<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:10609</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-29T09:18:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.14803</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:10609">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:10609</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-29T09:17:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:10609 Rechtbank Den Haag , 20-04-2021 / NL20.14803</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:10609:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Asiel / geaardheid / Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder de verklaringen van eiser zoals die zijn afgelegd tijdens het aanvullende gehoor en de door eiser overgelegde </para>
        <para>schriftelijke verklaringen onvoldoende kenbaar heeft betrokken in zijn besluitvorming en daarmee onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser zijn gestelde geaardheid niet aannemelijk </para>
        <para>heeft gemaakt.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:10609:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.14803 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [V-Nummer]
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.R. van der Linde), </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 2 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser </para>
      <para>van 21 november 2015 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd </para>
      <para>afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet </para>
      <para>(Vw) 2000. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een </para>
      <para>verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2021. Eiser is verschenen, </para>
      <para>bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Y.I. Kushneryk, tolk in de </para>
      <para>Oekraïense taal. Tevens zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] </para>
      <para> Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn voornoemde </para>
      <para>gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat ging aan de procedure vooraf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 21 november 2015 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een </para>
        <para>verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft die aanvraag afgewezen. </para>
        <para>Deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, heeft het beroep hiertegen in de uitspraak van  </para>
        <para>20 maart 2017<footnote-ref linkend="_6a443bb1-7133-4f43-b017-a628fb095381" /> gegrond verklaard. Eiser heeft op die zitting een nieuw asielmotief naar </para>
        <para>voren bracht, zijnde zijn geaardheid en naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder </para>
        <para>verzuimd dat nader te beoordelen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft het </para>
        <para>hoger beroep hiertegen in de uitspraak van 12 juli 2019<footnote-ref linkend="_6fa89fd5-bea8-44a5-ac66-9c514358551a" /> ongegrond verklaard, omdat de </para>
        <para>rechtbank op grond van het moment van indiening van een asielmotief en de concreetheid </para>
        <para>ervan moet onderzoeken of zijzelf en verweerder het asielmotief bij het beroep kunnen </para>
        <para>betrekken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft vervolgens aanleiding gezien eiser aanvullend te horen over zijn </para>
        <para>geaardheid. Vervolgens heeft verweerder met het bestreden besluit eisers aanvraag </para>
        <para>nogmaals ongegrond verklaard.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Asielrelaas </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.  	Eiser heeft aan zijn asielaanvraag – samengevat – het volgende ten grondslag </para>
        <para>gelegd. Eiser is afkomstig uit Oekraïne en heeft daar in het verleden tweemaal in het leger </para>
        <para>gediend. Hij is bang om opnieuw te worden opgeroepen voor het leger en naar een </para>
        <para>oorlogsgebied te worden uitgezonden. Hij heeft veel gezien en veel leugens meegemaakt. </para>
        <para>Hij wil niet opnieuw deelnemen aan het bedrog. Op dienstweigering staat gevangenisstraf in </para>
        <para>Oekraïne. Toen de nieuwe mobilisatiegolf begon is eiser gevlucht. In juli 2015 is eiser </para>
        <para>meerdere keren telefonisch bedreigd, maar deze telefonische bedreigingen houden geen </para>
        <para>verband met zijn vlucht. Daarnaast heeft eiser tijdens de zitting van  12 januari 2017 aangevoerd dat aan zijn asielaanvraag tevens zijn homoseksuele geaardheid </para>
        <para>ten grondslag ligt. In dit kader voert eiser aan dat hij in Oekraïne nooit voor zijn </para>
        <para>homoseksualiteit heeft durven uitkomen. Volgens eiser worden homoseksuelen in Oekraïne </para>
        <para>mishandeld en vermoord en bieden de autoriteiten hen geen hulp. Eiser vreest bij terugkeer </para>
        <para>naar Oekraïne te worden mishandeld of te worden opgenomen in een psychiatrische kliniek. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het bestreden besluit </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft in eisers asielrelaas vier relevante elementen onderscheiden: </para>
      <para />
      <para>1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; </para>
      <para>2. seksuele gerichtheid; </para>
      <para>3. oproep voor militaire reservedienst; en </para>
      <para>4. telefonische bedreigingen in 2015. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft alleen het tweede element ongeloofwaardig geacht. Volgens </para>
        <para>verweerder is eiser, waar het in zijn authentieke verhaal gaat om de gevoelens die hij heeft </para>
        <para>over zijn eerste ontdekking van zijn ‘anders zijn’ en zijn geaardheid, over de ontwikkelingen </para>
