<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:14767</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-09T14:07:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21_58 en 21_926</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14767">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14767</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-21T14:04:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:14767 Rechtbank Den Haag , 21-12-2021 / 21_58 en 21_926</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14767:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaren zijn terecht wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder maakt aannemelijk dat aanslagen aan eiseres zijn verzonden. Van problemen bij de postbezorging is niet gebleken. Dat de termijnoverschrijding eiseres niet kan worden toegerekend volgt uit niets. Beroepen ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14767:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: SGR 21/58 en SGR 21/926</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2021 in de zaken tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres<?linebreak?>(gemachtigde: mr. M. Gümüs),</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bestreden uitspraken op bezwaar </title>
    <para>De uitspraken van verweerder van 20 november 2020 op het de bezwaren van eiseres tegen de voor de jaren 2018 en 2019 opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de bij de aanslag IB/PVV voor het jaar 2018 in rekening gebrachte belastingrente.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting </title>
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2021. </para>
      <para>Namens eiseres is de gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] en [B].</para>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het nadere onderzoek ter zitting heeft op 16 december 2021 plaatsgevonden door middel van een skype-verbinding. Namens eiseres heeft de gemachtigde daaraan deelgenomen. Namens verweerder hebben [A] en [B] deelgenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. De aanslagen IB/PVV voor de jaren 2018 en 2019 zijn met dagtekening 11 september 2019 respectievelijk 6 juni 2020 opgelegd. </para>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft op 30 september 2020 bezwaar gemaakt tegen de aanslagen. </para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft de bezwaren tegen de aanslagen wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard en behandeld als verzoek om ambtshalve vermindering. Tegen de niet-ontvankelijk verklaringen is beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>4. In geschil is of de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard.</para>
    <para>5. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn vangt op grond van artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) aan op de dag na die van de dagtekening van het aanslagbiljet.</para>
    <para />
    <para>6. Ingevolge artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een bezwaarschrift tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn door het bestuursorgaan is ontvangen. Als het bezwaarschrift per post wordt verstuurd, is het ook tijdig ingediend wanneer het voor afloop van de termijn op de post is gedaan en door het bestuursorgaan is ontvangen binnen een week na afloop van de termijn.</para>
    <para />
    <para>7. Indien een bezwaarschrift te laat is ingediend, moet het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig indienen van het bezwaarschrift betrokkene niet is toe te rekenen. In dat geval laat het bestuursorgaan op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring als gevolg van die te late indiening achterwege.</para>
    <para />
    <para>8. De termijn om bezwaar te maken tegen de aanslagen IB/PVV voor de jaren 2018 en 2019 is verstreken op 23 oktober 2019 respectievelijk 18 juli 2020. De bezwaren zijn dan ook (nu deze op 30 september 2020 door verweerder zijn ontvangen) te laat ingediend. Nu eiseres stelt dat zij de aanslagen pas op 17 september 2020 heeft ontvangen, is het aan verweerder om aannemelijk te maken dat de aanslagen reeds eerder zijn verzonden. Verweerder heeft verzendrapporten overgelegd waaruit valt op te maken dat de aanslagen voor de jaren 2018 en 2019 op 3 september 2019, respectievelijk 29 mei 2020 ter postbezorging zijn aangeboden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de verzending van de aanslagen daarmee aannemelijk gemaakt. Van problemen met de postbezorging op het adres van eiseres is de rechtbank niet gebleken. Dat de termijnoverschrijding eiseres niet is toe te rekenen volgt uit niets. </para>
    <para />
    <para>9. Gelet op wat hiervoor is overwogen zijn de bezwaren van eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard en zijn de beroepen ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Drok, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302, </para>
      <para>2500 EH Den Haag.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>