<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:15180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-12T09:04:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL 21.14188</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:15180">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:15180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-12T09:04:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:15180 Rechtbank Den Haag , 17-09-2021 / NL 21.14188</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:15180:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring / verkapt vreemdelingentoezicht / onjuiste bewaringsgrondslag / geen beëindigde tolk / beroep gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:15180:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
      <para>
        <?linebreak?>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.14188</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [V-Nummer]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] ,  </bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum]  1983, van (gestelde) Guinese nationaliteit,  eiser </para>
      <para>(gemachtigde:  mr. R.M. Seth Paul), </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">en </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder </bridgehead>
    <para>( [gemachtigde verweerder] ). </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij  besluit van 31 augustus 2021 (het bestreden besluit)  heeft verweerder aan eiser de </para>
      <para>maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid,  van de Vreemdelingenwet 2000 </para>
      <para>(Vw) opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit  beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden </para>
      <para>aangemerkt als een verzoek om toekenning  van schadevergoeding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 14 september 2021 op zitting  behandeld. Partijen zijn </para>
      <para>telefonisch gehoord. Zij  hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.  	Eiser voert, kort samengevat, aan dat sprake is van een verkapt </para>
      <para>vreemdelingrechtelijke  staandehouding,  nu uit het proces-verbaal van bevindingen </para>
      <para>onvoldoende  duidelijk  blijkt  wat de aanleiding  was om eiser staande te houden. Daarnaast is eiser op de verkeerde grondslag opgehouden  voorafgaand aan de bewaring, is ten onrechte </para>
      <para>geen gebruik  gemaakt van een beëdigde tolk bij  het gehoor en had verweerder, gelet op </para>
      <para>eisers verklaringen  bij  dit gehoor, moeten onderzoeken of eiser rechtsbijstand bij  het gehoor wilde. Verder heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom geen lichter middel opgelegd is. Tot slot handelt verweerder onvoldoende voortvarend; voor eiser is op  </para>
      <para>10 september jl.  een vlucht naar Italië aangevraagd voor bijna  een maand later, namelijk   </para>
      <para>4 oktober 2021. De belangenafweging valt vanwege deze opeenstapeling  van gebreken uit </para>
      <para>in het voordeel van eiser.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt.  Uit het proces-verbaal van bevindingen  van  </para>
        <para>31 augustus 2021 blijkt  het volgende. De verbalisanten zagen eiser met twee mannen die </para>
        <para>hem vergezelden. “Een persoon” leek mogelijk  op een persoon uit een briefing.  Diegene zou betrokken zijn  bij  het vervoeren van xtc-pillen.  De verbalisanten zagen verder een blikje op tafel zagen staan, vermoedelijk  met alcohol,  terwijl  de mannen zich in een gebied bevonden waar een alcoholverbod  geldt. De verbalisanten zijn  vervolgens naar de mannen toe gefietst. Daar aangekomen, zagen zij  dat het blikje  geen alcohol bevatte, maar frisdrank. De verbalisanten hebben de drie mannen staande gehouden en naar hun identiteitsbewijs </para>
        <para>gevraagd.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Vast staat dat de mannen niet in overtreding waren van het kennelijk  aldaar </para>
        <para>geldende alcoholverbod.  Het blikje  dat bij  hen is aangetroffen, bevatte immers frisdrank. </para>
        <para>Dat kan voor de verbalisanten dan ook geen reden zijn  geweest om eiser staande te houden </para>
        <para>en te vragen naar zijn  identiteitsbewijs.  Blijft  over de verklaring  van de verbalisanten dat zij een persoon zagen “die mogelijk  leek op een persoon uit de briefing”  en dat “vanuit  de </para>
        <para>briefing  bleek dat die te maken had met het vervoeren van xtc pillen”.  In het proces-verbaal </para>
        <para>wordt echter niet nader gespecificeerd welke van deze drie personen mogelijk  leek op de </para>
        <para>persoon uit de briefing,  wat het signalement  was en op grond waarvan de betreffende </para>
        <para>persoon voldeed aan dat signalement. Evenmin  is een afzonderlijk  proces-verbaal </para>
        <para>voorhanden waarin dit wel nader is geconcretiseerd. Het is dan ook onvoldoende  duidelijk </para>
        <para>in welk kader en onder welke omstandigheden  eiser is gevraagd zijn  identiteitsbewijs  te </para>
        <para>tonen. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de controle op de identiteit  van eiser </para>
        <para>heeft plaatsgevonden in het kader van de uitoefening  van de bevoegdheid  neergelegd in </para>
        <para>artikel 50, eerste lid,  van de Vw. Aan de omstandigheid  dat eiser met twee andere personen </para>
        <para>op een bankje zat in het Westerpark in Amsterdam, kan naar het oordeel van de rechtbank </para>
        <para>echter geen redelijk  vermoeden van illegaal  verblijf  als bedoeld in voornoemd artikel </para>
