<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:12065</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-11T11:00:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 21/5863</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:12065">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:12065</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-10T14:49:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:12065 Rechtbank Den Haag , 04-11-2021 / SGR 21/5863</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:12065:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening, militair. Voldoende geïnformeerd over het zero tolerance beleid van verweerder ten aanzien van drugsgebruik. Verweerder mag zwaar wegen aan dat beleid. Afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:12065:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 21/5863</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 november 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Giard),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Defensie, verweerder(gemachtigde: mr. E. Damstra). </bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 29 juni 2021 (primaire besluit) heeft verweerder aan verzoeker ontslag verleend als militair wegens wangedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 oktober 2021 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens zijn namens verweerder verschenen de heer [A] en de heer [B] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verzoeker is op 26 oktober 2020 begonnen aan de opleiding voor mariniers. Nadat hij de opleidingsbaret heeft behaald, is hij samen met vier andere militairen door de politie gecontroleerd omdat op camerabeelden was te zien dat zij aan het blowen waren. Naar aanleiding van dit softdrugsgebruik heeft verweerder verzoeker ontslagen.<footnote-ref linkend="_dda4e8eb-3297-4b5b-b933-9d4ff4f72080" /> Verzoeker is het hier niet mee eens en vraagt de voorzieningenrechter om het besluit op te schorten.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vinden verzoeker en verweerder?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verzoeker stelt dat het gedrag hem niet kan worden toegerekend, omdat er geen actieve aandacht is gegeven aan het zero tolerance beleid van verweerder. Verzoeker was pas kort in dienst en niet bekend met het drugsbeleid. Verweerder had verzoeker hierover beter moeten informeren. Het besluit is ook onevenredig gelet op de bijzondere omstandigheden, zoals de hoeveelheid (één joint), de jeugdige leeftijd en het toekomstperspectief van verzoeker. Verzoeker heeft altijd openheid van zaken gegeven en heeft spijt. Een waarschuwing is daarom voldoende. Verweerder heeft deze omstandigheden onvoldoende betrokken. Dat het beleid voorschrijft dat in alle gevallen ontslag volgt bij het gebruik van softdrugs in privétijd, buiten een militaire locatie, maar in verenging met andere militairen, vindt verzoeker onterecht.</para>
    <para />
    <para>4. Volgens verweerder is verzoeker voldoende voorgelicht over het drugsbeleid voorafgaand en aan het begin van de opleiding, onder meer door de vermelding hiervan in de leefregels die op elke kamer liggen. Elke marinier moet zo snel mogelijk de leefregels kennen, omdat aan deze regels consequenties zijn verbonden. Het ontslag klopt met de regelgeving<footnote-ref linkend="_e4b8c8d5-da2b-4ac2-9127-bec37238a9f6" /> en het gebruiken van drugs, op welke wijze dan ook maar zeker in het bijzijn van andere militairen, is aan te merken als zeer ernstig wangedrag. De omstandigheden die verzoeker aanvoert, maken volgens verweerder het besluit niet onevenredig. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter zal op grond van de betrokken belangen, aan de hand van een voorlopig rechtsmatigheidsoordeel, beoordelen of er voldoende spoedeisend belang is om het treffen van een voorlopige voorziening te rechtvaardigen.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Verzoeker erkent het gebruik van softdrugs samen met andere militairen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de hoofdregel dan volgens het sanctiebeleid van verweerder is dat de militair wordt ontslagen wegens wangedrag.<footnote-ref linkend="_81671dae-c8c3-4d1b-84c0-586b3abf73ad" /> De voorzieningenrechter is van voorlopig oordeel dat verweerder in redelijkheid verzoeker heeft mogen ontslaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder tekort is geschoten in de voorlichting van het drugsbeleid. Voorafgaand aan de opleiding is een informatieboekje verspreid waarin staat dat gebruik van drugs leidt tot ontheffing uit de opleiding en ontslag. Hierbij is tevens vermeld waarom dit beleid wordt gehanteerd en dat het gezamenlijk gebruik van drugs kan leiden tot groepsbinding op negatieve gronden. In een presentatie op de dag van opkomst wordt gewezen op het zero tolerance beleid ten aanzien van drugs, ook buiten diensttijd. In de leefregels, die op de kamer van cursisten ligt, staat dat onder meer het gebruik van drugs (soft- en harddrugs) leidt tot verwijdering uit de opleiding en de defensieorganisatie. Het had voor verzoeker dan ook voldoende duidelijk kunnen zijn dat drugsgebruik niet wordt geaccepteerd. Dat verzoeker stelt dat hij desondanks niet op de hoogte was van de precieze gevolgen van het gebruik van drugs en de mogelijkheid van ontslag, komt voor zijn eigen risico. Het betoog van verzoeker dat verweerder actief had moeten uitdragen dat er een uitzondering op het zero tolerance beleid is, wordt gelet op het voorgaande eveneens niet gevolgd. Voldoende is dat het beleid op hoofdlijnen meermalen bekend is gemaakt en indien eiser meer had willen weten dan had hij het beleid erop na kunnen lezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>In de omstandigheden van verzoeker ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verweerder mag het belang van de negatieve effecten van drugs op de inzetbaarheid en veiligheid van alle militairen, ook die in opleiding, zwaar wegen. Het aanzien van het militair ambt wordt ernstig geschaad wanneer militairen zich inlaten met drugs en dit mag verweerder als zwaarwegende grond betrekken in zijn afweging. Drugs gebruiken met andere militairen is een ongewenste groepsbinding waar verweerder actief tegen optreedt. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker spijt heeft van zijn gedrag, mag verweerder de belangen van verzoeker – zijn leeftijd, het korte dienstverband en zijn toekomstperspectief – minder zwaar wegen dan de belangen van verweerder en de afweging in het nadeel van verzoeker laten uitvallen. Gelet op het beleid van verweerder volgt in een dergelijk geval ontslag en de voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder dit beleid hier niet had mogen toepassen. </para>
      <para />
      <para>7. Voor zover verzoeker betoogt dat verweerder bijzondere en individuele omstandigheden onvoldoende (kenbaar) heeft betrokken in zijn besluitvorming, kan verweerder bij de beslissing op het bezwaar de motivering verder uiteenzetten.</para>
      <para />
      <para>8. Het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking.</para>
      <para />
      <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.G.A. Verhoeven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>griffier</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>voorzieningenrechter</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_dda4e8eb-3297-4b5b-b933-9d4ff4f72080" label="1">
    <para> Met toepassing van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e4b8c8d5-da2b-4ac2-9127-bec37238a9f6" label="2">
    <para> De Aanwijzing SG A/925, Uitvoering drugsbeleid Defensie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_81671dae-c8c3-4d1b-84c0-586b3abf73ad" label="3">
    <para> Punt 1.2.1, onder e, van het Aanwijzing SG A/925 gelezen in samenhang met artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het AMAR.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>