<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:14845</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-04T09:40:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 20/7585</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14845">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14845</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-04T09:39:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:14845 Rechtbank Den Haag , 23-12-2021 / AWB 20/7585</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14845:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ROV-maatregel, Regeling Verstrekkingen Asielzoekers, middelgrote impact, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14845:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: AWB 20/7585</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiser</bridgehead>
    <para>v-nummer: [Nummer]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), verweerder</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 5 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een maatregel op grond van het Reglement onthoudingen en verstrekkingen (ROV) opgelegd, inhoudende dat gedurende twee weken een bedrag van € 5,00 per week op de financiële toelage van eiser wordt ingehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser verblijft in de opvanglocatie van verweerder te Gilze. Verweerder heeft de maatregel opgelegd omdat eiser op 5 oktober 2020 overlast heeft veroorzaakt. Eiser heeft die dag namelijk geweigerd de aanwijzingen van een medewerker van verweerder op te volgen waarna hij die medewerker heeft uitgemaakt voor racist. Verweerder merkt de impact van deze overlast aan als middelgroot. Daarom is aan eiser een ROV-maatregel 2 opgelegd.  </para>
    <para />
    <para>3. Eiser is het niet eens met de maatregel. Eiser heeft een andere lezing van de feiten. Eiser was die dag om 11:50 uur bij de infobalie aanwezig om de post op te halen voor zijn vrouw, maar werd door een medewerker weggestuurd. Eiser ontkent dat hij deze medewerker een racist heeft genoemd. Ook stelt hij dat hij de aanwijzingen van de vrouw heeft opgevolgd door naar buiten te gaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toetsingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rva<footnote-ref linkend="_4862bb0a-a0b4-4e09-8716-64180f959676" /> ontvangen  asielzoekers in een opvanglocatie een financiële toelage. Verweerder kan op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h, gelezen in samenhang met artikel 19, eerste lid, onder a, van de Rva, de toelage beperken als een asielzoeker zich niet aan de huisregels van een opvanglocatie houdt. In artikel 10, vijfde lid, van de Rva is bepaald dat een beslissing tot het beperken van de toelage wordt gemotiveerd en wordt genomen op grond van de specifieke situatie van de asielzoeker.</para>
    <para />
    <para>5. Volgens de huisregels die verweerder hanteert<footnote-ref linkend="_74a2cc17-44ce-49b2-8f45-e10a6a05e658" /> is elke vorm van agressie en geweld tegen anderen verboden en wordt agressief en gewelddadig gedrag naar COA-medewerkers zwaarder bestraft. </para>
    <para />
    <para>6. Op grond van paragraaf 4.2 en 4.3. van het maatregelenbeleid<footnote-ref linkend="_a6a3bd2f-d948-4e9b-8bca-8255157ff6c0" /> legt verweerder bij een middelgrote impact van het getoonde gedrag van de bewoner een ROV-maatregel 2 of 3 op. Bij een ROV-maatregel 2 wordt maximaal €5,00 van het leefgeld gedurende een periode van twee weken ingehouden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Eiser bestrijdt dat hij zich niet aan de huisregels heeft gehouden. Ook ontkent eiser de medewerker te hebben uitgescholden. Volgens het incidentenverslag in het dossier weigerde eiser op 5 oktober 2020 desgevraagd de spreekkamer te verlaten. Na enig aandringen is eiser toch naar buiten gelopen. Vervolgens heeft hij de medewerker van verweerder (tot drie keer toe) een racist genoemd. Het incidentenverslag bevat ook de visie van eiser op wat er is gebeurd. Eiser heeft daarbij verklaard dat hij enkel de houding van de medewerker racistisch vond vanwege haar stemverheffing. </para>
    <para />
    <para>8. In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan verweerders weergave van het incident van 5 oktober 2020. Integendeel, ook in het gesprek dat verweerder met eiser over het incident heeft gevoerd, heeft eiser het gedrag van de medewerker racistisch genoemd. Tegen die achtergrond is de enkele, niet-onderbouwde ontkenning van eiser naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om niet van de feiten zoals opgenomen in het bestreden besluit uit te kunnen gaan. Naar het oordeel van de rechtbank staat voldoende vast dat eiser op 5 oktober 2020 heeft geweigerd de aanwijzingen van een medewerker van verweerder op te volgen, waarna hij die medewerker heeft uitgescholden. </para>
    <para />
    <para>9. Verweerder heeft dit gedrag van eiser mogen beschouwen als overlast met een middelgrote impact. Verweerder heeft daarom voldoende gemotiveerd dat in het geval van eiser het opleggen van de ROV-maatregel 2 passend en geboden was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deze maatregel dan ook aan eiser kunnen opleggen.</para>
    <para />
    <para>10. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen griffier, op 23 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan <emphasis role="bold">binnen </emphasis>zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4862bb0a-a0b4-4e09-8716-64180f959676" label="1">
    <para> Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005</para>
  </footnote>
  <footnote id="_74a2cc17-44ce-49b2-8f45-e10a6a05e658" label="2">
    <para> Huisregels COA mei 2020</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a6a3bd2f-d948-4e9b-8bca-8255157ff6c0" label="3">
    <para> Maatregelenbeleid inclusief Reglement Onthoudingen Verstrekkingen mei 2020</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>