<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:14533</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-28T10:37:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 20/9149</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14533">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14533</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-28T10:36:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:14533 Rechtbank Den Haag , 20-12-2021 / AWB 20/9149</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14533:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mvv – Eritrea – DNA-onderzoek in Ethiopië – broer - ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14533:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 20/9149 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [Naam 1], eiser, V-nummer: [Nummer 1]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 2]
        </emphasis>, eiseres 1, V-nummer: [Nummer 2]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 3]
        </emphasis>, eiseres 2, V-nummer: [Nummer 3]</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: eisers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.C.M. van Schijndel),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Visschers).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 26 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen de weigering om hen een mvv<footnote-ref linkend="_2fd0b102-1645-4a74-bf00-b5cb4c002366" /> voor het doel ‘verblijf bij familie- of gezinslid’ te verlenen ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2021 op zitting behandeld. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Referent en zijn moeder zijn verschenen. Als tolk is verschenen A. Solomon. Verweerder heeft zich laten </para>
      <para>vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eisers stellen te zijn geboren op respectievelijk [Geb. datum 1] 2003, [Geb. datum 1] 2007 en </para>
    <para>
      [Geb. datum 1] 2009 en de Eritrese nationaliteit te bezitten. Zij beogen verblijf bij hun gestelde broer, [Naam 4] (referent). Referent heeft sinds 8 mei 2017 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Aan de moeder en meerderjarige zus van referent is reeds een mvv verleend. Aan eisers is een mvv geweigerd bij besluit van 25 juni 2018 (het primaire besluit). Zij verblijven in Ethiopië.</para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat er geen nader onderzoek op de Nederlandse ambassade in [plaatsnaam] kon plaatsvinden en derhalve de familierechtelijke relatie met referent niet vastgesteld kon worden. Ook is niet aangetoond dat de achterblijvende ouder toestemming heeft gegeven voor het vertrek van eisers. Omdat niet is gebleken dat de ondertekenaar van de in bezwaar overgelegde toestemmingsverklaring de biologische vader van eisers is, is een DNA-onderzoek aangeboden op de ambassade van [plaatsnaam], Ethiopië. Dit onderzoek heeft niet plaatsgevonden omdat de vader van eisers stelt niet te kunnen uitreizen. Er is echter niet aangetoond dat eisers’ vader niet in staat is om naar Ethiopië af te reizen.</para>
    <para />
    <para>3. Op wat eisers daartegen aanvoeren, wordt hierna ingegaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eisers stellen dat het bestreden besluit in strijd is met de Awb<footnote-ref linkend="_fea38a8b-ed05-41dd-aa8e-2edccb2cd126" />, de Vw<footnote-ref linkend="_e9c7cbb2-bea3-477c-b53f-d300bbcebf21" />, het Vb<footnote-ref linkend="_6a4f02c8-3e19-4f5c-9c3d-26292b1fa3da" />, het VV<footnote-ref linkend="_4d993de2-8239-431d-b403-17a5ff7dbe25" />, de geldende jurisprudentie en één of meerdere algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De enkele niet nader onderbouwde stelling dat het besluit in strijd is met het voorgenoemde kan niet worden aangemerkt als een voldoende op het concrete geval betrekking hebbende beroepsgrond. Eisers hebben niet onderbouwd met welke (wets)artikelen, beleidsregels of jurisprudentie het besluit strijdig is, of waarom het besluit daarmee strijd oplevert.</para>
    <para />