        <para>worden ontleend. De beroepsgrond slaagt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Ook eisers beroepsgrond dat hij  op de verkeerde grondslag is opgehouden slaagt. </para>
      <parablock>
        <para>Eiser is opgehouden  op grond van artikel 50, tweede lid,  van de Vw, maar verweerder heeft </para>
        <para>op de zitting  erkend dat hij  had moeten worden opgehouden op grond van het derde lid  van </para>
        <para>dit artikel. Al tijdens  dat strafrechtelijke traject voorafgaand aan de bewaring is immers </para>
        <para>geconstateerd dat hij  onder de door hem opgegeven naam [eiser] , geboren op  </para>
        <para>
          [geboortedatum] 1983,  stond geregistreerd als ‘verwijderbaar’ in de systemen van de verweerder.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Eisers beroepsgrond dat ten onrechte geen gebruik is gemaakt van een beëdigde </para>
      <parablock>
        <para>tolk bij  het gehoor voorafgaand aan de bewaring slaagt eveneens. Op grond van artikel 28, </para>
        <para>eerste lid,  van de Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Wbtv) maakt verweerder in het </para>
        <para>vreemdelingenrecht uitsluitend  gebruik van beëdigde tolken en vertalers. Op grond van het </para>
        <para>derde lid  kan daarvan kan worden afgeweken indien wegens vereiste spoed geen beëdigde </para>
        <para>of vertaler tijdig  beschikbaar is of indien  het register voor de desbetreffende bron- of </para>
        <para>doeltaal dan wel bron- of doeltalen  geen ingeschrevene bevat.    </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan door verweerder in het proces-verbaal van overname en ophouding  is vermeld is </para>
        <para>wel degelijk  een beëdigde tolk  Pulaar opgenomen in het register voor beëdigde tolken en </para>
        <para>vertalers. Verweerder heeft in strijd  met artikel 28,  vierde lid,  van de Wbtv onvoldoende </para>
        <para>toegelicht  waarom van deze tolk op dat moment geen gebruik  kon worden gemaakt. Er is </para>
        <para>daarom sprake van een motiveringsgebrek.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Volgens vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_c669ec3b-61a1-4069-a739-eda22552c7c4" /> maken de hierboven genoemde gebreken de bewaring </para>
      <parablock>
        <para>niet direct onrechtmatig, tenzij  de daarmee gediende belangen niet in redelijke  verhouding </para>
        <para>staan tot de ernst van het gebreken en de daardoor geschonden belangen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. De rechtbank is van oordeel dat die belangenafweging  vanwege de opeenstapeling </para>
      <parablock>
        <para>van gebreken uitvalt  in  het voordeel van eiser nu hij,  met name door de onterechte  </para>
        <para>staandehouding,  daadwerkelijk  in zijn  belangen is geschaad. Het door verweerder gestelde </para>
        <para>belang bij  overdracht van eiser aan Italië weegt daar niet tegen op.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. Het beroep is reeds hierom gegrond. De overige beroepsgronden behoeven daarom </para>
      <parablock>
        <para>geen verdere bespreking. De maatregel van bewaring is vanaf het moment van opleggen </para>
        <para>daarvan onrechtmatig. De rechtbank beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring </para>
        <para>met ingang van 17 september 2021. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>8. Op grond van artikel  106 van de Vw kan de rechtbank indien  zij  de opheffing van </para>
      <parablock>
        <para>de maatregel van bewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat </para>
        <para>toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen </para>
        <para>voor 18 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging  van de) vrijheidsontnemende  maatregel van 1 x € 130,- (verblijf  politiecel)  en 17 x € 100,- (verblijf  detentiecentrum) = € 1.830,-. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>9. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze </para>
      <parablock>
        <para>kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door </para>
        <para>een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.496,- (1 punt voor het indienen </para>
        <para>van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting  met een waarde per punt van </para>
        <para>€ 748,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging  is verleend, moet </para>
        <para>verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond; </para>
    <para>- beveelt de opheffing  van de maatregel van bewaring met ingang van 17 september 2021; </para>
    <para>- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser </para>
    <parablock>
      <para>tot een bedrag van € 1.830,-,  te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging  van </para>
      <para>deze schadevergoeding; </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.496,-. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van  </para>
      <para>D.P. van Middelkoop,  griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op 17 september 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij  de Afdeling </para>
      <para>Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c669ec3b-61a1-4069-a739-eda22552c7c4" label="1">
    <para>  Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van  </para>
    <para>18 september 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:3074.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>