<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:11946</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-02T18:30:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 7211</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2022:1737" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2022:1737, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2022020810</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2022-0534</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:11946">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:11946</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-04T15:03:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:11946 Rechtbank Den Haag , 28-10-2021 / AWB - 20 _ 7211</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:11946:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>‘Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij tijdig om uitstel van betaling heeft verzocht. De dwangbevelkosten zijn terecht in rekening gebracht.’</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:11946:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 20/7211</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </title>
    <bridgehead role="bold">28 oktober 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder. </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bestreden uitspraak op bezwaar </title>
    <para>De uitspraak van verweerder van 7 oktober 2020 op het bezwaar van eiser tegen de aan hem in verband met de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] in rekening gebrachte dwangbevelkosten van € 55.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting </title>
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft door middel van een Skype-zitting plaatsgevonden op </para>
      <para>14 oktober 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft daaraan deelgenomen via een telefonische verbinding. Namens verweerder heeft [A] deelgenomen, in aanwezigheid van [B] .  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Aan eiser is, wegens uitblijven van betaling van de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] , met dagtekening </para>
    <para>16 april 2020 een dwangbevel betekend. Bij het dwangbevel zijn betekeningskosten ter hoogte van € 55 in rekening gebracht.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft met dagtekening 19 mei 2020 een bezwaarschrift ingediend tegen het voornoemde dwangbevel. Verweerder heeft dit opgevat als een bezwaar tegen de kosten van het dwangbevel. Eiser is in de bezwaarprocedure op 8 september 2020 gehoord. Verweerder heeft op 7 oktober 2020 uitspraak op bezwaar gedaan. </para>
    <para />
    <para>3. In geschil is of verweerder de dwangbevelkosten terecht in rekening heeft gebracht. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat hij om een betalingsregeling had verzocht in de fase voorafgaand aan de betekening van het dwangbevel, maar dat hij hier geen antwoord op heeft gekregen. Hij stelt dat hij een verzoek heeft afgegeven bij de balie van de Belastingdienst en een kopie met ontvangststempel in zijn bezit heeft. Hij heeft dit stuk echter– ondanks een verzoek hiertoe van verweerder – niet overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij tijdig om uitstel van betaling heeft verzocht. De enkele stelling dat eiser dat heeft gedaan is onvoldoende. Omdat eiser ondanks een aanmaning de naheffingsaanslag niet heeft betaald, zijn de dwangbevelkosten terecht in rekening gebracht.</para>
    <para />
    <para>5. Alles wat eiser verder heeft aangevoerd met betrekking tot de beslaglegging op zijn taxi’s betreft een civiele zaak en kan in deze procedure niet aan de orde komen.</para>
    <para />
    <para>6. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.B.K. Stroosnier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>28 oktober 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302, </para>
      <para>2500 EH Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>