<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:15178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-12T08:47:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL 21.14150</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:15178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:15178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-12T08:46:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:15178 Rechtbank Den Haag , 01-10-2021 / NL 21.14150</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:15178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bewaring / In het geval van eiseres is niet gebleken dat al na het aanmeldgehoor duidelijk  was dat haar asielaanvraag zou worden ingewilligd.  Verweerder heeft in de grensprocedure </para>
        <para>enige tijd  en ruimte nodig  om te kunnen beoordelen of geen sprake is van contra- of  1F-indicaties / beroep ongegrond.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:15178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
      <para>
        <?linebreak?>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.14150</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [V-Nummer]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1991,  van Turkse nationaliteit,  eiseres </para>
      <para>(gemachtigde:  mr. P.J. Schüller), </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">en </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Dalhuisen). </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij  besluit van 31 augustus 2021 (het bestreden besluit)  is aan eiseres met toepassing van </para>
      <para>artikel 6, derde lid,  van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende </para>
      <para>maatregel opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit  beroep ingesteld.  Dit beroep moet tevens worden </para>
      <para>aangemerkt als een verzoek om toekenning  van schadevergoeding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de vrijheidsontnemende  maatregel op 10 september 2021 opgeheven.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 14 september 2021 op zitting  behandeld. Partijen zijn </para>
      <para>telefonisch gehoord. Zij  hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel  5.1a van het Vreemdelingenbesluit  2000 (Vb) wordt een </para>
    <parablock>
      <para>vrijheidsontnemende  maatregel op grond van artikel 6, derde lid,  van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd  of voortgezet indien  sprake is van bijzondere  individuele  omstandigheden die vrijheidsontneming  onevenredig </para>
      <para>bezwarend maken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Omdat de maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling  zich in deze zaak tot de </para>
    <parablock>
      <para>vraag of aan eiseres schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de </para>
      <para>vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging  van de maatregel op enig moment </para>
      <para>voorafgaande aan de opheffing  daarvan onrechtmatig is geweest.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres voert aan dat de maatregel ten onrechte heeft voortgeduurd  na het </para>
        <para>aanmeldgehoor in de asielprocedure, dat plaatsvond op 3 september 2021. Eiseres wijst  in </para>
        <para>dat verband op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats  Haarlem, van 23 juli  2021 </para>
        <para>(NL21.11134). Daaruit volgt  volgens  eiseres dat verweerder erkent dat in sommige  gevallen mogelijk  al na het aanmeldgehoor een beslissing  kan worden genomen op het asielverzoek, omdat daarin al wordt gevraagd naar de asielmotieven.  In het geval van eiseres had verweerder direct na het aanmeldgehoor die beslissing  moeten nemen. Van belang daarbij  is dat eiseres advocate was in Turkije,  haar hele leven betrokken is geweest bij de Gulen-beweging, dat zij  met een geldig  visum  naar Nederland is gereisd en dat zij  beschikt over veel documenten die haar aanvraag ondersteunen.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.  Met </para>
        <para>ingang  van 25 juni  2021<footnote-ref linkend="_7d43e52c-02a1-43cd-a4ba-69adbd3f3efa" />  is de algemene asielprocedure gewijzigd.  Daarbij zijn  wijzigingen doorgevoerd in de aanmeldprocedure, het aanmeldgehoor en is het eerste gehoor komen te vervallen. Ten aanzien van het nader gehoor zijn  geen wijzigingen  doorgevoerd.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Eén van de wijzigingen,  opgenomen  in het vierde lid  van artikel 3.108d,  </para>
        <para>van het Vb, is dat in het aanmeldgehoor  kort wordt gevraagd naar de  </para>
        <para>asielmotieven  van een vreemdeling.  Het doel daarvan is blijkens  dit artikellid  en de  </para>
        <para>toelichting  daarbij  om het asielproces efficiënter in te richten en de kwaliteit  van de  </para>
        <para>besluitvorming  te bevorderen. In het vijfde lid  van artikel 3.108d, van het Vb is bepaald dat </para>
        <para>bij  de beoordeling  van de inwilligbaarheid  van de aanvraag de door de vreemdeling  tijdens </para>
        <para>de aanmeldfase afgelegde verklaringen  omtrent zijn  asielmotieven  niet zullen  worden </para>
        <para>betrokken, uitzonderingen  daargelaten voor daden als bedoeld in 1(F) van het  </para>
        <para>Vluchtelingenverdrag  of andere zware strafbare feiten. Het voorgaande is op grond van het  </para>
        <para>zevende lid  van 3.108d van het Vb ook van toepassing op de grensprocedure. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In het geval van eiseres is niet gebleken dat al na het aanmeldgehoor duidelijk  was </para>
        <para>dat haar asielaanvraag zou worden ingewilligd.  Verweerder heeft in de grensprocedure </para>
        <para>enige tijd  en ruimte nodig  om te kunnen beoordelen of geen sprake is van contra- of  </para>
        <para>1F-indicaties.  Verweerder betoogt in dit verband terecht dat het aanmeldgehoor  geen </para>
        <para>volledig  inhoudelijk  gehoor is en dat het inhoudelijke  onderzoek plaats vindt tijdens  het </para>
        <para>nader gehoor. Dat eiseres advocate is en heeft verklaard betrokken te zijn  geweest bij de </para>
        <para>Gülen-beweging  doet hier niet aan af. Ook ten aanzien van dit betoog moet verweerder </para>
        <para>enige tijd  worden gegund om onderzoek te verrichten. Dat eiseres met een geldig  visum </para>
        <para>naar Nederland is gereisd maakt dat evenmin  anders. Dit betrof een visum  voor tijdelijk </para>
        <para>verblijf,  maar eiseres heeft bij aankomst op Schiphol  asiel aangevraagd. Haar doelstelling </para>
        <para>van permanent verblijf  komt dus niet meer overeen met het doel waarvoor het visum is </para>
        <para>afgegeven en verweerder mocht dan ook nader onderzoek doen naar contra-indicaties. Of </para>
        <para>verweerder die beoordeling  voldoende  voortvarend ter hand heeft genomen, kan slechts zeer terughoudend worden getoetst in deze procedure. Slechts wanneer evident is dat de </para>
        <para>aanvraag niet langer in aanmerking kwam voor afdoening in de grensprocedure kan hieraan </para>
        <para>een conclusie ten aanzien van de vrijheidsontnemende  maatregel worden verbonden. Een </para>
        <para>dergelijke  situatie deed zich hier niet voor. De asielaanvraag van eiseres is binnen  korte tijd </para>
        <para>op 10 september 2021 ingewilligd  en de maatregel is op dezelfde dag opgeheven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding </para>
      <para>afgewezen. </para>
      <para />
      <para>5. Voor een proceskostenveroordeling  bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond; </para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van  </para>
      <para>D.P. van Middelkoop,  griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 1 oktober 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij  de Afdeling </para>
      <para>Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7d43e52c-02a1-43cd-a4ba-69adbd3f3efa" label="1">
    <para> Besluit van 28 mei 2021  tot wijziging  van het Vreemdelingenbesluit  2000,  in verband met het </para>
    <para>regelen van de aanmeldfase, het vervallen van het eerste gehoor in de algemene asielprocedure en het </para>
    <para>doorvoeren van enkele technische aanpassingen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>