<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:16393</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-21T13:40:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.9172 en NL21.9173</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16393">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16393</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-31T17:20:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:16393 Rechtbank Den Haag , 02-07-2021 / NL21.9172 en NL21.9173</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16393:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring, weigeren medewerking aan corona-test maakt niet dat er geen zicht op uitzetting is, plicht om volledig en actief mee te werken, bewaring minderjarig kind max 2 weken behalve bij fysiek verzet, A5, paragraaf 2.4, onder c, Vc, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16393:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht</para>
      <para>zaaknummers: NL21.9172 en NL21.9173</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eisers]</emphasis>, eisers</para>
      <para>V-nummers: [v-nummer] en [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. F.W. Verweij), en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder (gemachtigde: mr. K. Bruin).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 11 juni 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder aan eisers de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Deze beroepen moeten tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 28 juni 2021 op zitting behandeld. Eiseres is namens haar en haar minderjarige kind verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer D. Habtab. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewaringsgronden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eisers zich aan het toezicht zullen onttrekken. Verweerder heeft als zware gronden1 vermeld dat eisers:</para>
    <parablock>
      <para>3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze zijn binnengekomen, dan wel een poging daartoe hebben gedaan;</para>
      <para>3e. in verband met hun aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens hebben verstrekt over hun identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat; 3k. een overdrachtsbesluit hebben ontvangen en geen medewerking verlenen aan de</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="5c85a2e3-66e4-433e-a2ce-c8e459670349" depth="1" width="192" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek; 3m. een overdrachtsbesluit hebben ontvangen en onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek;</para>
      <para>en als lichte gronden2 vermeld dat eisers:</para>
      <para>4a. zich niet aan een of meer andere voor hen geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb hebben gehouden;</para>
      <para>4c. geen vaste woon- of verblijfplaats hebben;</para>
      <para>4d. niet beschikken over voldoende middelen van bestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eisers betwisten alle gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank is van oordeel dat de zware gronden onder 3a en 3k feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Eisers waren niet in het bezit van geldige reisdocumenten toen zij Nederland in reisden. Zij zijn Nederland dus niet op de voorgeschreven wijze binnengekomen. Ook staat vast dat eisers op 23 februari 2021 een overdrachtsbesluit hebben ontvangen en uit de motivering van de maatregel blijkt dat zij tot op heden geen medewerking hebben verleend aan de overdracht. De twee genoemde gronden zijn voldoende om aan te nemen dat er een risico op onttrekking bestaat en kunnen de maatregel van bewaring al dragen. De rechtbank laat daarom de beroepsgronden die gericht zijn tegen de overige gronden van de maatregel van bewaring onbesproken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medewerking aan een covid-test</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eisers voeren verder aan dat er geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn is, omdat eiseres weigert mee te werken aan een covid-test en niet kan worden gedwongen daaraan mee te werken. Er is namelijk geen wettelijke basis voor het toelaten van een inbreuk op haar lichamelijke integriteit in het kader van de medewerkingsplicht. Bovendien duurt de bewaring al ruim twee weken en mag verweerder een minderjarig kind niet zo lang in bewaring houden.</para>
    <para />
    <para>5. Voor de vraag of zicht op uitzetting bestaat, is van belang of eisers hun volledige en actieve medewerking verlenen. Volgens vaste jurisprudentie wordt bij het niet meewerken door de vreemdeling het zicht op uitzetting in beginsel aanwezig geacht.3 Tijdens de vertrekgesprekken van 14 juni, 21 juni en 28 juni 2021 heeft eiseres aangegeven dat zij niet wil terugkeren naar Duitsland en weigert mee te werken aan de covid-test. Verweerder heeft om die reden twee keer de geboekte vlucht (die voor 18 juni en daarna voor 25 juni 2021 stond gepland) moeten annuleren. Eiseres voldoet gelet op het voorgaande niet aan haar plicht om actief en volledig mee te werken aan haar uitzetting. Dat eiseres niet meewerkt en ook verklaart in de toekomst niet mee te gaan werken aan een covid-test, maakt niet dat het zicht op uitzetting is komen te vervallen en moet voor rekening van eiseres zelf blijven. Het meewerken aan een covid-test is in dit geval namelijk nodig voor de overdracht en van eiseres mag worden verlangd dat zij hieraan haar medewerking verleent. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.</para>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="7e8caba0-d65f-4ad3-91b4-5cd80aa90ca1" depth="1" width="192" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>2 Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
    <para>3 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2006 (ECLI:NL:RVS:2006:AV3295) en de uitspraak van 23 april 2009 (ECLI:NL:RVS:2009:BI3894).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>6. Volgens het beleid van verweerder mag de bewaring van een gezin met minderjarige kinderen in beginsel maximaal twee weken duren. Echter, in het geval van (fysiek) verzet van (één van) de gezinsleden mag de bewaring langer dan twee weken duren.4 De rechtbank is van oordeel dat een redelijke uitleg van het beleid van verweerder inhoudt dat het weigeren van medewerking aan een voor de overdracht vereiste covid-test valt onder verzet. De bewaring van eisers mag dus langer dan twee weken duren. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>7. De beroepen zijn ongegrond. Daarom wordt ook de verzoeken om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de beroepen ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst de verzoeken om schadevergoeding af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Bazaz, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="deda7bf2-5da6-4ac7-82f4-5cb7f43fb9ef" depth="1" width="192" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>4 Hoofdstuk A5, paragraaf 2.4 en onder Ad c, van de Vreemdelingencirculaire (Vc).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>02 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="b9f21470-f7e2-4485-9f67-39ce6906bb86" depth="82" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Documentcode: [documentcode]</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>