    <para>5. Eisers voeren aan dat de identiteit van hun vader en referent vaststaat en ook de familierechtelijke relatie in voldoende mate vaststaat. Verder is het duidelijk dat hun vader wel wilde uitreizen, maar dat niet kon. Daarom heeft hij een toestemmingsverklaring getekend voor het vertrek van eisers naar Nederland. Ter onderbouwing verwijzen eisers naar de door hen overgelegde brieven van 24 juni 2019, 8 juli 2019 en 14 augustus 2019. Ook hebben eisers in beroep een kopie van het paspoort van hun vader overgelegd. Ter zitting is namens eisers aangevoerd dat hun vader wegens de dienstplicht en medische redenen niet kan uitreizen. Uit de overgelegde medische verklaring van 24 juni 2019 blijkt evenwel niet dat eisers’ vader onmogelijk kan uitreizen door medische redenen. Voorts staat vast dat hun gestelde vader beschikt over een paspoort – een internationaal reisdocument – en ter zitting is niet onderbouwd waarom hij, hoewel in het bezit van een dergelijk document, de Eritrese grens niet zou kunnen of mogen oversteken wegens de dienstplicht. Verweerder heeft daarom terecht overwogen dat de familierechtelijke relatie tussen eisers en hun gestelde vader niet is aangetoond, omdat de vader onverschoonbaar niet beschikbaar was voor het door verweerder aangeboden DNA-onderzoek.</para>
    <para />
    <para>6. Eisers stellen verder dat niet valt in te zien waarom verweerder geen nader onderzoek heeft aangeboden in Eritrea. Er is daarom ook sprake van een onzorgvuldig onderzoek en een ondeugdelijke motivering van het bestreden besluit. Eisers verwijzen hierbij naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem.<footnote-ref linkend="_e5d4960e-9b1d-43e0-86a7-de99cdacc930" /> De rechtbank volgt eisers niet in deze stelling. Uit de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_ad7ec274-0bb2-46d8-9f76-78d2ee054d1e" /> van 24 december 2020<footnote-ref linkend="_ba937535-5c03-4fa3-8900-bbdd21e60b08" /> volgt dat verweerder onder omstandigheden gehouden kan zijn aanvullend onderzoek op enige wijze te faciliteren, bijvoorbeeld door tussenkomst van het IOM of de UNHCR. Uit deze uitspraak volgt verder dat op voorhand niet valt uit te sluiten dat onder omstandigheden dit faciliteren ook bestaat uit samenwerking met een andere EU-lidstaat of ten minste een onderzoek door verweerder naar die mogelijkheid. Dergelijke omstandigheden zijn in de onderhavige procedure niet aan de orde. Nu er geen absolute onmogelijkheid is gebleken voor eisers’ vader om uit te reizen, is verweerder niet gehouden om nader onderzoek te faciliteren in Eritrea. Alleen de verwijzing door eisers naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, is onvoldoende om van verweerder te verlangen dat hij, onverplicht en terwijl al onderzoek in Ethiopië is aangeboden, DNA-onderzoek in Eritrea mogelijk maakt.</para>
    <para />
    <para>7. Eisers stellen ook dat verweerder, gelet op de belangen van het kind, op basis van de beschikbare informatie zou moeten uitgaan van de identiteit van eisers en de familierechtelijke relatie met hun vader. Uit artikel 3, eerste lid, van het IVRK<footnote-ref linkend="_bb126b78-177c-469b-9ce4-9d645f8f227a" /> vloeit voort dat in dit geval de belangen van het kind, eisers, zo zwaarwegend zijn, dat het belang van de Nederlandse staat daarvoor moet wijken. Het EHRM<footnote-ref linkend="_3bc4e250-9b24-4274-b69e-7851520eca99" /> heeft de verplichting van de verdragsluitende staten om in het bijzonder rekening te houden met de belangen van minderjarigen meerdere malen benadrukt in verschillende uitspraken.<footnote-ref linkend="_4396db14-b102-4361-a8fd-379592c08b0a" /> Eisers verwijzen daarbij ook naar het arrest El Ghatet.<footnote-ref linkend="_49de1bb0-9f10-4a75-b045-afa999f8ac55" /> De rechtbank volgt eisers hierin niet. Verweerder kan niet aan een belangenafweging toekomen, nu daarvoor duidelijkheid is vereist over de identiteit van de kinderen en de gestelde ouder/vader en hun onderlinge familierelatie.<footnote-ref linkend="_38ea9baf-2f9c-4d88-9fc2-3257e668c51e" /> Het is anders immers niet vast te stellen wat de belangen van de kinderen zijn.</para>
