<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:13406</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T13:49:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21 16295</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:13406">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:13406</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T13:47:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:13406 Rechtbank Den Haag , 30-11-2021 / NL21 16295</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:13406:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Roemenië. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:13406:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: NL21.16295</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.H. Steenbergen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Bruin).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Roemenië daarvoor verantwoordelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak met nummer NL21.16296, op 24 november 2021 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen N. Shiranian. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1997 en de Afghaanse nationaliteit te bezitten.</para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw.<footnote-ref linkend="_32aae848-0f0f-4109-84d5-783e023cfdf1" /> Volgens verweerder zijn de autoriteiten van Roemenië verantwoordelijk voor de behandeling van eisers asielaanvraag zoals bedoeld in de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_002f8642-16f5-4eef-b2a9-652a6bcc44a0" /> Uit het Eurodac-systeem is gebleken dat eiser eerder in Roemenië asiel heeft aangevraagd en de Roemeense autoriteiten hebben het verzoek om eiser terug te nemen geaccordeerd.</para>
    <para />
    <para>3. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.</para>
    <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om zijn asielaanvraag aan zich te trekken zoals bedoeld in artikel 17 van de Dublinverordening. Volgens eiser heeft verweerder miskend dat hij in Roemenië niet adequaat is opgevangen. Daarbij stelt hij dat andere asielzoekers vergelijkbare ervaringen hebben. Ter onderbouwing hiervan wijst eiser op de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats </para>
    <para>’s-Hertogenbosch, van 30 september 2020 en 7 oktober 2020<footnote-ref linkend="_ad4212a9-c3d9-459d-a444-ccfbcf26a438" />, en van 16 november 2020<footnote-ref linkend="_9cfed377-1b5c-4ed0-8c77-8c1ed3fc2d72" />, en op het AIDA-rapport van april 2021.<footnote-ref linkend="_aa67bf93-661f-4b55-9e90-65f3af7ef4bc" /> Daarnaast voert eiser aan dat verweerder ten onrechte de bewijslast volledig bij hem legt, waarbij hij wijst op de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 17 november 2020.<footnote-ref linkend="_9585ef44-1dc7-4788-ac2d-6221fb513fc0" /></para>
    <para />
    <para>5. In artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening staat dat overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat niet mogelijk is als er daar systeemfouten in de opvangvoorzieningen of in de asielprocedure zijn die leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling. Het ligt op de weg van de vreemdeling om aannemelijk te maken dat een dergelijke situatie zich voordoet. Dit blijkt uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.<footnote-ref linkend="_ca14b975-749c-4c3b-8994-0ef59b0837db" /></para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat eiser er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat in Roemenië sprake is van systeemfouten in de asielprocedure of in de opvangvoorzieningen. De Afdeling<footnote-ref linkend="_53d8cc67-a42a-497e-a3d5-55deff0a6856" /> heeft namelijk op 29 juli 2021<footnote-ref linkend="_31f3e69f-42a0-4846-95a5-32fb8fb88099" /> geoordeeld dat ten aanzien van Roemenië kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het door eiser aangehaalde AIDA-rapport is in dit oordeel betrokken en de door eiser aangehaalde rechtbankuitspraken zijn hiermee achterhaald. Mede gelet op het feit dat de autoriteiten van Roemenië de terugname van eiser hebben geaccepteerd, brengt dit met zich dat ervan uit dient te worden gegaan dat eiser op een adequate manier zal worden opgevangen. Ook dient ervan uit te worden gegaan dat eiser in Roemenië kan klagen als hij toch onjuist zou worden behandeld. Dat het terugnameakkoord melding maakt van eisers broers en dat eiser niet weet waar die momenteel verblijven, is onvoldoende om hier niet langer vanuit te gaan.</para>
    <para />
    <para>7. Eerst ter zitting heeft eiser gesteld dat hij psychische problemen heeft en dat hij daarvoor medicijnen gebruikt. Hiervan heeft eiser echter geen onderbouwing geleverd. Bovendien kan er gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit worden gegaan dat eiser in Roemenië ook toegang heeft tot noodzakelijke zorg.</para>
    <para />
    <para>8. De conclusie is dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om eisers asielaanvraag aan zich te trekken.</para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_32aae848-0f0f-4109-84d5-783e023cfdf1" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_002f8642-16f5-4eef-b2a9-652a6bcc44a0" label="2">
    <para> Verordening (EU) Nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad4212a9-c3d9-459d-a444-ccfbcf26a438" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2020:9526 en ECLI:NL:RBDHA:2020:10035, tussenuitspraken.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9cfed377-1b5c-4ed0-8c77-8c1ed3fc2d72" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2020:11599 en ECLI:NL:RBDHA:2020:11600, einduitspraken.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa67bf93-661f-4b55-9e90-65f3af7ef4bc" label="5">
    <para> Country Report: Romania. 2020 update, Asylum Information Database.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9585ef44-1dc7-4788-ac2d-6221fb513fc0" label="6">
    <para> ECLI:NL:RBOBR:2020:5716.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca14b975-749c-4c3b-8994-0ef59b0837db" label="7">
    <para> Arrest van 21 december 2011, ECLI:EU:C:2011:865.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_53d8cc67-a42a-497e-a3d5-55deff0a6856" label="8">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_31f3e69f-42a0-4846-95a5-32fb8fb88099" label="9">
    <para> ECLI:NL:RVS:2021:1645 en ECLI:NL:RVS:2021:1701.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>