<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:14334</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-23T13:02:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 21/5472</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14334">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:14334</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-23T13:01:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:14334 Rechtbank Den Haag , 17-12-2021 / AWB 21/5472</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14334:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 64 Vw – BMA-advies - ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:14334:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 21/5472</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D. Matadien),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A. Peeters).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 5 februari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw<footnote-ref linkend="_c8c9852d-bdb6-4d0c-b4f6-e84f603846eb" /> afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het daartegen gemaakt bezwaar is bij besluit van 16 september 2021 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen N.L. van Keijzer. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verweerder heeft geen reden hoeven zien om aan eiser vanwege zijn gezondheidstoestand uitstel van vertrek te verlenen. Verweerder heeft zijn besluit hierover (het bestreden besluit) mogen baseren op het advies van het BMA<footnote-ref linkend="_99b736f1-e4b0-4083-a648-f80478819e9f" /> van 9 juni 2021. </para>
    <para />
    <para>2. Het BMA heeft voor zijn advies inlichtingen verkregen van eisers medische behandelaar, de huisarts bij het GZA. Op basis van die informatie heeft het BMA vastgesteld dat eiser medische klachten heeft en daarvoor wordt behandeld met medicijnen. Het achterwege blijven van die behandeling leidt volgens het BMA echter niet tot een medische noodsituatie op korte termijn. Verder is eiser medisch gezien in staat om zonder verdere voorzieningen te reizen. </para>
    <para />
    <para>3. Niet is gebleken van concrete aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid of volledigheid, dan wel de wijze van totstandkoming van het advies, zodat het advies als een medisch deskundigenadvies kon worden gebruikt. </para>
    <para />
    <para>4. In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen reden om alsnog aan de bruikbaarheid van het advies te twijfelen. Eisers persoonlijke beleving van zijn medische klachten en de behandeling die hij hiervoor ontvangt kunnen niet afdoen aan de conclusies van het BMA. Eiser heeft in bezwaar geen aanvullende medische informatie overgelegd. </para>
    <para />
    <para>5. De in beroep overgelegde afspraak voor een onderzoek in het ziekenhuis is gelegen na de datum van het bestreden besluit en biedt overigens ook geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de beoordeling door de arts van het BMA. </para>
    <para />
    <para>6. Gelet op de conclusies van het BMA bestond er geen reden om verder onderzoek te doen naar de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de medische behandeling in eisers land van herkomst.</para>
    <para />
    <para>7. Nu uitgegaan kan worden van de conclusies van het BMA dat eiser kan reizen en dat het staken van de medische behandeling in het geval van eiser niet leidt tot een medische noodsituatie op de korte termijn, faalt ook eisers beroep op het arrest Paposhvili en op artikel 5 en 6 van de Terugkeerrichtlijn.</para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is dan ook ongegrond.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vieren weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c8c9852d-bdb6-4d0c-b4f6-e84f603846eb" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_99b736f1-e4b0-4083-a648-f80478819e9f" label="2">
    <para> Bureau Medische Advisering.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>