<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:12405</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-15T12:39:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21.657 en 21.659</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:12405">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:12405</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-15T12:35:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:12405 Rechtbank Den Haag , 03-02-2021 / 21.657 en 21.659</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:12405:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>AKT, statushouders Griekenland, AIDA-rapport juni 2020, beroepen aangehouden en vovo’s toegewezen i.v.m. lopende hoger beroepszaak bij ABRvS.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:12405:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht</para>
      <para>zaaknummers: NL21.657 en NL21.659</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker 1] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>, V-nummer: [V-nummer] , verzoekster mede ten behoeve van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 2] , </emphasis>V-nummer: [V-nummer] <emphasis role="bold">[verzoeker 3] , </emphasis>V-nummer: [V-nummer] <emphasis role="bold">[verzoeker 4] , </emphasis>V-nummer: [V-nummer] <emphasis role="bold">hierna tezamen: verzoekers,</emphasis></para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.A.E. Engelen), en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 12 januari 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL21.656 en NL21.658, plaatsgevonden op 1 februari 2021. Verzoekers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>treft de voorlopige voorzieningen dat de bestreden besluiten worden geschorst en dat verzoekers niet mogen worden uitgezet totdat is beslist op de beroepen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.068,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de asielaanvragen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard omdat zij in Griekenland internationale bescherming genieten. Verweerder gaat ten aanzien van Griekenland uit van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Verder vindt verweerder dat verzoekers gelet op hun status een zodanige band hebben met Griekenland dat het voor hen redelijk is om daarheen te gaan.</para>
    <para />
    <para>3. Verzoekers hebben aangevoerd dat ten aanzien van Griekenland niet mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In dit verband hebben zij onder meer een beroep gedaan op het AIDA-rapport van 23 juni 2020 (AIDA-rapport).</para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van Griekenland, ook met inachtneming van het AIDA-rapport, nog immer mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.</para>
    <para />
    <para>5. Het is de voorzieningenrechter ambtshalve bekend dat de ABRvS1 verweerder naar aanleiding van een bij de ABRvS lopende hogerberoepszaak en in verband met het AIDA- rapport heeft verzocht om nadere vragen te beantwoorden over de positie van statushouders in Griekenland. De beoordeling van de ABRvS kan van belang zijn voor de beroepen van verzoekers. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om de beroepen aan te houden en de verzoeken om voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter schorst de bestreden besluiten en bepaalt dat verzoekers niet mogen worden uitgezet totdat op de beroepen tegen de bestreden besluiten is beslist.</para>
    <para />
    <para>6. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener. Verder beschouwt de rechtbank de zaken van verzoekers vanwege de inhoud als samenhangende zaken. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag dat in één zaak zou worden toegekend.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2021 door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="d7ffb3be-08b6-4ff1-a320-2fb1408640d2" depth="2" width="193" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="2d6cb8fe-d9f7-4556-a6a7-6b7198a54eb4" depth="82" width="251" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="54fbd7eb-188e-40b1-8074-0590970f66fe" depth="82" width="3" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>03 februari 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3 februari 2021</para>
    <parablock>
      <para />
      <para>Mr. G.P. Loman	E. Kersten</para>
      <para>Rechter	Griffier</para>
      <para>Rechtbank Midden-Nederland	Rechtbank Midden-Nederland</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Documentcode: [documentcode]</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>