<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:12022</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-01T15:59:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/612885 / HA RK 21-232</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:12022">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:12022</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-01T15:59:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:12022 Rechtbank Den Haag , 29-10-2021 / C/09/612885 / HA RK 21-232</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:12022:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>RWN-zaak. Verzoekster heeft vanaf haar geboorte de Nederlandse nationaliteit, omdat zij valt onder de uitzonderingscategorie van artikel 15 lid 2 RWN.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:12022:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: HA RK 21-232</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/612885</para>
    <para>Datum beschikking: 29 oktober 2021</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 2 juni 2021 ingekomen verzoekschrift van: </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [X]
    </title>
    <parablock>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>verblijvende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. M.J.M. Peeters te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE STAAT DER NEDERLANDEN, </title>
    <parablock>
      <para>Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,</para>
      <para>verder te noemen “de IND”,</para>
      <para>zetelende te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>vertegenwoordigd door mr. R.Y. Reckers.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van 13 juli 2021 van de IND met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het faxbericht van 18 augustus 2021 van de zijde van verzoekster;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van de officier van justitie van 23 augustus 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van 25 augustus 2021 van de IND. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zowel verzoekster als de IND en de officier van justitie hebben schriftelijk medegedeeld af te zien van een mondelinge behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie</title>
    <para>Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van het Nederlanderschap van verzoekster. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De IND concludeert tot toewijzing van het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft bij voormelde conclusie medegedeeld zich aan te sluiten bij het standpunt van de IND.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Verzoekster is op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] , Suriname, geboren als dochter van [naam vader] (de vader) en [naam moeder] (de moeder).</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De ouders van verzoekster waren op dat moment met elkaar gehuwd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De ouders van verzoekster bezaten op het moment van de geboorte van verzoekster elk de Nederlandse nationaliteit.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoekster heeft zich op 18 juli 1969 vanuit Suriname gevestigd te [voormalige woonplaats]	 op basis van haar Nederlandse nationaliteit.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoekster heeft zich op 31 oktober 2013 laten uitschrijven uit de BRP naar Suriname en gebruik gemaakt van de Remigratiewet. Bij decreet van 30 december 2014 heeft zij de Surinaamse nationaliteit door naturalisatie verkregen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoekster heeft zich op 23 december 2020 gemeld bij de gemeente [huidige woonplaats] voor inschrijving in de basisregistratie personen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>In geschil is of verzoekster in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster stelt dat dit het geval is en voert daartoe, verkort weergegeven, het volgende aan. Verzoekster heeft vanaf haar geboorte de Nederlandse nationaliteit gehad. Deze heeft zij verloren door gebruik te maken van de remigratieregeling zodat zij in beginsel op grond van artikel 15, lid 1, sub a van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) de Nederlandse nationaliteit heeft verloren. De uitzondering van artikel 15, lid 2 sub a RWN was op dat moment immers niet op verzoekster van toepassing. Uit het arrest van de Hoge Raad van 26 juni 2015 volgt echter dat de uitzonderingscategorie van voormeld artikel ook op de situatie van verzoekster van toepassing is, zodat zij achteraf bezien nooit het Nederlanderschap heeft verloren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De IND heeft aangegeven dat verzoekster bij haar geboorte de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen op basis van artikel 1 sub a van de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 12 december 1892 (WNI), omdat zij is geboren uit een Nederlandse vader. De vader van verzoekster heeft zich op 25 februari 1961 in Nederland ingeschreven en de moeder op 11 december 1968. Verzoekster zelf is op 18 juli 1969 ingeschreven in de gemeente Amsterdam. Tijdens de onafhankelijkheid van Suriname woonde verzoekster met haar ouders in Nederland en behielden zij de Nederlandse nationaliteit. Hoewel verzoekster op 30 december 2014 vrijwillig de Surinaamse nationaliteit heeft aangenomen, heeft zij gelet op de huidige stand van jurisprudentie en uitleg van artikel 15, lid 2, onder a en b RWN het Nederlanderschap niet van rechtswege verloren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verzoekster door geboorte de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. Ten tijde van haar remigratie naar Suriname gold al de huidige RWN.</para>
      <para>Hierin is onder meer het volgende bepaald in artikel 15 RWN:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Het Nederlanderschap gaat voor een meerderjarige verloren:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. door het vrijwillig verkrijgen van een andere nationaliteit;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2 Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op de verkrijger</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. die in het land van die andere nationaliteit is geboren en daar ten tijde van de verkrijging zijn hoofdverblijf heeft;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. die voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren in het land van die andere nationaliteit zijn hoofdverblijf heeft gehad;”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn uitspraak van 26 juni 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1749) heeft de Hoge Raad verdere uitleg gegeven over deze artikelen en overwogen:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“De in art. 15 lid 2, aanhef en onder a en b, RWN omschreven bescherming tegen het verlies van het Nederlanderschap komt derhalve ook toe aan een meerderjarige Nederlander die vrijwillig de nationaliteit van een nieuwe soevereine staat verkrijgt en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- op het grondgebied van die staat is geboren voordat het een zelfstandige en soevereine staat werd, en ten tijde van zijn naturalisatie zijn hoofdverblijf in die nieuwe soevereine staat heeft (het geval bedoeld in art. 15 lid 2, aanhef en onder a, RWN), dan wel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- als minderjarige gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren zijn hoofdverblijf heeft gehad op het grondgebied van die staat voordat het een zelfstandige en soevereine staat werd (het geval bedoeld in art. 15 lid 2, aanhef en onder b, RWN).”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor verzoekster geldt dat zij als minderjarige gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren haar hoofdverblijf heeft gehad op het grondgebied van Suriname, in de periode voordat Suriname onafhankelijk werd van Nederland. Dat betekent dat de vrijwillige verkrijging nadien van de Surinaamse nationaliteit er niet toe heeft geleid dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft verloren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook anderszins is niet gesteld of gebleken dat verzoekster sinds haar geboorte de Nederlandse nationaliteit op een andere manier heeft verloren. Dat betekent dat verzoekster bij haar geboorte de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen en zij deze sindsdien niet heeft verloren. Het verzoek, om vast te stellen dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft, kan dus als op de wet gegrond worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat verzoekster sinds haar geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Vink, rechter, bijgestaan door <?linebreak?>mr. I.M. Talstra -Touwen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting <?linebreak?>van 29 oktober 2021.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>