<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:1485</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-03T12:41:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/603976 / JE RK 20-2843</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:1485">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:1485</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-03T12:40:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:1485 Rechtbank Den Haag , 20-01-2021 / C/09/603976 / JE RK 20-2843</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:1485:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ondertoezichtstelling artikel 1:255 BW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:1485:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd- en Zorgrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaksgegevens: C/09/603976 / JE RK 20-2843</para>
      <para>Datum uitspraak: 20 januari 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Verlenging ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak naar aanleiding van het op 2 december 2020 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 te [geboorteplaats] ,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige] . </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de man] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vrouw]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres, </para>
      <para>advocaat: mr. P. Kruik, te Den Haag. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift met bijlagen; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de stukken van de advocaat moederszijde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 januari 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de vader;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de moeder, bijgestaan door haar advocaat en telefonisch door een tolk in de Engelse taal; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [vertegenwoordigers van de GI] namens de gecertificeerde instelling; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 24 januari 2020 [minderjarige] onder toezicht gesteld van 24 januari 2020 tot 24 januari 2021.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek </title>
    <para>Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van één jaar.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. Het afgelopen jaar zijn Ouderschap Blijft en Pluryn gestagneerd, omdat de moeder nog steeds overtuigd is dat het onveilig is bij de vader. Beide ouders laten zorgelijk gedrag zien, waardoor de hulpverlening om de zorgen weg te nemen en de veiligheid te waarborgen niet van de grond is gekomen. De ouders zijn aangemeld bij Mentaal Beter voor diagnostisch onderzoek, maar dit lost het loyaliteitsconflict van [minderjarige] niet op. De komende periode moeten de ouders met de hulpverlening aan de slag om ervoor te zorgen dat [minderjarige] niet langer klem zit in de strijd die de ouders voeren. Verlenging van de ondertoezichtstelling is daarom noodzakelijk. Ter zitting hebben de vader en de moeder aangegeven dat ze beide openstaan voor mediation met een onafhankelijke mediator van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. De moeder heeft verklaard dat ze de vader niet vertrouwt en dat het onveilig is bij hem. De moeder staat open voor professionele mediation als het over praktische zaken gaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft ook ingestemd met het verzochte. De vader heeft verklaard dat hij graag weer begeleide omgang met [minderjarige] wil en dat dit in het verleden goed ging. De vader staat ook open voor professionele mediation en wil dat er een plan van aanpak komt, zodat er de komende periode positieve stappen gezet kunnen worden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij overweegt de kinderrechter dat de hulpverlening de afgelopen periode is gestagneerd en de ouders nog geen stappen hebben gezet in het belang van [minderjarige] . De moeder heeft geen vertrouwen in de vader en maakt zich zorgen over de veiligheid van [minderjarige] . De ouders beschuldigen elkaar en er is veel wantrouwen. [minderjarige] heeft last van deze spanningen en zit klem in de strijd tussen de ouders, waardoor er sprake is van een loyaliteitsconflict. De kinderrechter is daarom van oordeel dat [minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd in haar ontwikkeling en acht verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om zicht te kunnen houden op de ontwikkeling van [minderjarige] en de veiligheid te kunnen waarborgen. Het is van belang dat de ouders de komende periode gaan samenwerken om in het belang van [minderjarige] de situatie te verbeteren. Ter zitting is besproken dat beide ouders bereid zijn om aan de slag te gaan met professionele mediation via de rechtbank en de kinderrechter geeft de ouders en de jeugdbeschermer mee dit traject zo snel mogelijk op te starten. Het is voorts aan de jeugdbeschermer om de zorgen en signalen van de ouders serieus te blijven nemen, waarbij goed in de gaten wordt gehouden of [minderjarige] te allen tijde veilig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom zal als volgt worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] van 24 januari 2021 tot 24 januari 2022 met behoud van de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2021 door mr. H.J.M. Smid-Verhage, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V.A.H. Schoorl als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 februari 2021.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: </para>
              <para>- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. </para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van </para>
              <para>het gerechtshof Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>