<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:11913</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-02T12:41:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/617641 / JE RK 21-2142</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:11913">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:11913</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-02T12:40:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:11913 Rechtbank Den Haag , 14-10-2021 / C/09/617641 / JE RK 21-2142</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:11913:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bekrachtiging schriftelijke aanwijzing. Afwijzing verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:11913:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd- en Zorgrecht<?linebreak?></para>
      <para>Zaaksgegevens: C/09/617641 / JE RK 21-2142</para>
      <para>Datum uitspraak: 14 oktober 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bekrachtiging schriftelijke aanwijzing</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Afwijzing verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak naar aanleiding van het op 8 september 2021 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het op 13 september 2021 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vrouw] </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres, </para>
      <para>advocaat: mr. F.G.T. Meershoek, te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 1]</emphasis>geboren op [geboortedag 1] 2010 te [geboorteplaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige 1] ; </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 2]</emphasis>geboren op [geboortedag 2] te [geboorteplaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige 2] ; </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 3]</emphasis>geboren op [geboortedag 2] 2012 te [geboorteplaats] , <?linebreak?>hierna te noemen: [minderjarige 3] . </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de man] </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,  <?linebreak?>advocaat: mr. J. de Jong, te Gorinchem, </para>
      <para>
        <?linebreak?>ten aanzien van verzoekschrift I: de moeder, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ten aanzien van verzoekschrift II: de gecertificeerde instelling. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van de verzoekschriften met bijlagen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 oktober 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [vertegenwoordigers van de GI] namens de gecertificeerde instelling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een stagiaire als toehoorder; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vader, bijgestaan door zijn advocaat.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven feitelijk bij de moeder.  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 23 juni 2021 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd van 24 juni 2021 tot 24 mei 2022.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De gecertificeerde instelling heeft op 8 september 2021 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Hoewel in deze schriftelijke aanwijzing kennelijk is verzuimd de aanwijzing zelf op te nemen, gaat iedereen ervanuit dat de deze gelijk is aan de vooraankondiging: “Moeder moet akkoord geven voor de start van het voorlezen van de kaartjes door de behandelaren. Voor [minderjarige 1] zal dit Mentaal Beter zijn en voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] door de zorgboerderij”. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoeken en verweer</title>
    <para>De gecertificeerde instelling heeft bekrachtiging van voornoemde schriftelijke aanwijzing verzocht. Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. Er wordt gezien dat de kinderen de vader missen en daarom is er een plan opgesteld waarbij het voorlezen van de kaartjes van de vader aan de kinderen de eerste stap is. Hoewel de gecertificeerde instelling ervan uitging dat ook de kinderrechter die op 23 juni 2021 uitspraak deed achter het zo snel mogelijk voorlezen van de kaartjes stond, is er onduidelijkheid ontstaan over de uitleg van de beschikking van 23 juni 2021. Het is van belang dat hiermee wordt begonnen en dat de behandelaren dit doen omdat zij de kinderen en de moeder hierin kunnen begeleiden en ondersteunen. De moeder geeft hier echter geen (emotionele) toestemming voor en de behandelaren geven aan de kaartjes pas voor te lezen als er duidelijkheid komt van de kinderrechter. De kinderen hebben al 2,5 jaar geen contact gehad met de vader en het raadsonderzoek zal minimaal vijf maanden duren. Het is daarom van belang dat zo snel mogelijk wordt gestart gaat worden met het voorlezen van de kaartjes. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft, mede bij monde van haar advocaat, verzocht de schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren. Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. De moeder heeft aangegeven dat er op dit moment geen ruimte is bij haar en bij de kinderen voor het voorlezen van de kaartjes en dat dit mogelijk zal leiden tot (nieuwe) trauma’s. Binnenkort zal het raadsonderzoek worden gestart of contactherstel in het belang van de kinderen is en op welke wijze dit eventueel dient te gebeuren. De moeder vindt dat de uitkomsten van dat onderzoek moeten worden afgewacht voordat eventueel kan worden begonnen wordt met het voorlezen van de kaartjes. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft, mede bij monde van zijn advocaat, ingestemd met het verzoek van de gecertificeerde instelling. Een van de redenen om de ondertoezichtstelling op 23 juni 2021 te verlengen is omdat het contact tussen de vader en de kinderen op een veilige manier moet worden hersteld. De kaartjes zijn de eerste stap. Het is van belang dat de kinderen weten dat de vader van hun houdt, maar de moeder gaat nergens mee akkoord. De vader heeft al 2,5 jaar geen contact gehad met de kinderen en is bang dat het raadsonderzoek lang gaat duren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter stelt voorop dat uit het bepaalde in artikel 1:263 lid 1 BW volgt dat de gecertificeerde instelling ter uitvoering van haar taak een schriftelijke aanwijzing betreffende de verzorging en opvoeding van een minderjarige aan de met gezag belaste ouders kan geven, indien zij niet instemmen of onvoldoende medewerking verlenen aan datgene wat noodzakelijk is om de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting moet naar het oordeel van de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing worden bekrachtigd. Daarbij overweegt de kinderrechter dat het werken aan contactherstel met de vader en tussen de kinderen onderling vanaf het begin af aan een van de doelen van de ondertoezichtstelling is geweest. </para>
      <para>De kinderrechter acht het voorlezen van de kaartjes een eerste stap in de richting van contactherstel. Gelet op het feit dat de vader en de kinderen al 2,5 jaar geen contact hebben gehad is het van belang dat hier zo snel mogelijk mee wordt begonnen. Er is op geen enkele wijze gebleken dat de kinderen hier schade aan zullen ondervinden. Het is naar het oordeel van de kinderrechter van belang dat het voorlezen gebeurt door de behandelaren zodat de moeder en de kinderen daarin kunnen worden begeleid en in hun behandeling op kunnen voortborduren. Omdat de moeder geen medewerking wil verlenen is een schriftelijke aanwijzing noodzakelijk. De kinderrechter zal de schriftelijke aanwijzing daarom bekrachtigen en het verzoek tot vervallenverklaring afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom zal als volgt worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing d.d. 8 september 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek tot vervallen verklaren van de schriftelijke aanwijzing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021 door mr. J.J. Peters, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 oktober 2021.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Ingevolge artikel 807 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat tegen deze beslissing geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet. </para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>