<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:16153</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-29T14:20:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.10847</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16153">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:16153</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-19T14:35:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:16153 Rechtbank Den Haag , 29-07-2021 / NL21.10847</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16153:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>AKT, Marokko, veilig land van herkomst, niet aannemelijk gemaakt dat het voor hem anders is, klagen bij hogere autoriteiten, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:16153:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.10847</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E. Ebes),</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder (gemachtigde: mr. A. Bondarev).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Inleiding en procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser is afkomstig uit Marokko. Hij heeft op 14 juni 2021 asiel aangevraagd. Ter onderbouwing van deze aanvraag heeft hij aangevoerd dat hij in Marokko problemen heeft gehad met een drugsbende. Eiser heeft aangifte gedaan bij de politie. De politie had evenwel niet de intentie om hem bescherming te bieden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 29 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geloofwaardig bevonden dat eiser problemen heeft gehad met een drugsbende. Volgens verweerder is Marokko evenwel te beschouwen als een veilig land van herkomst. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit in het algemeen of ten aanzien van hem in het bijzonder anders is. Verweerder heeft eiser tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.10848, plaatsgevonden op 27 juli 2021. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun respectieve gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft niet betwist dat Marokko in het algemeen als een veilig land van herkomst is aan te merken. Wel heeft hij betoogd dat Marokko in zijn specifieke geval de verplichtingen niet nakomt. Eiser heeft verklaard dat hij bij de lokale politie aangifte heeft gedaan tegen de drugsbende die het op hem gemunt had. Volgens eiser heeft de politie hem geen effectieve bescherming gegeven. De politie heeft namelijk slechts in beperkte mate en pas na betaling door eiser actie ondernomen. Volgens eiser is door de corruptie binnen</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>politie en justitie op voorhand zinloos om zich in Marokko tot een (hogere) autoriteit te wenden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Naar het oordeel van de rechtbank faalt deze beroepsgrond. Eiser heeft de mogelijkheid gehad om tegen het optreden van de lokale politie zijn beklag te doen of een rechtsmiddel aan te wenden bij (hogere) autoriteiten van Marokko. Eiser heeft dit niet gedaan. Aan de hand van diverse rapportages heeft eiser gesteld dat er binnen de Marokkaanse autoriteiten veel corruptie voorkomt. Deze omstandigheid op zichzelf maakt evenwel nog niet aannemelijk dat het voor eiser in het bijzonder op voorhand zinledig is om in Marokko bescherming van de autoriteiten in te roepen. Evenmin heeft hij met de rapportages aannemelijk gemaakt dat het zinledig is om tegen gebrekkig optreden van een instantie als de politie of justitie zijn beklag te doen of een rechtsmiddel aan te wenden bij hogere Marokkaanse autoriteiten.</para>
    <para />
    <para>3. De conclusie is dat verweerder terecht de asielaanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen.</para>
    <para />
    <para>4. Uit deze conclusie vloeit voort dat verweerder mocht bepalen dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten1. Dientengevolge was verweerder verplicht om aan eiser een inreisverbod op te leggen.2 Eiser heeft tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod geen beroepsgronden gericht.</para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is dus ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="41035a1e-08db-41d2-9d38-764a094dbde9" depth="1" width="192" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Dit blijkt uit artikel 62 lid 2 onder b van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw).</para>
    <para>2 Artikel 66a lid 1 onder a van de Vw.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="24f1ee93-e5bb-49ba-a4a1-307ba37ea434" depth="82" width="251" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="359429e8-3501-4916-ab61-77184aa1fbcd" depth="82" width="251" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>29 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl</para>
    <parablock>
      <para />
      <para>Mr. R.J.A. Schaaf	A. Vranken</para>
      <para>Rechter	Griffier</para>
      <para>Rechtbank Midden-Nederland	Rechtbank Midden-Nederland</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Documentcode: [documentcode]</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>