    <para />
    <para>8. Eisers stellen ten slotte dat referent verstoken blijft van gezinshereniging omdat zijn moeder en oudste zus niet naar Nederland zullen vertrekken vanwege de omstandigheid dat eisers alleen zullen achterblijven in Ethiopië en zij niet in veiligheid terug kunnen keren naar Eritrea. Ter onderbouwing verwijzen eisers naar pagina 740 van het Handboek EVRM<footnote-ref linkend="_6ed4e94f-7e70-4289-93e3-1e3c7bdfe3bc" /> en hoofdstuk VI van het UNHCR Handbook.<footnote-ref linkend="_c3d67872-bc4c-4ba3-a9d8-c240316e7346" /> De rechtbank volgt eisers niet in deze stelling, nu is gebleken dat hun moeder en oudste zus sinds mei 2021 ingeschreven zijn in de Nederlandse BRP.<footnote-ref linkend="_98868bbf-2ccc-41b1-9823-e20fca052284" /> Verder stelt verweerder terecht dat het voor eigen rekening en risico van eisers komt dat zij ook naar Ethiopië zijn afgereisd, terwijl verweerder alleen nader onderzoek had aangeboden voor hun moeder en oudste zus.</para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, op 20 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de griffier is buiten staat deze </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitspraak mee te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_2fd0b102-1645-4a74-bf00-b5cb4c002366" label="1">
    <para> Machtiging tot voorlopig verblijf.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fea38a8b-ed05-41dd-aa8e-2edccb2cd126" label="2">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9c7cbb2-bea3-477c-b53f-d300bbcebf21" label="3">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6a4f02c8-3e19-4f5c-9c3d-26292b1fa3da" label="4">
    <para> Vreemdelingenbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d993de2-8239-431d-b403-17a5ff7dbe25" label="5">
    <para> Voorschrift Vreemdelingen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5d4960e-9b1d-43e0-86a7-de99cdacc930" label="6">
    <para> Uitspraak van 7 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8345.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad7ec274-0bb2-46d8-9f76-78d2ee054d1e" label="7">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba937535-5c03-4fa3-8900-bbdd21e60b08" label="8">
    <para> ECLI:NL:RVS:2020:3117.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb126b78-177c-469b-9ce4-9d645f8f227a" label="9">
    <para> Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3bc4e250-9b24-4274-b69e-7851520eca99" label="10">
    <para> Europees Hof voor de Rechten van de Mens.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4396db14-b102-4361-a8fd-379592c08b0a" label="11">
    <para> De arresten van Maslov tegen Oostenrijk van 23 juni 2008 (nr. 1638/03), Johansen tegen Noorwegen van 7 augustus 1996 (nr. 17383/90), Scozzari en Giunta tegen Italië van 13 juli 2000 (nrs. 39221/98 en 41963/98),  Mayeka en Mitunga tegen België van 12 oktober 2006 (nr. 13178/03) en Popov tegen Frankrijk van 19 januari 2012 (nrs. 39472/07 en 39474/07).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_49de1bb0-9f10-4a75-b045-afa999f8ac55" label="12">
    <para> Arrest van het EHRM El Ghatet tegen Zwitserland van 8 november 2016 (nr. 56971/10).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38ea9baf-2f9c-4d88-9fc2-3257e668c51e" label="13">
    <para> Zie onder meer de uitspraken van de Afdeling van 16 september 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3147) en 4 januari 2019 (ECLI: NL: RVS:2019:25).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6ed4e94f-7e70-4289-93e3-1e3c7bdfe3bc" label="14">
    <para> Johan Vande Lanotte en Yves Haeck (eds.), “Handboek EVRM. Deel 2. Artikelsgewijze Commentaar, Volume I”, Intersentia, Antwerpen - Oxford, 2004.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c3d67872-bc4c-4ba3-a9d8-c240316e7346" label="15">
    <para> Handbook on Procedures and Criteria for Determining Refugee Status.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_98868bbf-2ccc-41b1-9823-e20fca052284" label="16">
    <para> Basisregistratie personen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>