<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:14765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-26T10:27:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 20/9571</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14765">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-03T11:08:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:14765 Rechtbank Den Haag , 15-12-2021 / AWB 20/9571</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14765:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>PKV (8:75a Awb). Wanneer is samenhang beroep en voorlopige voorziening mogelijk. </para>
        <para>ECLI:NL:RVS:2014:1522 ziet op samenhang na toepassing artikel 8:86 van de Awb. Vraag is of de uitleg van de Afdeling nog immer van toepassing is.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14765:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 20/09571</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, [V-Nummer] , geboren op [geboortedatum] 1967, van Marokkaanse nationaliteit, verzoeker,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. Berends),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 28 december 2020 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het besluit van verweerder van 14 december 2020 (het bestreden besluit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 maart 2021 heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 14 april 2021 een verweerschrift ingediend. Eiser heeft op 29 april 2021 op het verweerschrift gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in beroep.<footnote-ref linkend="_681091aa-490e-4ab3-b11f-5bc91e3716d1" /> De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is gegrond.<footnote-ref linkend="_62b259cb-4d97-447a-94d0-bf4eda2aa53d" /></para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek om een voorlopige voorziening en de beroepsprocedure als één zaak moeten worden aangemerkt en daarbij verwezen naar jurisprudentie.<footnote-ref linkend="_b657c635-e6c5-4a22-8910-27c6b7f7eed6" /><footnote-ref linkend="_e1ff05ee-4eee-49d4-b162-119db7cda008" /></para>
    <para />
    <para>3. Verzoeker heeft bij de intrekking verweerders standpunt over samenhang onder verwijzing naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, betwist.<footnote-ref linkend="_0117b545-fea4-4106-8498-5c1c5c6bb55d" /></para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat eiser het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder aan eiser is tegemoetgekomen. Verweerder heeft erkend dat aan het verzoek is tegemoetgekomen. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De hoogte wordt forfaitair vastgesteld op € 748,- als kosten van verleende rechtsbijstand.<footnote-ref linkend="_cbac3d63-ac2c-49b2-9c9c-d703dfd713f7" /></para>
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet in hetgeen verweerder heeft aangevoerd geen aanleiding het beroep en het daarmee connexe verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als samenhangend als bedoeld in artikel 3 van het Bpb aan te merken. Een beroep en een verzoek om een voorlopige voorziening zijn twee verschillende procedures die elk hun eigen wettelijke kader hebben. De artikelen 8:75 van de Awb en 3 van het Bpb bieden niet de mogelijkheid om een beroep- en een verzoekschrift als samenhangend aan te merken. De samenhang in de door verweerder aangehaalde uitspraak kon alleen tot stand komen omdat de rechtbank in eerste aanleg het verzoek om een voorlopige voorziening en het connexe beroep gevoegd op zitting heeft behandeld en partijen zijn bericht dat de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak.<footnote-ref linkend="_3f40a7b3-2502-4f0d-a113-700f9aebbe22" /><footnote-ref linkend="_4b651ea5-7e25-44c3-befb-941b720a9c31" /> Het onderhavige verzoek en het connexe beroep zijn niet op zitting behandeld. De rechtbank is niet gebleken dat beide partijen toestemming hebben gegeven.<footnote-ref linkend="_4cefdbee-011b-4a34-a8d7-012f59cc43fc" /></para>
      <para>De rechtbank is ook overigens van oordeel dat de huidige systematiek, waarin de indiener van wordt gestimuleerd om bij het indienen van een rechtsmiddel via het CIV gebruik te maken van een standaard formulier, niet tot gevolg mag hebben dat de indiener van de combinatie van een verzoekschrift en een beroepschrift in één geschrift – onbedoeld – door die werkwijze geconfronteerd wordt met een lagere proceskostenvergoeding.<footnote-ref linkend="_7fd6353f-525c-445d-833a-5eeee919c1a3" /></para>
      <para>Een beroep en een verzoek om een voorlopige voorziening beroep zijn twee verschillende procedures die elk hun eigen wettelijke kader hebben. De artikelen 8:75 van de Awb en <?linebreak?>3 van het Bpb bieden niet de mogelijkheid om een verzoek- en een beroepschrift als samenhangend aan te merken. </para>
      <para>Het gaat om twee verschillende procedures met verschillende doelen. Het beroep in deze zaak richt zich immers tegen de intrekking door verweerder van eisers verblijfsvergunning, terwijl hij met het verzoek wil bereiken dat hij de behandeling van het beroep in Nederland mag afwachten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Van eiser is vanwege een verzoek om vrijstelling geen griffierecht geheven.<footnote-ref linkend="_0928b3f8-3877-458f-a9b9-97b65e432c63" /></para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van <?linebreak?>€ 748,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.C. Langendoen, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>15 december 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier			</para>
      <para>				rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een hogerberoepschrift opsturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 's-Gravenhage. U kunt een hogerberoepschrift opsturen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: B</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_681091aa-490e-4ab3-b11f-5bc91e3716d1" label="1">
    <para> 	onder toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_62b259cb-4d97-447a-94d0-bf4eda2aa53d" label="2">
    <para> 	onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, Awb op grond van artikel 8:75a, derde lid, Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b657c635-e6c5-4a22-8910-27c6b7f7eed6" label="3">
    <para> 	de voorlopige voorziening is geregistreerd onder zaaknummer AWB 20/09572</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e1ff05ee-4eee-49d4-b162-119db7cda008" label="4">
    <para> 	ECLI:NL:RVS:2014:1522</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0117b545-fea4-4106-8498-5c1c5c6bb55d" label="5">
    <para> 	ECLI:NL:RBDHA:2020:2779</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cbac3d63-ac2c-49b2-9c9c-d703dfd713f7" label="6">
    <para> 	onder toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt berekend: 1 punt voor het </para>
    <para>	beroepschrift x factor 1 x € 748,-</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f40a7b3-2502-4f0d-a113-700f9aebbe22" label="7">
    <para> 	ECLI:NL:RVS:2014:1522, rechtsoverweging 4.2</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4b651ea5-7e25-44c3-befb-941b720a9c31" label="8">
    <para> 	zie artikel 8:86, eerste lid, van de Awb en artikel 5.3 Procesreglement bestuursrecht</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4cefdbee-011b-4a34-a8d7-012f59cc43fc" label="9">
    <para>als bedoeld in artikel 8:86, tweede lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fd6353f-525c-445d-833a-5eeee919c1a3" label="10">
    <para> 	CIV is de afkorting van Centrale Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0928b3f8-3877-458f-a9b9-97b65e432c63" label="11">
    <para> 	verzoek om vrijstelling van de betaling van het griffierecht</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>