<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:14709</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-30T10:07:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.17467</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14709">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14709</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-30T10:06:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:14709 Rechtbank Den Haag , 24-12-2021 / NL21.17467</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14709:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ongegrond, veilig land van herkomst Gambia</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14709:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.17467</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [Nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Taheri),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A.J.E.H. Peeters).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 20 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond<footnote-ref linkend="_6610262c-3962-41d2-9b4a-f0697504d722" />. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2021 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. De gemachtigde van eiseres heeft via een beeldverbinding deelgenomen aan de zitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres heeft de Gambiaanse nationaliteit en is geboren op [Geb. datum] 1998. Zij heeft op 21 april 2021 een asielaanvraag ingediend. </para>
    <para />
    <para>2. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	- Identiteit, nationaliteit en herkomst;</para>
      <para>	- Problemen van de vader van eiseres wegens zijn politieke overtuiging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. Ook de problemen van haar vader wegens zijn politieke overtuiging zijn geloofwaardig geacht. Verweerder gelooft echter niet dat eiseres bij terugkeer in haar land van herkomst heeft te vrezen voor haar veiligheid. Hieraan heeft verweerder allereerst ten grondslag gelegd dat eiseres zelf geen persoonlijke problemen heeft ondervonden met de autoriteiten vanwege haar eigen (toegedichte) politieke overtuiging. Verder merkt verweerder op dat eiseres Gambia vrijwillig en legaal heeft verlaten om zich met haar man in Italië te herenigen. De geloofwaardig geachte elementen zijn volgens verweerder dan ook niet te herleiden tot een gegronde vrees voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade. Eiseres komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b van de Vw. </para>
    <para />
    <para>3. Eiseres voert hiertegen aan dat zij onvoldoende de gelegenheid heeft gehad om in het nader gehoor haar gestelde vrees aannemelijk te maken. Eiseres is een kwetsbare vreemdeling als bedoeld in Werkinstructie (WI) 2021/9. Tijdens het gehoor moest eiseres voor haar baby zorgen waardoor zij was afgeleid. Hierdoor heeft zij niet volledig kunnen verklaren over de redenen van haar vrees om naar Gambia terug te keren. Eiseres dient daarom aanvullend te worden gehoord. Eiseres kan niet terug naar Gambia omdat zij daar geen steun krijgt van haar familie. Bij terugkeer zal eiseres worden uitgehuwelijkt waardoor er een grote kans is dat zij het slachtoffer zal worden van mishandeling en seksueel misbruik. Terugkeer naar Gambia brengt daarom een reëel risico op ernstige schade met zich mee.    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat zij onvoldoende de gelegenheid heeft gehad om te verklaren. Uit het rapport van het nader gehoor blijkt dat de sfeer tijdens het nader gehoor ontspannen was<footnote-ref linkend="_d07e6779-4959-4899-a6c2-92b6373faca7" /> en dat eiseres voldoende rustmomenten heeft gekregen om voor haar baby te kunnen zorgen.<footnote-ref linkend="_1a019f4f-3179-465d-8611-f472693fe829" /> Ook is bij herhaling aan eiseres gevraagd hoe het met haar gaat en of zij in staat is met het gehoor verder te gaan, waarop eiseres bevestigend heeft geantwoord. Daarnaast is aan eiseres verschillende keren gevraagd naar wat er zal gebeuren als zij naar Gambia terugkeert en is door de gehoormedewerker ook doorgevraagd naar aanleiding van de door eiseres gegeven antwoorden<footnote-ref linkend="_6c0723f0-f974-4476-b40d-9b9ffa7b57e3" />. Er is dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende oog heeft gehad voor de positie van eiseres en in het bijzonder haar behoefte om voor haar baby te zorgen. Nu uit het rapport van het nader gehoor derhalve niet blijkt dat eiseres niet volledig heeft kunnen verklaren, is er evenmin aanleiding voor het oordeel dat eiseres aanvullend gehoord had moeten worden. Deze beroepsgrond slaagt niet. </para>
    <para />
    <para>5. Met betrekking tot de problemen waarmee eiseres in Gambia stelt te worden geconfronteerd overweegt de rechtbank allereerst dat, gelet op het voorgaande, niet valt in te zien waarom eiseres daar niet zelf tijdens het nader gehoor over heeft verklaard. Bovendien heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer niet terecht kan bij haar familie, noch dat zij en haar kinderen dientengevolge in een noodsituatie zullen belanden. De stelling van eiseres dat zij, wegens het ontbreken van financiële middelen, zal worden uitgehuwelijkt, waardoor zij het slachtoffer zal worden van huiselijk geweld en seksueel misbruik, is niet onderbouwd. Tot slot is niet gebleken dat eiseres bij dergelijke problemen geen bescherming kan krijgen van de Gambiaanse autoriteiten. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. </para>
    <para />
    <para>6. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr.S.C. Spruijt, griffier en gepubliceerd door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_6610262c-3962-41d2-9b4a-f0697504d722" label="1">
    <para> Op grond van artikel 31, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d07e6779-4959-4899-a6c2-92b6373faca7" label="2">
    <para> Rapport nader gehoor, p. 3. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1a019f4f-3179-465d-8611-f472693fe829" label="3">
    <para> Rapport nader gehoor, p.  5, 6, en 7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c0723f0-f974-4476-b40d-9b9ffa7b57e3" label="4">
    <para> Rapport nader gehoor, p. 12 e.v..</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>