<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:12033</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-08T14:00:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 6172</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:12033">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:12033</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-05T15:59:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:12033 Rechtbank Den Haag , 13-10-2021 / AWB - 20 _ 6172</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:12033:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verweerder heeft het verzoek om vergoeding voor verleende rechtsbijstand aan eiseres afgewezen, omdat het verzoek betrekking heeft op een zelfstandig beroep of bedrijf. beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:12033:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 20/6172</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te [woonplaats 1] , eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, te [woonplaats 2] , eiser</para>
      <para>samen: eisers </para>
      <para>(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Raad voor Rechtsbijstand, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J. van Vlerken).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 25 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om een vergoeding voor verleende rechtsbijstand aan eiseres op basis van een toevoeging afgewezen.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Bij besluit van 13 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar van eiser ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting heeft op 31 augustus 2021 via een Skypeverbinding plaatsgevonden. Eisers waren aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Bij besluit van 6 december 2019 heeft verweerder aan eiseres een toevoeging verleend voor het door eiser voeren van verweer tegen een vordering van [bedrijf] tot faillissement van eiseres en haar fruit- en groetenwinkel genaamd [VOF] VOF.</para>
    <para />
    <para>3. Bij het primaire besluit heeft verweerder het verzoek om vergoeding voor verleende rechtsbijstand aan eiseres afgewezen, omdat het verzoek betrekking heeft op een zelfstandig beroep of bedrijf en er geen sprake is van een uitzonderingssituatie op grond waarvan deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat zijn de regels?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Wat vinden eisers in beroep?</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>5. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond en het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Aan de ongegrondverklaring ligt onder meer ten grondslag dat bedrijfsmatige rechtsbelangen in beginsel zijn uitgesloten van toevoegingen. Bij wijze van uitzondering kan een toevoeging worden verleend als voortzetting van het bedrijf afhankelijk is van het resultaat van de aangevraagde rechtsbijstand. Om te kunnen beoordelen of aan deze uitzonderingssituatie is voldaan, moet volgens het beleid van verweerder recente jaarstukken worden overlegd. Uit de overgelegde stukken is niet gebleken dat het voortbestaan van de Vof op het spel stond. Daarom bestaat geen recht op een toevoeging en is de vergoeding terecht afgewezen, zo stelt verweerder.</para>
    <para />
    <para>6. Eisers voeren primair aan dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat de verleende rechtsbijstand geen betrekking heeft op de privésituatie van eiseres. Eiseres heeft zich genoodzaakt gevoeld om rechtshulp in te schakelen om een faillissement te voorkomen. De rechtsbijstand heeft geleid tot intrekking van het faillissementsverzoek, waardoor het juridisch geschil is beëindigd. Subsidiair is aangevoerd dat er sprake is van een uitzonderingssituatie. Zonder de rechtsbijstand was het bedrijf nu failliet geweest en kon deze niet voortbestaan. De financiële positie van de onderneming is daarbij op onjuiste wijze vastgesteld nu de opbrengst van de onderneming wordt verdeeld door drie vennoten en de netto winst per vennoot veel lager uitvalt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. <?linebreak?>De rechtbank stelt vast dat eiseres geen gronden heeft aangevoerd tegen de niet-ontvankelijk verklaring van haar bezwaar. Voor zover eiseres in beroep opkomt tegen de afwijzing van het verzoek om vaststelling van de vergoeding voor de verleende rechtsbijstand, heeft eiseres daarbij geen belang. Zoals verweerder heeft onderbouwd, blijft de toevoeging in stand en hoeft eiseres door afwijzing van de aanvraag om vaststelling van de vergoeding niet alsnog zelf de advocaatkosten te voldoen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep van eiseres is daarom ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het beroep van eiser</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. De rechtbank overweegt dat een toevoeging niet wordt verleend als het rechtsbelang waarop de aanvraag betrekking heeft, ziet op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat het rechtsbelang waarvoor de toevoeging is verleend in dit geval voortvloeit uit bedrijfsmatig handelen. Dat de vordering eiseres ook in privé kan raken, doet hier niet aan af.</para>
