<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:11362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-27T09:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.14365 en NL21.14368</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:11362">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:11362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-25T13:47:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:11362 Rechtbank Den Haag , 13-10-2021 / NL21.14365 en NL21.14368</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:11362:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ingangsdatum van verleende vergunningen in geschil - beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:11362:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Gravenhage</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL21.14365 en NL21.14368</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser 1] en [eiser 2] , eisers</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. G.E.M. Later),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Jonkman).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluiten van 11 augustus 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers ingewilligd.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 27 september 2021 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>1. Eisers zijn broer en zus. Zij hebben op 9 december 2015 hun eerste asielaanvraag ingediend (met hun vader en broer). Die aanvraag is destijds afgewezen en door een uitspraak van de hoogste bestuursrechter onherroepelijk geworden.<footnote-ref linkend="_9217332f-4f93-4e8d-995e-d1b3f7d7ab3d" /> Zij hebben daarna een beroep gedaan op de discretionaire bevoegdheid van verweerder. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een beroepsprocedure bij deze rechtbank<footnote-ref linkend="_d74076fc-63f2-49b1-8493-d50ea6c32730" />. De rechtbank heeft in die procedure het onderzoek ter zitting geschorst en met partijen afgesproken dat zij onderling in overleg zouden gaan over de mogelijkheden voor eisers om hun situatie zo goed mogelijk te laten beoordelen. Naar aanleiding van dat overleg hebben eisers een herhaalde asielaanvraag ingediend die verweerder uiteindelijk heeft ingewilligd. Aan eisers is een asielvergunning verleend met ingang van 15 juli 2021 – de datum van hun herhaalde asielaanvraag.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vinden eisers in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eisers zijn het niet eens met de bestreden besluiten. Zij voeren aan dat de ingangsdatum van de verleende vergunningen verkeerd is. De vergunningen zouden volgens hen namelijk per ingang van 9 december 2015 – de datum van hun eerste asielaanvraag – verleend moeten worden. Subsidiair betogen zij dat de vergunningen verleend zouden moeten worden per ingang van 4 april 2018 – het moment dat zij een beroep deden op de discretionaire bevoegdheid van verweerder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat het in deze zaak gaat om de asielvergunning die eisers hebben gekregen naar aanleiding van hun herhaalde asielaanvraag. </para>
        <para>De afwijzing van eisers eerste asielaanvraag is onherroepelijk geworden met de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 23 oktober 2017. Dat betekent dat verweerder de eerste asielaanvraag van eisers destijds terecht heeft afgewezen. De herhaalde asielaanvragen van eisers zijn ingewilligd vanwege nieuwe omstandigheden die door eisers bij hun herhaalde asielaanvraag naar voren zijn gebracht. Gelet op het voorgaande, en nu bij een herhaalde asielaanvraag onverkort het uitgangspunt geldt dat de vergunning bij inwilliging wordt verleend met ingang van de datum waarop de opvolgende aanvraag is ontvangen, heeft verweerder de vergunningen in zoverre terecht met ingang van 15 juli 2021 verleend.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De rechtbank overweegt verder dat het in deze beroepszaak geen oordeel zal geven over het subsidiaire betoog van eisers. Het subsidiaire betoog ziet namelijk op het beroep dat eisers hebben gedaan op de discretionaire bevoegdheid van eisers. Dat ligt ter beoordeling voor in de andere beroepszaak van eisers met zaaknummer AWB 19/9927.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is de conclusie?</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. De beroepen zijn ongegrond.</para>
      <para />
      <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr.J.F.A. Bleichrodt, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9217332f-4f93-4e8d-995e-d1b3f7d7ab3d" label="1">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 23 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2860.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d74076fc-63f2-49b1-8493-d50ea6c32730" label="2">
    <para> Zaaknummer AWB 19/9927.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>