<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:13024</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-26T16:42:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL 21.15837 en NL 21. 15838</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:13024">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:13024</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-26T16:42:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:13024 Rechtbank Den Haag , 02-11-2021 / NL 21.15837 en NL 21. 15838</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:13024:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat ten aanzien van Cyprus niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Het beroep op een uitspraak van zittingsplaats Haarlem slaagt niet, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij opgevangen zal worden in Pournara en ook niet dat hij zelf geen huisvesting zal kunnen regelen, al dan niet met de financiële (nood)voorzieningen die door de overheid worden aangeboden. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zijn asielaanvraag in Cyprus niet inhoudelijk zal worden behandeld</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:13024:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL21.15837 en NL21.15838</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser/verzoeker, hierna: eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        [V-Nummer]
      </para>
      <para>(gemachtigde: mr. V. Senczuk),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K.J. Diender).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Cyprus verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij een voorlopige voorziening gevraagd aan de voorzieningenrechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) heeft het beroep en het verzoek op de zitting van 26 oktober 2021 behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen als op grond van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_9c366d69-5eba-455f-a956-3c2473c0ebfb" /> is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Cyprus een verzoek om terugname gedaan, omdat uit Eurodac is gebleken dat eiser op 28 juni 2021 in Cyprus asiel heeft aangevraagd. Cyprus heeft hierop niet tijdig gereageerd, wat op grond van artikel 25, tweede lid, van de Dublinverordening gelijk staat met aanvaarding van het verzoek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroepsgronden eiser</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat verweerder ten aanzien van Cyprus niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan. Eiser verwijst in dit kader naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van </para>
    <parablock>
      <para>31 maart 2021.<footnote-ref linkend="_721518ba-80f2-4e62-828e-6d2368e73d3b" /> Hieruit blijkt dat hij óf in Pournara zal worden opgevangen, waar (volgens die uitspraak) geen adequate opvang wordt verleend, óf hij moet met een bijdrage van €100 per maand eigen woonruimte zien te vinden wat (volgens die uitspraak) niet zal lukken. Verder doet hij een beroep op twee artikelen van Human Rights Watch van </para>
      <para>29 september 2020<footnote-ref linkend="_f4d1d6c9-1e34-4a33-b1cd-95a7e411bf8d" /> en van 6 juli 2021,<footnote-ref linkend="_74e56fee-a5a0-45eb-8f90-eac7cc0b90ed" /> waaruit volgt dat Cyprus zich schuldig maakt aan push-backs, geen onderzoek verricht naar asielmotieven en dus het beginsel van non-refoulement niet naleeft.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser heeft verklaard dat hij een (vorm van) verblijfsrecht in Cyprus heeft gekregen, maar uit de Eurodac-registratie valt dit echter niet op te maken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder, gezien het systeem van controle en registratie in Eurodac, ervan uit mag gaan dat de in Eurodac opgenomen informatie juist is. Eiser heeft ook geen tegenbewijs overgelegd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de Eurodac-registratie en stelt vast dat dat de asielaanvraag van eiser in Cyprus nog in behandeling is.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Voorop staat dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uit mag gaan dat Cyprus zich houdt aan haar internationale verplichtingen wat betreft de opvangvoorzieningen en de asielprocedure, tenzij concrete aanknopingspunten zijn waaruit opgemaakt kan worden dat Cyprus zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Het is aan eiser om dit aannemelijk te maken. De rechtbank is van oordeel dat eiser hierin niet is geslaagd en overweegt daartoe als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Allereerst slaagt het beroep op de eerder genoemde uitspraak van zittingsplaats Haarlem niet. Eiser betoogt dat hieruit blijkt dat hij bij terugkeer naar Cyprus misschien in een tentenkamp terecht komt waar de omstandigheden in strijd zijn met artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en/of artikel 4 van het Handvest van de Europese Unie (EU). Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat hij terecht zal komen in de opvanglocatie te Pournara, zoals de vreemdeling in de uitspraak van zittingsplaats Haarlem. Verder heeft eiser, anders dan in de zaak van zittingsplaats Haarlem, niet aannemelijk gemaakt dat hij in zijn geval met de financiële bijdrage waarop asielzoekers aanspraak kunnen maken bij een gebrek aan opvang, geen eigen onderdak kan regelen.<footnote-ref linkend="_7fb12c9e-ca37-4d23-b606-ba522e4ef51c" /> Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij een gebrek aan opvang of particuliere huisvesting zich niet kan beklagen bij de Cypriotische autoriteiten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Verder is de rechtbank van oordeel dat uit de artikelen van Human Rights Watch een zeer zorgelijk beeld naar voren komt voor wat betreft vluchtelingen die Cyprus per boot proberen te bereiken. Daaruit kan echter niet zonder meer worden geconcludeerd dat Cyprus geen onderzoek doet naar asielmotieven. De specifieke passage waarop eiser wijst gaat bovendien over het niet langer kunnen ontvangen en opvangen van economische migranten vanwege capaciteitsproblemen. Hierin leest de rechtbank, anders dan eiser, niet dat in Cyprus geen onderzoek naar asielmotieven plaatsvindt, noch dat eiser dat zal overkomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Tot slot overweegt de rechtbank dat eiser zich bij voorkomende problemen dient te beklagen bij de Cypriotische autoriteiten. Hij heeft niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat dit voor hem niet mogelijk is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Het beroep is ongegrond. Omdat op het beroep is beslist, is geen voorlopige voorziening meer nodig. Het verzoek wordt daarom afgewezen. </para>
      <para />
      <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep, geregistreerd onder zaaknummer NL21.15837, ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om een voorlopige voorziening, geregistreerd onder zaaknummer NL21.15838, af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M. Journée, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen de uitspraak op het beroep kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9c366d69-5eba-455f-a956-3c2473c0ebfb" label="1">
    <para>Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_721518ba-80f2-4e62-828e-6d2368e73d3b" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2021:3434.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f4d1d6c9-1e34-4a33-b1cd-95a7e411bf8d" label="3">
    <para> Beschikbaar via <emphasis role="underline">www.hrw.org/news/2020/09/29/cyprus-asylum-seekers-summarily-returned</emphasis> (geraadpleegd op 28 oktober 2021).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_74e56fee-a5a0-45eb-8f90-eac7cc0b90ed" label="4">
    <para> Beschikbaar via <emphasis role="underline">www.hrw.org/news/2021/07/06/cyprus-moves-shutter-local-human-rights-group</emphasis> (geraadpleegd op 28 oktober 2021).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fb12c9e-ca37-4d23-b606-ba522e4ef51c" label="5">
    <para> Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 februari 2021, overweging 5 (ECLI:NL:RVS:2021:244). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>