    <para />
    <para>9. Verder overweegt de rechtbank dat het aan eiser is om te onderbouwen dat voortzetting van het bedrijf afhankelijk was van een positief resultaat van gevraagde rechtsbijstand. Van belang hierbij is dat in beginsel geen toevoeging wordt verstrekt voor een bedrijfsmatig belang en het aan eiser is om deugdelijk met stukken te onderbouwen dat sprake is van een uitzonderingssituatie. Hierbij heeft verweerder geen rekening kunnen houden met de pas in beroep ingediende stukken. Eiser is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat het bedrijf van eiseres mogelijk niet had kunnen worden voortgezet. Verweerder beoordeelt dit aan de hand van recente jaarstukken zodat de financiële positie van de onderneming kan worden vastgesteld. Verweerder stelt dat uit de overgelegde stukken is gebleken van een netto winst van ruim € 35.000,- en dat dit meer bedraagt dan de grens zoals deze uit het beleid voortvloeit. Het feit dat de opbrengst van de onderneming verdeeld wordt over drie vennoten, doet niet af aan de constatering dat geen sprake is van een bedrijfsbedreigend geschil. De toets ziet namelijk op de onderneming als geheel en niet op de vennoten afzonderlijk. Verweerder heeft de aanvraag dus af kunnen wijzen op de grond dat het rechtsbelang de uitoefening van een zelfstandig bedrijf betreft, terwijl niet is gebleken dat een uitzonderingsgrond daarop van toepassing is.</para>
    <para>10. <?linebreak?>Het beroep van eiser is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. H.A. Abdolbaghai, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>13 oktober 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is verhinderd te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BIJLAGE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wet op de rechtsbijstand (Wrb)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 12</para>
    </parablock>
    <para>2 Rechtsbijstand wordt niet verleend indien:</para>
    <para>e. het rechtsbelang waarop de aanvraag betrekking heeft, de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft, tenzij:</para>
    <parablock>
      <para>1º. voortzetting van het beroep of bedrijf voorzover het niet in de vorm van een rechtspersoon wordt gevoerd, afhankelijk is van het resultaat van de aangevraagde rechtsbijstand, of</para>
      <para>2º. het beroep of bedrijf ten minste één jaar geleden is beëindigd, de aanvrager in eerste aanleg als verweerder bij een procedure is betrokken of betrokken is geweest en de kosten van rechtsbijstand niet op andere wijze kunnen worden vergoed;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Werkinstructie bedrijfsmatig handelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Benodigde stukken / informatie </para>
      <para>-(digitaal) ondertekend aanvraagformulier Civiel</para>
    </parablock>
    <para>- toelichting omtrent het geschil waarvoor om toevoeging wordt verzocht, advocaat dient in de toelichting tevens duidelijk te maken dat het beroep of bedrijf van rechtzoekende in het voortbestaan wordt bedreigd</para>
    <para>- afschrift van de meest recente (niet ouder dan 2 jaar) jaarcijfers (balans, verlies &amp; winstrekening en toelichting op de jaarrekening). Indien bedrijf korter dan een jaar bestaat, dan dient de start- of openingsbalans overgelegd te worden tezamen met kwartaal c.q. halfjaarcijfers</para>
    <para>- stukken waaruit de financiële situatie blijkt, indien sprake is van de uitoefening van een zelfstandig beroep</para>
    <para>- bestaat het bedrijf niet meer, dan dienen stukken overgelegd te worden waaruit dit blijkt (uittreksel KvK)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 39</para>
    </parablock>
    <para>1. In afwijking van de hoofdstukken II en III kan het bestuur de vergoeding bepalen met inachtneming van nader vast te stellen kwaliteitscriteria, mits de desbetreffende rechtsbijstandverlener of rechtsbijstandverleners daarmee instemmen.</para>
    <para>2. Het bestuur kan met instemming van de rechtsbijstandverlener afwijken van het bepaalde in hoofdstuk IV over de wijze van aanvragen en de overige procedureregels inzake de vaststelling van de vergoeding.</para>
    <para>3. Het bestuur stelt beleidsregels vast voor de toepassing van het eerste en tweede lid en vermeldt deze beleidsregels in het jaarplan, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, van de wet.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>