<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:15309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-17T09:54:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL 21.18113</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:15309">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:15309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-17T09:53:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:15309 Rechtbank Den Haag , 10-12-2021 / NL 21.18113</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:15309:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel / beroepsgronden zijn herhaling van zienswijze / beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:15309:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:  NL21.18113 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        [V-Nummer] </para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Timmer), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. I.E. Lemmers). </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij  besluit van 11 november 2021 (het bestreden besluit)  heeft verweerder de aanvraag van </para>
      <para>eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning  asiel voor bepaalde tijd  in de algemene </para>
      <para>procedure afgewezen als ongegrond.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit  beroep ingesteld.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek op de zitting  heeft hybride plaatsgevonden op 2 december 2021. Eiser is </para>
      <para>fysiek verschenen, bijgestaan door zijn  gemachtigde. Als tolk is verschenen G. Ahmed. </para>
      <para>Verweerder heeft zich via CMS laten vertegenwoordigen door zijn  gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eisers asielrelaas  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiser heeft de Saoedi-Arabische nationaliteit  en is geboren op [geboortedatum]  2003. Op </para>
        <para>9 oktober 2021  heeft eiser een asielaanvraag ingediend.  Hieraan heeft eiser ten grondslag </para>
        <para>gelegd dat hij  op [begin] oktober 2021 is vertrokken uit Saoedi-Arabië, omdat hij  zich op                        </para>
        <para>5 april  2020 heeft afgewend van de islam. Eiser gelooft niet meer in de islam  en wil de </para>
        <para>islam niet meer praktiseren. Hij wil bijvoorbeeld  niet meer vasten en bidden. Zijn  familie, </para>
        <para>met name zijn  moeder, zette hem onder druk om de islam wel te praktiseren. Hierdoor </para>
        <para>ontstonden vaak ruzies. Vanwege deze constante en langdurige  druk vanuit zijn  familie </para>
        <para>heeft hij  Saoedi-Arabië verlaten. In Saoedi-Arabië leefde hij  een vals leven en hij  wil dat </para>
        <para>niet meer. Na zijn  afwending van de islam heeft eiser onderzoek gedaan naar het atheïsme </para>
        <para>en het agnosticisme. Eiser beschouwt zichzelf  nu als agnost. In geval van terugkeer naar </para>
        <para>Saoedi-Arabië vreest hij  opnieuw onderdrukt  te worden door zijn  familie  en gearresteerd te worden door de autoriteiten van Saoedi-Arabië.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:  </para>
      <para />
      <para>a. Identiteit,  nationaliteit  en herkomst; </para>
      <para>b. Afwending van de islam; </para>
      <para>c. Bekering tot het agnosticisme; </para>
      <para>d. Problemen met familie. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bestreden besluit </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. In het bestreden besluit  heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid,  van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder acht eisers identiteit,  nationaliteit  en herkomst geloofwaardig. Verweerder acht echter niet </para>
      <parablock>
        <para>geloofwaardig dat eiser zich heeft afgewend van de islam,  omdat eisers verklaringen </para>
        <para>hierover wisselend, summier en vaag zijn  en hij  met zijn  verklaringen  geen inzicht  heeft </para>
        <para>verschaft over het proces van de afwending en zijn  beleving  hierbij.  Ook heeft verweerder </para>
        <para>niet geloofwaardig geacht dat eiser vervolgens is bekeerd tot het agnosticisme,  omdat eiser </para>
        <para>verweerder er niet van heeft kunnen overtuigen  dat zijn  bekering tot het agnosticisme </para>
        <para>voortkomt  uit een diepgewortelde overtuiging  en dat zijn  bekering een weloverwogen keuze is geweest. Tot slot heeft verweerder niet geloofwaardig  geacht dat eiser als gevolg van zijn gestelde afwending en bekering problemen heeft ondervonden  met zijn  familie  en dat hij problemen zal ondervinden  met de autoriteiten  van Saoedi-Arabië.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Communicatie over de afdoeningswijze van eisers asielaanvraag  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiser voert aan dat hij  door de onduidelijke  communicatie vanuit  verweerder in de veronderstelling  was dat zijn  asielaanvraag in de verlengde asielprocedure en niet in de </para>
