<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:15421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-21T13:36:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 21_706</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:15421">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:15421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-21T13:36:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:15421 Rechtbank Den Haag , 11-02-2021 / AWB 21_706</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:15421:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>spoedpiket, geen ordemaatregel, geen besluit of feitelijke handeling, voorzieningenrechter is niet bevoegd om van voorlopige voorziening kennis te nemen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:15421:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: AWB 21/706 IRV/TKB (geen ordemaatregel)</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 februari 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], verzoeker</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 15 januari 2021 (het bestreden besluit) is op grond van artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) aan verzoeker een terugkeerbesluit opgelegd, waardoor verzoeker binnen 28 dagen Nederland en het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland moet verlaten. In ditzelfde besluit is aan verzoeker een inreisverbod van een jaar opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer NL21.1430). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (zaaknummer AWB 21/706) te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij fax van 9 februari 2021 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van spoedvoorziening te bepalen dat verzoeker de behandeling van het beroep tegen het bestreden besluit in Nederland mag bijwonen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder is niet gevraagd om een verweerschrift in te dienen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart zich onbevoegd van de door verzoeker ingestelde spoedvoorziening kennis te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, in samenhang met artikel 8:83, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter, indien hij kennelijk onbevoegd is of indien het verzoek kennelijk gegrond, ongegrond of niet-ontvankelijk is, uitspraak doen zonder zitting. De voorzieningenrechter ziet aanleiding van deze bevoegdheid gebruik te maken.	</para>
    <para />
    <para>2. In het bestreden besluit is aan verzoeker een termijn van 28 dagen gegeven om Nederland en het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland te verlaten. Op 8 februari 2021 is door de regievoerder aan de gemachtigde van verzoeker een e-mail gezonden. In deze e-mail staat het volgende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">Goedemiddag,</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Uw client de heer A. is verschenen op de meldplicht.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Hij had echter geen ticket bij zich omdat hij in de veronderstelling is dat hij het beroep en vovo mag afwachten. </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat is niet het geval.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Graag ontvang ik van hem als afgesproken de ticket met vertrek uiterlijk 12 februari. Dit dient een vlucht te zijn met vertrek vanaf Schiphol zonder transit in de EU. (…)</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de inhoud van deze e-mail een feitelijke mededeling die niet op rechtsgevolg is gericht. Met deze e-mail is door de regievoerder uitsluitend mededeling gedaan van het uit het bestreden besluit voortvloeiende rechtsgevolg, namelijk dat verzoeker uiterlijk 12 februari 2021 (28 dagen na de datum van het bestreden besluit) Nederland en het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland dient te verlaten. Er zijn echter geen nieuwe rechtsgevolgen in het leven geroepen. </para>
    <para />
    <para>4. De conclusie is dan ook dat de e-mail geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het verzoek is ook niet gericht tegen een feitelijk handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vw. De e-mail is in zoverre slechts een informatieve mededeling richting verzoeker. </para>
    <para />
    <para>5. Dit betekent dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om van de door de vreemdeling verzochte spoedvoorziening kennis te nemen.    </para>
    <para />
    <para>6. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om een ordemaatregel te treffen.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. R.G. Kamphof, griffier, op 11 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt via publicatie op rechtspraak.nl</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier													rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>