<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:13377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T11:21:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.12649</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:13377">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:13377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T11:18:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:13377 Rechtbank Den Haag , 03-12-2021 / NL21.12649</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:13377:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Palestijn, b-grondvergunning verleend, doorprocederen, staatloosheid, procesbelang</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:13377:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.12649</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 6 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De vergunning wordt verleend met ingang van 14 juli 2019, geldig tot 14 juli 2024.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2021 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn , met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres stelt staatloos Palestijn te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] . </para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft eerder al op de aanvraag van eiseres beslist, en deze afgewezen.<footnote-ref linkend="_b1fa2891-9b21-41b4-884f-7a34122a3940" /> Het beroep dat eiseres daartegen heeft ingesteld is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen een nieuw besluit te nemen.<footnote-ref linkend="_d27489a7-9a00-4a99-9464-69d8a28262da" /> Verweerder heeft dat nieuwe besluit op 6 juli 2021 genomen en de aanvraag ingewilligd. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat eiseres dus een asielaanvraag heeft ingediend en dat aan eiseres een asielvergunning is verleend. Dat roept de vraag op welk procesbelang eiseres nog heeft bij het beroep.</para>
    <para />
    <para>4. Uit vaste rechtspraak volgt dat een belanghebbende bij de bevoegde rechter slechts kan opkomen tegen een besluit, als hij bij het instellen van dat rechtsmiddel enig belang heeft, in die zin dat hij daardoor in een gunstiger rechtspositie zou kunnen geraken.<footnote-ref linkend="_32058e8a-6626-4719-81c8-67094e6ca60a" /> Uit vaste rechtspraak volgt verder dat als verweerder, zoals in het geval van eiseres, heeft gemotiveerd dat de vreemdeling geen aanspraak kan maken op een asielvergunning op de a-grond, dit op zichzelf niet betekent dat de vreemdeling daaraan belang bij een door hem bij de rechtbank ingesteld beroep tegen het inwilligende besluit kan ontlenen. Zulk belang ontstaat, als verweerder op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw tot intrekking dan wel niet-verlenging van de hem verleende vergunning besluit. Op dat moment kan de vreemdeling de motivering van de beslissing om de vergunning niet op de a-grond te verlenen, ten volle aan de orde stellen, zonder dat hem daarbij wordt tegengeworpen dat het besluit in zoverre in rechte is komen vast te staan.<footnote-ref linkend="_3cbd78b4-a7ba-4ed2-8989-716b120522d8" /></para>
    <para />
    <para>5. Eiseres concludeert in de gronden van het beroep dat zij belang heeft bij het beroep omdat bij een juiste uitvoering van de uitspraak van zittingsplaats Arnhem zij als staatloos Palestijn na drie jaar kan naturaliseren in plaats van na vijf jaar. In de aanloop naar deze conclusie betoogt eiseres evenwel dat verweerder de uitspraak van 22 april 2021 niet juist heeft uitgevoerd en zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet onder de uitsluitingsgrond van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag valt en daarom niet in aanmerking komt voor een vergunning op de a-grond van artikel 29 van de Vw. De rechtbank begrijpt het betoog van eiseres zo, dat zou verweerder de uitspraak van 22 april 2021 juist hebben uitgevoerd, aan eiseres in het licht van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag een vergunning op de a-grond van artikel 29 van de Vw zou zijn verleend en de staatloosheid van eiseres zou vaststaan. </para>
    <para />
    <para>6. Verweerder heeft eiseres geregistreerd met ‘nationaliteit onbekend’. Eiseres heeft gelijk als zij stelt dat iemand die staatloos is en drie jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning, voor naturalisatie in aanmerking komt.<footnote-ref linkend="_fb973fef-d3ea-40be-a9a1-79c667e45cb4" /> Toch faalt haar betoog voor het overige, en wel hierom. </para>
    <para />
    <para>7. Zo er al van moet worden uitgegaan dat eiseres de door de UNRWA<footnote-ref linkend="_4da9584f-85ff-4666-b7b2-903d222c7640" /> geboden hulp heeft ingeroepen (of genoten), wat tussen partijen in geschil is, en zo al moet worden aangenomen dat eiseres door de omstandigheden gedwongen het gebied heeft verlaten waar de hulp wordt geboden en om die reden in het bezit zou moeten worden gesteld van een verblijfsvergunning op de a-grond van artikel 29 van de Vw<footnote-ref linkend="_330bf481-b14b-4241-a3fc-203458c8e891" />, dan zou daarmee niet de staatloosheid van eiseres vaststaan. Verweerder heeft verwezen naar de   Werkinstructie 2020/19 waarin volgens verweerder staat dat de UNRWA geen onderscheid maakt op basis van nationaliteitsstatus Eiseres heeft dit niet weersproken. Dat brengt mee dat zowel staatloze Palestijnen als Palestijnen met een nationaliteit onder het mandaat van de UNRWA vallen. Eiseres kan met dit beroep dan ook niet bereiken wat zij daarmee beoogt. Zij heeft daarom geen procesbelang bij dit beroep. </para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank wijst er overigens op dat verweerder in het verweerschrift (nogmaals) heeft aangegeven dat de nationaliteit van eiseres kan worden aangepast naar “staatloos” als zij haar geboorteakte, waarvan een kopie is overgelegd bij de gronden van beroep<footnote-ref linkend="_59c3bb5a-aac7-4281-9cfe-51ea21412215" />, overlegt aan Bureau Documenten en deze geboorteakte echt wordt bevonden. </para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G.M. Fluttert, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.P. de Zwart, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende donderdag na deze datum.</para>
      <para>Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_b1fa2891-9b21-41b4-884f-7a34122a3940" label="1">
    <para> Besluit van 18 september 2020.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d27489a7-9a00-4a99-9464-69d8a28262da" label="2">
    <para> Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, 22 april 2021, NL20.18355.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_32058e8a-6626-4719-81c8-67094e6ca60a" label="3">
    <para> Bijvoorbeeld Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) 12 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:805. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3cbd78b4-a7ba-4ed2-8989-716b120522d8" label="4">
    <para> Afdeling 13 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1625.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fb973fef-d3ea-40be-a9a1-79c667e45cb4" label="5">
    <para> Artikel 8 Rijkswet op het Nederlanderschap. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4da9584f-85ff-4666-b7b2-903d222c7640" label="6">
    <para> United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_330bf481-b14b-4241-a3fc-203458c8e891" label="7">
    <para> Zie ook C2./3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_59c3bb5a-aac7-4281-9cfe-51ea21412215" label="8">
    <para> Gronden van beroep van 9 maart 2021.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>