        <para>algemene asielprocedure behandeld zou worden.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft zich in het bestreden besluit en op de zitting  op het standpunt </para>
        <para>gesteld dat in het model M113 ten onrechte staat vermeld dat eisers asielaanvraag zich niet </para>
        <para>leent voor een behandeling  in de algemene asielprocedure. In de daarbij gevoegde mail  staat echter expliciet  vermeld dat eisers asielaanvraag in de algemene asielprocedure zal worden behandeld. Verweerder heeft in verdere communicatie ook vermeld dat eisers asielaanvraag in de algemene asielprocedure zal worden behandeld. Naar aanleiding  van de onjuiste vermelding  in  het model  M113 heeft verweerder ook contact opgenomen met de </para>
        <para>gemachtigde van eiser, waarbij verweerder met eisers gemachtigde termijnen  heeft </para>
        <para>afgesproken voor het indienen  van de correcties en aanvullingen.  Eisers gemachtigde heeft </para>
        <para>vervolgens op de afgesproken dag de correcties en aanvullingen  ingediend.  Ook heeft eiser </para>
        <para>tijdig  de zienswijze  ingediend.  Nu hieruit  volgt dat eiser de correcties en aanvullingen  en de zienswijze  tijdig  heeft kunnen indienen,  ziet de rechtbank, voor zover eiser dit betoogt, niet in dat eiser in zijn  belangen is geschaad door de onjuiste  mededeling  in de M113. Wat eiser onder 3.1. heeft aangevoerd maakt het bestreden besluit  dan ook niet onrechtmatig.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geloofwaardigheid van eisers asielrelaas   </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiser voert verder aan dat verweerder zijn  afwending van de islam,  zijn  bekering tot het agnosticisme en zijn  problemen daardoor ten onrechte en zonder goede motivering </para>
        <para>ongeloofwaardig  heeft geacht. Uit onder andere de (in het Nederlands vertaalde) </para>
        <para>chatberichten met zijn  zus [naam zus] blijkt  dat eiser is afgewend van de islam en dat eisers zus</para>
        <para>op de hoogte is van die afwending. Eiser kan vanwege die chatberichten niet alleen </para>
        <para>problemen krijgen  met zijn  familie,  maar ook met de autoriteiten van Saoedi-Arabië.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank constateert dat eiser dit  standpunt heeft onderbouwd door grotendeels </para>
        <para>te herhalen wat hij  hierover al in de zienswijze  naar voren heeft gebracht, te benoemen wat </para>
        <para>verweerder hierover in het bestreden besluit  heeft gesteld en slechts te vermelden dat dat </para>
        <para>standpunt niet begrijpelijk  is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in het bestreden besluit,  waarvan de overwegingen uit het voornemen deel uitmaken,  op de </para>
        <para>pagina’s 3 tot en met 5 voldoende  gemotiveerd op het standpunt gesteld dat wat eiser naar </para>
        <para>voren heeft gebracht niet maakt dat verweerder eisers gestelde afwending van de islam,  zijn </para>
        <para>bekering tot het agnosticisme en zijn  problemen  als gevolg daarvan, niet ongeloofwaardig </para>
        <para>heeft kunnen achten. Nu eiser dit  in beroep onvoldoende  gemotiveerd heeft bestreden, ziet </para>
        <para>de rechtbank geen aanleiding  hierover anders te oordelen. Ook met de overgelegde </para>
        <para>chatberichten heeft eiser niet alsnog aannemelijk  gemaakt dat hij  is afgewend van de islam </para>
        <para>en dat hij  daardoor problemen  zal krijgen  met zijn  familie.  Evenmin valt in te zien  dat eiser vanwege die chatberichten bij  terugkeer problemen  zal ondervinden  met de autoriteiten van Saoedi-Arabië, omdat die chatberichten dateren van vóór zijn  vertrek uit Saoedi-Arabië op [begin] oktober 2021  en eiser Saoedi-Arabië legaal heeft kunnen verlaten.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.  	De asielaanvraag van eiser is daarom terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep </para>
        <para>is ongegrond.  Voor een proceskostenveroordeling  bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van  </para>
      <para>mr. R.S.H.M. Hussien, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 10 december 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij  de Afdeling </para>
      <para>bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen  één week na de dag van bekendmaking.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>