<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:11255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-29T09:00:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 20/8997</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:11255">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:11255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-24T08:45:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:11255 Rechtbank Den Haag , 15-10-2021 / AWB 20/8997</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:11255:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vbv ingetrokken wegens beeindigen huwelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:11255:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 20/8997</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Uzumcu),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C. Wesenbeek).<?linebreak?></para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 16 april 2020 (primair besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning van eiser met terugwerkende kracht met ingang van 2 oktober 2019 ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 19 november 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard, met wijziging van de intrekkingsdatum naar 25 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 23 september 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Ermek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser is met ingang van 12 januari 2019 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn echtgenote (referente). Met het primaire besluit heeft verweerder deze verblijfsvergunning ingetrokken omdat het huwelijk met referente zou zijn verbroken. Verweerder handhaaft de intrekking in het bestreden besluit en motiveert dat per ongeluk de verkeerde intrekkingsdatum was opgenomen in het primaire besluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vinden eiser en verweerder in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser betwist en ontkent dat het huwelijk met referente is verbroken. Zij zijn nog steeds gehuwd en wonen samen op hetzelfde adres in [plaats] . Het huwelijk staat onder druk door de familie van referente, omdat haar familie vraagt het huwelijk te beëindigen. Verweerder had eiser moeten horen, zodat hij in de hoorzitting de twijfels had kunnen wegnemen. Verder heeft het Hof<footnote-ref linkend="_dce33fd9-e027-4b81-9ce4-5ab81a70d6e0" /> bepaald dat verweerder de verblijfsvergunning alleen mag beëindigen bij fraudeleus handelen<footnote-ref linkend="_33ddf947-a3e4-495f-b9f5-96339bf33f85" />, waarvan niet is gebleken. Ook doet eiser geen beroep op publieke middelen en ligt zijn leven in Nederland. Verweerder had deze omstandigheden moeten betrekken in een belangenafweging. Tot slot stelt eiser dat verweerder de proceskosten in bezwaar had moeten vergoeden nu de datum van de intrekking in het bestreden besluit is veranderd ten opzichte van het primaire besluit.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft (ter zitting) gemotiveerd verweer gevoerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verweerder de verblijfsvergunning van eiser terecht heeft ingetrokken. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het huwelijk van eiser en referente is verbroken. Bij brief van 25 oktober 2019 is verweerder door de advocaat van referente geïnformeerd dat het huwelijk met eiser duurzaam is ontwricht en verbroken. Op verzoek van verweerder heeft de advocaat dit bevestigd bij brief van 1 april 2020. Ook heeft de rechter bij beschikking van 25 november 2019 bepaald dat eiser uitsluitend gebruik mag maken van de huurwoning en referente de woning dient te verlaten. De stelling van eiser dat het huwelijk niet is verbroken of dat het huwelijk altijd onder druk heeft gestaan door de familie van referente, is gelet op de hiervoor genoemde stukken en bij gebrek aan onderbouwing (met stukken) onvoldoende voor een ander oordeel. Omdat eiser in het bezit was van een verblijfsvergunning vanwege verblijf bij zijn echtgenote en dat huwelijk is verbroken, heeft verweerder terecht de verblijfsvergunning ingetrokken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt hierbij dat eiser geen beroep kan doen op het arrest van het Hof of het Associatiebesluit<footnote-ref linkend="_7a81c181-13e3-4ada-8be2-a2b953c26924" />. Eiser voldeed op het moment van het primaire besluit niet aan het vereiste van één jaar legale arbeid. Eiser heeft dit uitgangspunt van verweerder niet betwist. Van frauduleus handelen hoeft daarom geen sprake te zijn om de verblijfsvergunning in te mogen trekken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Ten aanzien van het beroep van eiser op privéleven zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM<footnote-ref linkend="_e05dde09-7316-416f-8115-de669932444e" /> overweegt de rechtbank dat eiser geen stukken heeft overgelegd ter onderbouwing hiervan. Daarom oordeelt de rechtbank dat verweerder voldoende gemotiveerd en in redelijkheid de belangenafweging in het nadeel van eiser laat uitvallen.</para>
      <para />
      <para>5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat verweerder proceskosten dient te vergoeden vanwege de wijziging van de intrekkingsdatum. De rechtbank ziet de eerst genoemde en foutieve datum als een kennelijke verschrijving. Deze verschrijving heeft verweerder ambtshalve hersteld en dus niet naar aanleiding van het ingediende bezwaar. Bovendien is niet gebleken, ook niet nadat hier ter zitting expliciet naar is gevraagd, dat eiser door de wijziging van de intrekkingsdatum schade heeft geleden. </para>
      <para />
      <para />
      <para>6. Met betrekking tot de stelling van eiser dat de hoorplicht is geschonden overweegt de rechtbank als volgt. Volgens vaste rechtspraak vormt het horen een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftenprocedure en kan daarvan slechts met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht worden afgezien indien er, naar objectieve maatstaven bezien, op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Naar het oordeel van de rechtbank deed een dergelijke situatie zich hier voor. Dat eiser tijdens een hoorzitting uitleg wilde geven, maakt dit niet anders, omdat verweerder de beslissing om van horen af te zien neemt op grond van het bezwaarschrift. Eiser heeft in bezwaar of beroep niet nader gemotiveerd welke omstandigheden hij naar voren wilde brengen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. N.Y. Majoor, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_dce33fd9-e027-4b81-9ce4-5ab81a70d6e0" label="1">
    <para> Het Hof van Justitie van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_33ddf947-a3e4-495f-b9f5-96339bf33f85" label="2">
    <para> Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 29 september 2011, C-187, ECLI:EU:C:2011:623.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a81c181-13e3-4ada-8be2-a2b953c26924" label="3">
    <para> Besluit Nr. 1/80 betreffende de ontwikkeling van de Associatie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e05dde09-7316-416f-8115-de669932444e" label="4">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>