<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:15179</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-12T08:55:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL 21.14025</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:15179">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:15179</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-12T08:54:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:15179 Rechtbank Den Haag , 01-10-2021 / NL 21.14025</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:15179:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring / In het geval van eiser is niet gebleken dat al na het aanmeldgehoor duidelijk  was dat zijn  asielaanvraag zou worden ingewilligd  dan wel dat de behandeling  daarvan zich niet meer leende voor de grensprocedure / beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:15179:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
      <para>
        <?linebreak?>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.14025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [V-Nummer]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] ,  </bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1985, van Turkse nationaliteit,  eiser </para>
      <para>(gemachtigde:  mr. D.G. Metselaar), </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">en </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Dalhuisen).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij  besluit van 22 augustus 2021 (het bestreden besluit)  is aan eiser met toepassing van </para>
      <para>artikel 6, derde lid,  van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende </para>
      <para>maatregel opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit  beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden </para>
      <para>aangemerkt als een verzoek om toekenning  van schadevergoeding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de vrijheidsontnemende  maatregel op 4 september 2021 opgeheven.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 14 september 2021 op zitting  behandeld. Partijen zijn </para>
      <para>telefonisch gehoord. Zij  hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.  	Omdat de maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling  zich in deze zaak tot de </para>
      <para>vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit  verband moet de vraag </para>
      <para>worden beantwoord of de tenuitvoerlegging  van de maatregel op enig moment voorafgaande </para>
      <para>aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiser voert aan dat de maatregel ten onrechte heeft voortgeduurd  na het </para>
        <para>aanmeldgehoor in de asielprocedure, dat plaatsvond op 25 augustus 2021. Eiser wijst in dat </para>
        <para>verband op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats  Haarlem, van 23 juli  2021 </para>
        <para>(NL21.11134). Daaruit volgt  volgens  eiser dat verweerder erkent dat in sommige  gevallen </para>
        <para>mogelijk  al na het aanmeldgehoor een beslissing  kan worden genomen op het asielverzoek </para>
        <para>dan wel over de vraag of de aanvraag zich nog leent voor behandeling  in de grensprocedure, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>omdat in dat gehoor al wordt gevraagd naar de asielmotieven.  In het geval van eiser was na </para>
        <para>het aanmeldgehoor duidelijk  dat de aanvraag zich niet meer leende voor afdoening in de </para>
        <para>grensprocedure. De bestreden maatregel is daarom onrechtmatig vanaf  </para>
        <para>1 september 2021,  de datum waarop beroep is ingesteld,  aldus eiser.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.  Met </para>
        <para>ingang  van 25 juni  2021<footnote-ref linkend="_1697aca3-7092-43e6-8a9e-4a9451c7a2e1" />  is de algemene asielprocedure gewijzigd.  Daarbij zijn  wijzigingen doorgevoerd in de aanmeldprocedure en het aanmeldgehoor en is het eerste gehoor komen te vervallen. Ten aanzien van het nader gehoor zijn  geen wijzigingen  doorgevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Eén van de wijzigingen,  opgenomen  in het vierde lid  van artikel 3.108d,  </para>
        <para>Vreemdelingenbesluit  2000 (Vb), is dat in het aanmeldgehoor kort wordt gevraagd naar de  </para>
        <para>asielmotieven  van een vreemdeling.  Het doel daarvan is blijkens  dit artikellid  en de  </para>
        <para>toelichting  daarbij  om het asielproces efficiënter in te richten en de kwaliteit  van de  </para>
        <para>besluitvorming  te bevorderen. In het vijfde lid  van artikel 3.108d, Vb is bepaald dat bij  de  </para>
        <para>beoordeling  van de inwilligbaarheid  van de aanvraag de door de vreemdeling  tijdens de  </para>
        <para>aanmeldfase afgelegde verklaringen  omtrent zijn  asielmotieven  niet zullen  worden  </para>
        <para>betrokken, uitzonderingen  daargelaten voor daden als bedoeld in 1(F) van het  </para>
        <para>Vluchtelingenverdrag  of andere zware strafbare feiten. Het voorgaande is op grond van het  </para>
        <para>zevende lid  van 3.108d Vb ook van toepassing op de grensprocedure. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In het geval van eiser is niet gebleken dat al na het aanmeldgehoor duidelijk  was </para>
        <para>dat zijn  asielaanvraag zou worden ingewilligd  dan wel dat de behandeling  daarvan zich niet meer leende voor de grensprocedure. Verweerder heeft in de grensprocedure enige tijd  en ruimte nodig  om te kunnen beoordelen of geen sprake is van contra- of 1F-indicaties. </para>
        <para>Verweerder betoogt in dit verband terecht dat het aanmeldgehoor geen volledig  inhoudelijk </para>
        <para>gehoor is en dat het inhoudelijke  onderzoek plaats vindt  tijdens  het nader gehoor. Dat eiser </para>
        <para>met een geldig  visum  naar Nederland is gereisd maakt dat niet anders. Dit betrof een visum </para>
        <para>voor tijdelijk  verblijf,  maar eiser heeft bij  aankomst op Schiphol  asiel aangevraagd. Eisers </para>
        <para>doelstelling  van permanent verblijf  komt dus niet meer overeen met het doel waarvoor het </para>
        <para>visum  is afgegeven en verweerder mocht dan ook nader onderzoek doen naar contra-</para>
        <para>indicaties.  Of verweerder die beoordeling  voldoende  voortvarend ter hand heeft genomen, </para>
        <para>kan slechts zeer terughoudend worden getoetst in deze procedure. Alleen wanneer evident is </para>
        <para>dat de aanvraag niet langer in aanmerking kwam voor afdoening in de grensprocedure kan </para>
        <para>hieraan een conclusie ten aanzien van de vrijheidsontnemende  maatregel worden verbonden. </para>
        <para>Een dergelijke  situatie deed zich hier niet voor. De maatregel is immers twee dagen na </para>
        <para>afloop van het nader gehoor opgeheven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiser voert verder aan dat de maatregel onevenredig  bezwarend was, omdat hij </para>
        <para>vanwege zijn  geaardheid werd gediscrimineerd  en gepest in het detentiecentrum, zelfs door </para>
        <para>bewakers.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Deze beroepsgrond slaagt ook niet. Niet is gebleken dat eiser gedurende de detentie </para>
        <para>hierover zijn  beklag heeft gedaan bij  de directeur van de inrichting  dan wel de bij  de </para>
        <para>klachtencommissie,  zodat eventueel onderzoek kon worden gedaan naar de gestelde </para>
        <para>stelling  van eiser, hoewel ernstig van aard, is dan onvoldoende  om tot de conclusie te komen dat de maatregel om die reden op enig moment onevenredig bezwarend is geweest.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding </para>
      <para>afgewezen. </para>
      <para />
      <para>5. Voor een proceskostenveroordeling  bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond; </para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van  </para>
      <para>D.P. van Middelkoop,  griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 1 oktober 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij  de Afdeling </para>
      <para>Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1697aca3-7092-43e6-8a9e-4a9451c7a2e1" label="1">
    <para>  Besluit van 28 mei 2021  tot wijziging  van het Vreemdelingenbesluit  2000,  in verband met het </para>
    <para>regelen van de aanmeldfase, het vervallen van het eerste gehoor in de algemene asielprocedure en het </para>
    <para>doorvoeren van enkele technische aanpassingen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>