<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:16302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-15T11:29:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBDHA:2021:16212</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/938 R</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16302">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-12T17:26:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:16302 Rechtbank Den Haag , 15-07-2021 / 21/938 R</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16302:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Turkse zelfstandige, inreisverbod niet in strijd met artikel 41 Aanvullend Protocol en artikel 9 Associatieovereenkomst, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16302:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 21/938 Rectificatie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2021 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. B. Aydin), </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 15 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een inreisverbod voor twee jaar opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2021. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser is geboren op [1976] en heeft de Turkse nationaliteit. Eiser heeft eerder drie aanvragen ingediend met als doel ‘arbeid als zelfstandige’. Verweerder heeft deze afgewezen. Aan eiser is op 16 juli 2014 een terugkeerbesluit opgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Verweerder heeft aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaren. Volgens verweerder is niet gebleken dat eiser gevolg heeft gegeven aan het opgelegde terugkeerbesluit waarbij eiser is opgedragen om binnen vier weken het grondgebied van de Europese Unie, Europese Economische Ruime en Zwitserland verlaten. Gelet op paragraaf A4/2.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 heeft verweerder de duur van het inreisverbod bepaald op twee jaar. Nu eiser geen bijzondere individuele omstandigheden heeft aangevoerd ziet verweerder geen aanleiding hiervan af te wijken. Uit ambtshalve raadpleging door verweerder van de Basis Registratie Personen is gebleken dat eiser op 22 november 2019 naar België is vertrokken. Ter zitting heeft verweerder benadrukt dat dit niet betekent dat eiser daadwerkelijk is vertrokken. Verweerder gaat uit van de situatie dat eiser nog in Nederland verblijft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vertrek naar België?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat in het beroep wordt uitgegaan van de situatie dat eiser ten tijde van het bestreden besluit in Nederland verbleef, omdat niet gebleken is dat hij daadwerkelijk naar België is vertrokken. Eiser heeft in zijn beroepschrift niet naar voren gebracht dat hij niet langer in Nederland verblijft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standstillbepaling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Eiser voert aan dat ten onrechte een inreisverbod aan hem is opgelegd, omdat hij geen ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde en de nationale veiligheid. Het inreisverbod vormt daarbij een aanscherping op de voorwaarden voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Dit levert een nieuwe en verboden beperking op in de zin van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol<footnote-ref linkend="_9f44aa3e-ed78-431d-8c27-6a349b72f985" /> (standstillbepaling). Het opleggen van het inreisverbod voor Turkse zelfstandigen is ook in strijd met de in artikel 9 van de Associatieovereenkomst<footnote-ref linkend="_f9a90ceb-4892-4aaf-930c-33ad17297c78" /> neergelegde discriminatieverbod. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank stelt vast dat eiser geen rechtmatig verblijf in Nederland en geen gehoor heeft gegeven aan het opgelegde terugkeerbesluit. Verweerder kan dan op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet (Vw) een inreisverbod opleggen.</para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank is van oordeel dat het inreisverbod niet in strijd is met de standstillbepaling. De Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) heeft in zijn uitspraak van 29 november 2018<footnote-ref linkend="_50696e30-35af-4d2c-81d9-8fb36aac1840" /> overwogen dat een tegen een Turkse onderdaan zonder rechtmatig verblijf uitgevaardigd inreisverbod geen verboden nieuwe beperking is in de zin van artikel 13 van Besluit nr. 1/80<footnote-ref linkend="_379d8adf-889d-4afa-b1b0-b841c21f1912" />. Dit geldt naar analogie ook voor artikel 41 van het Aanvullend Protocol. Daarnaast volgt niet uit artikel 66a van de Vw dat het vormen van een ernstige bedreiging voor de openbare orde en de nationale veiligheid noodzakelijk is om een inreisverbod op te leggen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Algemene rechtsbeginselen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. Eiser voert verder aan dat het opleggen van een inreisverbod in strijd is met de algemene rechtsbeginselen, namelijk het evenredigheidsbeginsel, effectiviteitsbeginsel en proportionaliteitsbeginsel. De zwaarte van de sanctiemaatregel staat namelijk niet in een passende verhouding tot de ernst van de overtreding. Verweerder heeft daarbij de belangen van eiser als Turkse onderdaan onvoldoende meegewogen. </para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder door het opleggen van het inreisverbod niet in strijd handelt met een van de voornoemde rechtsbeginselen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het opleggen van een inreisverbod geen sanctiemaatregel is. Daarbij heeft verweerder er in het bestreden besluit terecht op gewezen dat in artikel 6.5a van het Vreemdelingenbesluit (Vb) al rekening is gehouden met de ernst van de aanleiding om een inreisverbod uit te vaardigen. Op grond van artikel 66a van de Vw kan verweerder om humanitaire of andere redenen afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod. Verweerder heeft in dit geval geen aanleiding hoeven zien om af te zien van het opleggen van het inreisverbod dan wel deze in te korten. Verweerder heeft daarbij van belang mogen achten dat eiser ervoor heeft gekozen zijn werkzaamheden in Nederland voort te zetten zonder een geldige verblijfsvergunning. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>10. Ook wat verder is aangevoerd, leidt niet tot het oordeel dat het bestreden besluit onrechtmatig is. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van mr. Z.E.M. van der Maas, griffier. De beslissing is uitgesproken op 15 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">														De rechter is verhinderd 															de uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier													rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9f44aa3e-ed78-431d-8c27-6a349b72f985" label="1">
    <para> Aanvullend Protocol bij de op 12 september 1963 te Ankara ondertekende Overeenkomst [...] wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije, Brussel, 23-11-1970.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9a90ceb-4892-4aaf-930c-33ad17297c78" label="2">
    <para> Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije, Ankara, 12-09-1963.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_50696e30-35af-4d2c-81d9-8fb36aac1840" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2018:3922. Te raadplegen op www.rechtspraak.nl.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_379d8adf-889d-4afa-b1b0-b841c21f1912" label="4">
    <para> Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad Europese Economische Gemeenschap en Turkije van 19 september 1980.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>