<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:13660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-22T14:45:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.14298</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:13660">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:13660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-22T14:45:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:13660 Rechtbank Den Haag , 04-11-2021 / NL21.14298</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:13660:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel / opvolgende aanvraag / Bangladesh / beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:13660:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.14298</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen<?linebreak?></bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>v-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Chamkh).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 31 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers  asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2021 op zitting behandeld. Eiser heeft via telehoren deelgenomen aan de zitting. Hij is bijgestaan door zijn gemachtigde, die ter zitting is verschenen. Als tolk is verschenen de heer P. Ghosh. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Wat ging aan deze zaak vooraf?</emphasis>
    </para>
    <para>1. Eiser stelt geboren te zijn op [geboortedag] 1980 en de Bengalese nationaliteit te hebben. Hij heeft op 25 januari 2020 een eerste asielaanvraag ingediend, waarbij hij kenbaar heeft gemaakt niet terug te kunnen keren naar Bangladesh omdat hij problemen heeft vanwege zijn homoseksuele geaardheid. Verweerder heeft die aanvraag bij besluit van 8 februari 2020 afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat hij eisers verklaringen over zijn geaardheid en de problemen die hieruit voortvloeien ongeloofwaardig vindt. Met een uitspraak op 21 mei 2021 van de hoogste bestuursrechter<footnote-ref linkend="_82bc4eb4-0928-4d22-af88-7921c465b954" /> is deze afwijzing onherroepelijk geworden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiser heeft op 2 augustus 2021 een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hij heeft aan deze aanvraag opnieuw zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen ten grondslag gelegd. Ook heeft eiser verklaard dat hij problemen zal ondervinden, omdat zijn jongere broers getrouwd zijn en hijzelf niet. </para>
    <para>3. Verweerder heeft eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser aan deze aanvraag geen (relevante) nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag heeft gelegd.<footnote-ref linkend="_901e41d7-2152-4f83-8849-1e1ba6423aca" /> Verweerder heeft dit gedaan onder verwijzing naar het besluit van 8 februari 2020, waarbij eisers homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig is bevonden. Dat eiser problemen heeft gehad vanwege zijn huwelijkse staat, omdat zijn jongere broers al zijn getrouwd, had eiser volgens verweerder tijdens zijn eerste asielprocedure naar voren kunnen en moeten brengen. Zijn jongere broers waren immers al getrouwd ten tijde van de eerste asielaanvraag. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarom is eiser het niet met verweerder eens?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Eiser wijst erop dat hij bij zijn eerste asielaanvraag chatberichten heeft overgelegd en verklaringen over zijn contacten met het Cocktail-project. Uit een recente uitspraak van de hoogste bestuursrechter<footnote-ref linkend="_56f68c2a-cec5-4964-9b04-233fa18bffa6" /> volgt dat die verklaringen en chatberichten anders moeten worden betrokken bij de beoordeling van zijn asielaanvraag en is de eerdere afwijzing van zijn asielaanvraag evident onjuist. Dit maakt volgens eiser dat er wel degelijk sprake is van relevante nieuwe elementen of bevindingen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De rechtbank stelt voorop dat deze procedure is beperkt tot de vraag of verweerder de aanvraag niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren omdat eiser aan zijn opvolgende asielaanvraag geen nieuwe elementen of bevindingen ten grondslag heeft gelegd die relevant zijn voor de beoordeling van die aanvraag. </para>
    <para>In dit kader is relevant dat met de vorige asielprocedure in rechte vaststaat dat verweerder eisers gestelde homoseksuele geaardheid en de daaruit voortkomende problemen niet ten onrechte ongeloofwaardig vindt. Verweerder heeft daarbij gesteld dat de chatberichten niet maken dat eisers verklaringen over zijn geaardheid geloofwaardig zijn. Naast dat niet te achterhalen is wie de afzender van deze berichten is, stelt verweerder dat online gesprekken nog niet direct iets zeggen over eisers innerlijke gevoelens. De stukken over het Cocktail-project kunnen volgens verweerder gelet op de afgelegde verklaringen van eiser niet tot een andere conclusie leiden. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiser geen nieuwe elementen en bevindingen aan zijn opvolgende asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd. In beroep is door eiser niet betwist dat het verschil in huwelijkse staat tussen hemzelf en zijn jongere broers en de problemen als gevolg daarvan geen nieuw element of bevinding is. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder de uitspraak van de Afdeling van 4 augustus 2021 terecht niet als een nieuw element of bevinding heeft aangemerkt. Het is vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter dat nieuwe jurisprudentie niet wordt aangemerkt als een nieuw element of bevinding.<footnote-ref linkend="_34329aba-e0fc-4409-b499-212560aa7e06" /> Verder heeft verweerder zich in de eerdere asielprocedure al conform de Werkinstructie 2019/18 inhoudelijk over de chatberichten en de stukken over het Cocktail-project uitgelaten. De uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 4 augustus 2021 werpt op het standpunt van verweerder dan ook geen ander licht. Er is dus evenmin gebleken van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten en omstandigheden die maken dat de rechtbank het bestreden besluit moet beoordelen als ware het een eerste afwijzing.<footnote-ref linkend="_8bb885be-b438-4ba0-9a91-4b2b20c26cff" /></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is de conclusie?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de asielaanvraag op goede gronden  niet-ontvankelijk heeft verklaard. </para>
      <para />
      <para>7. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft eiser geen proceskosten te vergoeden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_82bc4eb4-0928-4d22-af88-7921c465b954" label="1">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_901e41d7-2152-4f83-8849-1e1ba6423aca" label="2">
    <para> Artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (de Vw 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_56f68c2a-cec5-4964-9b04-233fa18bffa6" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1754.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_34329aba-e0fc-4409-b499-212560aa7e06" label="4">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 19 mei 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM4952. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8bb885be-b438-4ba0-9a91-4b2b20c26cff" label="5">
    <para> Zie artikel 83.0 van de Vw 2000. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>