfsstatus heeft, die geldig is van 10 september 2020 tot 31 augustus 2022. Eiser zal dus niet als asielzoeker terugkeren naar Slowakije, maar als iemand met rechtmatig verblijf. De rechtbank acht het hierom al niet aannemelijk dat eiser zal worden gedetineerd bij terugkomst in Slowakije. Uit het Global Detention Project rapport dat eiser aanhaalt blijkt namelijk dat Slowakije dezelfde gronden voor vreemdelingenbewaring hanteert als Nederland en niet is aangetoond dat eiser onder een van deze gronden valt. Daarnaast heeft eiser niet concreet kunnen aantonen dat er in zijn geval een reëel risico bestaat om op willekeurige en onzorgvuldige wijze gedetineerd te worden na de overdracht. Eiser kan dit risico ook niet op basis van eigen ervaringen aantonen, aangezien hij niet gedetineerd is geweest in Slowakije, hij er een periode gestudeerd en gewoond heeft en hij er nog nooit een asielaanvraag heeft ingediend.</para>
    <para />
    <para>5. Ook de beroepsgronden van eiser in het kader van de tekortkomingen in de asielprocedure en schending van het verbod op refoulement slagen niet, nu eiser niet als asielzoeker wordt aangemerkt in Slowakije. Bovendien heeft eiser in het aanmeldgehoor Dublin van 31 oktober 2020 aangegeven dat hij überhaupt geen asiel wil aanvragen in Slowakije, aangezien hij geen asiel wil aanvragen in een land dat het Syrische regime erkent.</para>
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="7d6a1689-413a-41bd-8aec-3e54e94f125a" depth="1" width="192" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Global Detention Project, Country report, januari 2019, paragraaf 2.2.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>6. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat verweerder in de aangevoerde omstandigheden van eiser geen aanleiding heeft hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening door de asielaanvraag in behandeling te nemen.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Bazaz, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>07 april 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="5e188f74-0fde-4827-b2e4-3f9d36168fe1" depth="82" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Documentcode: [documentcode]</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>