<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:14431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-24T15:38:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/622534 FA RK 21-8567</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14431">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-24T11:48:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:14431 Rechtbank Den Haag , 23-12-2021 / C/09/622534 FA RK 21-8567</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14431:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verwijst verzoek naar team handel van de sector civiel. verzoekschrift verdeling huwelijkse gemeenschap nadat echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Memorie van Toelichting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14431:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 21-8567</para>
    <para>Zaaknummer: c/09/622534</para>
    <para>Datum beschikking: 23 december 2021</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 12 oktober 2021 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [X] ,</title>
    <parablock>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. S. Deliran, te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>waarin als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [Y] ,</title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. L.F. Delfgauw te Delft.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, strekkende tot verdeling van de gemeenschap van goederen en de brief van 8 december 2021 van mr. Deliran. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen. De echtscheidingsbeschikking is op [datum inschrijving echtscheiding] 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] . In die echtscheidingsbeschikking heeft de rechtbank de verdeling bevolen ten overstaand van een notaris met benoeming van onzijdige personen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw stelt zich op het standpunt dat de verdeling van de huwelijkse gemeenschap bij verzoekschrift kan worden ingeleid. Ze verwijst naar de Memorie van Toelichting op artikel 1:135 BW (Kamerstukken II 2000/01, 27554, nr. 3, p. 19). Een verzoekschriftprocedure heeft naar de mening van de vrouw veel voordelen voor partijen omdat de zaak door de familiekamer behandeld wordt en er een aanzienlijk lager griffierecht geldt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de vrouw stelt, dient het verzoek tot verdeling met een dagvaarding te worden ingeleid. Zowel uit artikel 3:185 van het Burgerlijk Wetboek (BW) als uit de artikelen 677 en verder van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) volgt dat op een verdeling van de huwelijkse goederengemeenschap de regels van de dagvaardingsprocedure van toepassing zijn. Dit is alleen anders wanneer de verdeling gevraagd wordt als nevenverzoek bij een echtscheiding. De stelling van de vrouw dat de verdeling ook los van een echtscheidingsverzoek met een verzoekschrift kan worden ingeleid berust op een verkeerde lezing van de Memorie van Toelichting.  </para>
      <para>Vast staat dat het huwelijk van partijen al is ontbonden. Nu er geen echtscheidingsprocedure (meer) aanhangig is, dient de procedure tot verdeling van de gemeenschap te worden ingeleid bij dagvaarding. Op grond van artikel 69, tweede lid, Rv zal de rechtbank het geschil dan ook verwijzen naar het team handelsrecht, sector civiel, van deze rechtbank met bevel aan de vrouw om binnen tien dagen na heden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure een exploot met als bijlage de onderhavige beschikking aan de man te doen betekenen en hem tevens op te roepen voor een binnen veertien dagen daarna gelegen roldatum op een woensdag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>verwijst het verzoek naar team handel van de sector civiel van deze rechtbank en beveelt de vrouw binnen tien dagen na heden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure een exploot met als bijlage de onderhavige beschikking aan de man te doen betekenen en hem tevens op te roepen voor een binnen veertien dagen daarna gelegen roldatum (een woensdag).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 23 december 2021, in tegenwoordigheid van E. Verweij-Steen griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>