<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:1489</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-04T09:23:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/606627 / JE RK 21-136</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:1489">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:1489</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-04T09:22:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:1489 Rechtbank Den Haag , 09-02-2021 / C/09/606627 / JE RK 21-136</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:1489:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging tot uithuisplaatsing artikel 1:265b BW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:1489:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd- en Zorgrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaksgegevens: C/09/606627 / JE RK 21-136</para>
      <para>Datum uitspraak: 9 februari 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Machtiging tot uithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak naar aanleiding van het op 28 januari 2021 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 1]</emphasis>geboren op [geboortedag 1] 2006 te [geboorteplaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige 1] ; </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 2]</emphasis>geboren op [geboortedag 2] 2007 te [geboorteplaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige 2] . </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de man] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vrouw] </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>advocaat: mr. S. Salhi, te Den Haag. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Bij beschikking d.d. 28 januari 2021 van de kinderrechter in deze rechtbank zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis geplaatst in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 28 januari 2021 tot 11 februari 2021 en is de behandeling van het overige aangehouden tot deze zitting. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook voornoemde beschikking d.d. 28 januari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 februari 2021 is de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de vader;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de moeder, bijgestaan door haar advocaat; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [vertegenwoordigers van de GI] namens de gecertificeerde instelling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 1] . </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn beiden op 9 februari 2021 in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 4 september 2021, en tot machtiging [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 12 oktober 2021. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. De jeugdbescherming in Amsterdam was eerst betrokken bij [minderjarige 1] . Voor de terugplaatsing bij de vader en [minderjarige 2] zat hij in een gezinsgerichte voorzienig. De vader gaf in eerst instantie aan niet voor [minderjarige 1] te kunnen zorgen, maar heeft hem uiteindelijk toch mee naar huis genomen en aangegeven nu wel voor hem te kunnen zorgen. De jeugdbescherming in Amsterdam stond niet achter dit verblijf, omdat de situatie nog te onstabiel was. Na een paar weken is de situatie thuis geëscaleerd en zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader uit huis gehaald door de politie in verband met huiselijk geweld. De vader heeft aangegeven mishandeld te zijn door de kinderen en de kinderen geven aan mishandeld te zijn door de vader. De kinderen zijn daarna tijdelijk bij de oma geplaatst. Op dit moment is [minderjarige 1] bij [verblijfplaats 1] geplaatst en is [minderjarige 2] bij [verblijfplaats 2] geplaatst. De moeder verblijft bij de [verblijfplaats 3] en kan niet voor de kinderen zorgen. [minderjarige 1] wil bij de oma wonen, maar dit is full time niet haalbaar en [minderjarige 2] heeft eerst rust nodig voordat hij eventueel terug kan worden geplaatst bij de vader. De machtigingen tot uithuisplaatsing zijn noodzakelijk om de komende periode te kunnen onderzoeken wat het beste is voor de kinderen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. De moeder heeft verklaard dat ze het niet eens is met de opvoedingswijze van de vader. De vader kan de zorg en opvoeding van de kinderen niet aan en de moeder maakt zich zorgen over [minderjarige 2] . De vader slaapt overdag veel, waardoor [minderjarige 2] thuis niet de structuur en regelmaat krijgt die hij nodig heeft. Voordat [minderjarige 2] wordt teruggeplaatst bij de vader moeten er afspraken worden gemaakt en onderzoek worden gedaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft verweer gevoerd tegen de uithuisplaatsing van [minderjarige 2] . Voordat [minderjarige 1] bij hen kwam wonen ging het goed met [minderjarige 2] . Hij ging naar school en de vader loopt bij een psycholoog en heeft zijn traject bij de Brijder afgerond. De vader erkent dat de opvoeding en verzorging van [minderjarige 1] te zwaar voor hem is, maar hij begrijpt niet waarom [minderjarige 2] ook uit huis is geplaatst. De vader verzoekt daarom [minderjarige 2] weer bij hem te plaatsen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] toewijzen zoals verzocht. Daarbij overweegt de kinderrechter dat is gebleken dat noch één van de ouders, noch de oma in staat zijn om de volledige verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] op zich te nemen. De komende periode moet worden gezocht naar een geschikte verblijfsplek voor [minderjarige 1] en moet worden gekeken naar de mogelijkheden voor (gedeeltelijk) verblijf bij dan wel omgang met de oma. Voor [minderjarige 2] is het van belang dat hij nu de rust, stabiliteit en structuur krijgt die hij nodig heeft. De komende periode moet er eerst zicht komen op de opvoedsituatie bij de vader thuis, moet voortvarend onderzocht worden wat [minderjarige 2] nodig heeft om daar structureel veilig te kunnen verblijven en moeten er afspraken worden gemaakt om dit te realiseren. . De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing daarom toewijzen en acht de duur van drie maanden daarbij passend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom zal als volgt worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 11 februari 2021 tot 4 september 2021, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 11 februari 2021 tot 11 mei 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2021 door mr. M. Kramer, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V.A.H. Schoorl als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 februari 2021.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: </para>
              <para>- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. </para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van </para>
              <para>het gerechtshof Den Haag. </para>
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>