<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:13741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-14T09:07:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.21675</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:13741">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:13741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-14T09:00:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:13741 Rechtbank Den Haag , 08-12-2021 / NL20.21675</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:13741:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om beperkte kennisneming – individueel ambtsbericht van de MIVD – staatsgeheim – het verzoek om beperkte kennisneming is gerechtvaardigd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:13741:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
      <para>
        <?linebreak?>zaaknummer: NL20.21675</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beslissing van de geheimhoudingskamer op het verzoek om beperkte kennisneming</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.J.W. Melchers),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: A. de Graaf en mr. F. Schoot).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 15 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers</para>
      <para>verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot</para>
      <para>24 september 2014, eisers aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor</para>
      <para>onbepaalde tijd afgewezen en tegen eiser een inreisverbod uitgevaardigd voor de duur van</para>
      <para>twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2021 in Breda. Eiser is</para>
      <para>verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Kurdi. Verweerder</para>
      <para>heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F. Schoot. Ter zitting is het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 26 mei 2021 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en verweerder opgedragen om inlichtingen te verstrekken over de wijze van totstandkoming van het individueel ambtsbericht betreffende eiser van 2 juli 2020 dat is uitgebracht door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) van het Ministerie van Defensie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 30 juni 2021 heeft verweerder toegelicht dat publiekelijk geen mededeling gedaan mogen worden over de wijze van totstandkoming van het individueel ambtsbericht en erop gewezen dat de rechtbank met toepassing van artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de gegevens ten kantore van de MIVD kan inzien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de beslissing of beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is opgedragen aan deze kamer van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 16 november 2021 heeft deze kamer van de rechtbank kennis genomen van de gegevens  die aan het individueel ambtsbericht ten grondslag hebben gelegen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 8:28 van de Awb zijn partijen aan wie door de bestuursrechter is verzocht om schriftelijke inlichtingen te geven verplicht deze te geven.</para>
    <para />
    <para>2. Op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Awb kunnen partijen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, aan de bestuursrechter meedelen dat uitsluitend hij kennis mag nemen van schriftelijke inlichtingen. Op grond van het derde lid beoordeelt de bestuursrechter of beperkte kennisneming gerechtvaardigd is.</para>
    <para />
    <para>3. De geheimhoudingskamer stelt vast dat verweerder de gegevens die tot het individueel ambtsbericht betreffende eiser van 2 juli 2020 hebben geleid, heeft overgelegd met het verzoek om beperkte kennisneming. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bij deze gegevens gaat om als ‘staatsgeheim geheim’ gerubriceerde operationele broninformatie. Gelet op de voor de MIVD geldende geheimhoudingsplicht mogen daarom geen publiekelijke mededelingen worden gedaan over de totstandkoming van het individueel ambtsbericht en de inhoud van de gegevens die daaraan ten grondslag liggen. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft zich niet over het verzoek van verweerder om beperkte kennisneming uitgelaten. </para>
    <para />
    <para>5. Na kennis te hebben genomen van het individueel ambtsbericht en van de  onderliggende gegevens komt de geheimhoudingskamer tot het volgende oordeel. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat het algemeen belang bij beperkte kennisneming in dit geval zwaarder weegt dan het individuele belang van eiser bij het verkrijgen van onbeperkte inzage in de onderliggende stukken. Daartoe is van belang dat deze informatie door de MIVD is geclassificeerd als ‘staatsgeheim geheim’. De rechtbank ziet in deze classificering, alsook in de inhoud en de strekking van de gegevens zelf, voldoende gewichtige redenen aanwezig om verstrekking daarvan aan eiser te weigeren. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank acht daarom het verzoek tot beperkte kennisname gerechtvaardigd. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> bepaalt dat beperkte kennisneming van de gegevens die aan het individueel ambtsbericht betreffende eiser van 2 juli 2020 ten grondslag liggen gerechtvaardigd is;</para>
      <para> wijst de zaak terug naar de kamer van de rechtbank die tot heropening van het onderzoek heeft besloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, op 2 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze beslissing staat nog geen hoger beroep open. Dat kan worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de einduitspraak in deze zaak. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>