<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:16272</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-09T14:32:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.3313</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16272">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16272</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-11T09:54:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:16272 Rechtbank Den Haag , 02-07-2021 / NL21.3313</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16272:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>AKT, verblijfsvergunning regulier, relatie, foto's, verklaringen familie, UMC&lt; geen duuzame en exclusieve relatie, privé-leven, inreisverbod, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16272:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.3313</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. I.E. Lemmers).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 7 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder (hierna: de IND) de aanvraag van eiseres van 31 maart 2020 tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met verblijfsdoel ‘familie en gezin bij [A] (referent)’ afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 4 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft de IND het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL21.3314, op 2 juli 2021 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen T. Ngo. Tevens is verschenen referent. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Het gaat in de kern om de vraag of eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij een duurzame en exclusieve relatie heeft met referent. Bij die beoordeling moet de IND alle relevante feiten en omstandigheden betrekken. </para>
    <para>3. In de zaak van eiseres speelt hierbij een grote rol dat de IND een eerdere verblijfsvergunning van eiseres (voor verblijf bij haar – inmiddels – ex-partner [B] ) heeft ingetrokken omdat hij en eiseres niet bleken samen te wonen.<footnote-ref linkend="_bd699c0b-d041-4344-b7ce-95ef63f7cafc" /> Ook heeft de IND eerder geconcludeerd dat sprake was van een schijnrelatie tussen eiseres en referent.<footnote-ref linkend="_5b908a65-6193-47fe-aa3e-27465d8678be" /> Dat betekent dat de IND in deze zaak extra streng kijkt en dat is terecht. </para>
    <para />
    <para>4. Eiseres heeft in deze zaak ter onderbouwing van de relatie gesteld dat sprake is van een inschrijving op hetzelfde adres. Dat kan inderdaad een aanwijzing zijn dat mensen samenwonen. In dit geval heeft de IND daar echter anders tegenaan mogen kijken omdat een inschrijving op hetzelfde adres op zich niets zegt over de feitelijke invulling van een relatie en omdat eiseres eerder ingeschreven heeft gestaan op hetzelfde adres als de heer [B] , maar daar toen ook niet woonde.</para>
    <para />
    <para>5. Eiseres heeft ook foto’s ingediend. Voor foto’s geldt dat deze iets kunnen zeggen over een relatie en de invulling daarvan. Maar foto’s kunnen alleen ondersteunend bewijs zijn. Er moet dan dus ook ander overtuigend en objectief bewijs zijn en bovendien heeft de IND eiseres mogen tegenwerpen dat het niet duidelijk is wanneer deze foto’s zijn gemaakt.</para>
    <para />
    <para>6. Eiseres heeft ter onderbouwing van de relatie ook schriftelijke verklaringen ingebracht van haar ouders en van de pleegmoeder, pleegbroer en pleegzus van referent. Ook voor verklaringen van derden geldt dat deze hooguit ondersteunend bewijs kunnen zijn. De IND heeft eiseres mogen tegenwerpen dat de verklaringen kort en algemeen geformuleerd zijn. De verklaring van de – gestelde – ouders van eiseres is bovendien niet vertaald door een beëdigde vertaler en de verklaringen van de pleegmoeder, pleegbroer en pleegzus zijn niet onderbouwd met een kopie van hun identiteitsbewijs. </para>
    <para />
    <para>7. Over de brief van het UMC en de echofoto’s heeft de IND naar het oordeel van de rechtbank mogen overwegen dat deze stukken alleen iets zeggen over de zwangerschap en miskraam die eiseres heeft gehad, maar niet over de relatie met referent. </para>
    <para />
    <para>8. Voor wat betreft het testament heeft de IND mogen aangeven dat dit stuk ook niet doorslaggevend is, omdat een testament op zichzelf niets zegt over de inhoud van de relatie en bovendien aangepast kan worden.</para>
    <para />
    <para>9. Daar komt dan nog bij dat als eiseres al vanaf 2017 een relatie heeft met referent en met hem samenwoont, zoals zij heeft gesteld, de IND zich op het standpunt heeft mogen stellen dat er méér van eiseres mag worden verwacht qua bewijs dan zij nu heeft ingediend. </para>
    <para />
    <para>10. De IND heeft dus mogen concluderen dat geen sprake is van een duurzame en exclusieve relatie tussen eiseres en referent. Dat betekent dat de IND ook heeft mogen concluderen dat geen sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_1c25dde1-20a7-4ba1-b7be-27a1b0034b21" /> Dat betekent dat de IND op die gronden de aanvraag mocht afwijzen. </para>
    <para />
    <para>11. Dan moet de rechtbank nog de vraag beantwoorden of sprake is van privéleven op grond van artikel 8 van het EVRM en of de IND eiseres op die grond had moeten vrijstellen van het mvv-vereiste. De rechtbank oordeelt dat dit niet zo is. Eiseres heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij  beschermingswaardig privéleven in Nederland heeft. Het enkele feit dat eiseres hier al zeven jaar woont, is hiervoor niet voldoende. </para>
    <para />
    <para>12. Tegen het niet toepassen van de hardheidsclausule zijn geen gronden gericht, zodat de rechtbank dit niet verder zal beoordelen. </para>
    <para />
    <para>13. Over het inreisverbod is de rechtbank van oordeel dat de IND terecht heeft opgemerkt dat eiseres op 12 juli 2017 een terugkeerbesluit heeft gekregen met daarbij de verplichting om binnen een termijn van 28 dagen op eigen initiatief Nederland te verlaten. Dit heeft eiseres niet gedaan. Gelet daarop is de IND op grond van de wet verplicht om aan eiseres een inreisverbod van twee jaar op te leggen.<footnote-ref linkend="_a65629f6-0c64-4e9c-89a1-e36edb99b76e" /> Eiseres heeft zich ook in dit kader beroepen op het gezinsleven met referent. Nu de rechtbank al geoordeeld heeft dat niet is gebleken van gezinsleven met referent, gaat dit argument niet op. </para>
    <para />
    <para>14. Over de beroepsgrond dat sprake is van schending van de hoorplicht oordeelt de rechtbank dat sprake was van een kennelijk ongegrond bezwaar, waardoor de IND mocht afzien van horen. </para>
    <para />
    <para>15. De conclusie is dan dat het beroep ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>16. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2021 door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Beijl, griffier.</para>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_bd699c0b-d041-4344-b7ce-95ef63f7cafc" label="1">
    <para> Besluit staat in rechte vast door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 augustus 2017, 201705601/1/V2 en 201705601/2/V2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5b908a65-6193-47fe-aa3e-27465d8678be" label="2">
    <para> Besluit staat in rechte vast door de uitspraak van de rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 28 november 2019, AWB 19/6170 en AWB 19/6171.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c25dde1-20a7-4ba1-b7be-27a1b0034b21" label="3">
    <para> Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a65629f6-0c64-4e9c-89a1-e36edb99b76e" label="4">
    <para> Dit staat in artikel 66a lid 1 onder b van de Vreemdelingenwet 2000. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>