        <para>daarin, tot het moment waarop hij zich realiseert en accepteert dat hij homoseksueel is en </para>
        <para>over zijn relaties, blijven steken in algemeenheden, oppervlakkige en vage verklaringen. Uit </para>
        <para>de wel door verweerder als geloofwaardig geachte elementen volgt niet dat eiser kan </para>
        <para>worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag<footnote-ref linkend="_5ec0a236-9b94-46fe-b52e-15079d6c42e3" />. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat voor hem persoonlijk feiten en omstandigheden bestaan die zijn vrees voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin rechtvaardigen. Verweerder verwijst </para>
        <para>hierbij naar paragraaf C2/3.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000 en artikel 3.36 van het </para>
        <para>Voorschrift Vreemdelingen 2000. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij </para>
        <para>terugkeer naar Oekraïne een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van </para>
        <para>het EVRM<footnote-ref linkend="_d667fc6a-c3cc-4bd0-ab61-afd22cda52c0" /> .  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beroepsgronden eiser  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.  	Volgens eiser heeft verweerder zich in het bestreden besluit ten onrechte niet </para>
        <para>uitgelaten over de zwaarwegendheid van de door eiser verwachte problemen bij terugkeer </para>
        <para>naar Oekraïne als homoseksuele man. Eiser heeft namelijk wel degelijk een authentiek en </para>
        <para>individueel verhaal verteld, zoals wordt verwacht door verweerder. Zeker als je rekening </para>
        <para>houdt met eisers introverte karakter. Ondanks het feit dat verweerder stelt dat eiser er deels </para>
        <para>in geslaagd is om te beschrijven hoe hij er achter is gekomen dat hij homoseksueel was en </para>
        <para>stelt dat het verhaal authentiek overkomt, komt verweerder toch tot de conclusie dat hiervan </para>
        <para>geen sprake is. Dat is een onjuiste conclusie. Eiser meent dat verweerder het voor hem </para>
        <para>centraal, denk- of reflectieproces over het hoofd ziet, omdat de gehoorambtenaar de vragen </para>
        <para>aan eiser hierover op veel verschillende momenten tijdens het gehoor stelt en de antwoorden </para>
        <para>van eiser dus op allerlei plekken over het gehoor verspreid staan genoteerd. Dit denk- en </para>
        <para>reflectieproces van eiser is dan ook minder makkelijk zichtbaar voor verweerder bij de </para>
        <para>lezing van het verslag van het aanvullend gehoor. Dat betekent echter niet dat eiser daarover </para>
        <para>summier heeft verklaard. Ook heeft eiser later in het aanvullend gehoor desgevraagd </para>
        <para>gedetailleerd verklaard over de voor hem positieve en minder positieve </para>
        <para>karaktereigenschappen van zijn partners. In dit verband benadrukt eiser dat hij in Nederland </para>
        <para>voor zijn huidige relatie met [partner] , één eerdere relatie heeft gehad in de afgelopen jaren </para>
        <para>tijdens de lopende asielprocedure in Nederland, namelijk met [ex-partner 1] . Zowel [partner] als [ex-partner 1] </para>
        <para>hebben een verklaring overgelegd en verweerder heeft daar ten onrechte geen waarde aan </para>
        <para>gehecht.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling rechtbank </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verweerder Werkinstructie 2019/17 (de Werkinstructie) </para>
        <para>heeft gehanteerd bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers asielaanvraag. Bij </para>
        <para>deze werkinstructie speelt het persoonlijke verhaal van de vreemdeling een doorslaggevende </para>
        <para>rol, waaronder het proces van ontdekking van de gerichtheid en de manier waarop de </para>
        <para>vreemdeling daarmee zegt te zijn omgegaan. Van de vreemdeling mag doorgaans worden </para>
        <para>verwacht dat hij kan verklaren over wat zijn seksuele gerichtheid voor hem en zijn </para>
        <para>omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor LHBTI-ers in zijn land van herkomst en </para>
        <para>hoe zijn ervaringen, ook volgens zijn asielrelaas, in het algemene beeld passen. Uiteraard, </para>
        <para>zo vermeldt de Werkinstructie, blijft het van belang om in de vraagstelling en de </para>
        <para>beoordeling rekening te houden met de persoonlijkheid en achtergrond van de vreemdeling. </para>
        <para>Elke vreemdeling heeft immers een eigen referentiekader op basis van opleiding, culturele </para>
        <para>achtergrond, levensfase. Het onderzoek naar en de beoordeling van de geloofwaardigheid </para>
        <para>van het LHBTI-zijn is dan ook, zoals de Werkinstructie vooropstelt, niet eenvoudig.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het is op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 aan eiser om zijn </para>
        <para>gestelde seksuele gerichtheid aannemelijk te maken. Naar het oordeel van de rechtbank </para>
        <para>heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiser hier niet in is geslaagd en overweegt </para>
        <para>daartoe als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ontdekking homoseksuele gevoelens </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser algemeen en oppervlakkig </para>
        <para>heeft verklaard over de ontdekking van zijn seksuele gerichtheid. Volgens verweerder mag </para>
        <para>van eiser worden verwacht dat hij kan beschrijven hoe hij er achter is gekomen dat hij </para>
        <para>homoseksuele gevoelens heeft. Eiser is hier volgens verweerder slechts deels in geslaagd. </para>
        <para>Verweerder stelt zich hierbij op het standpunt dat het relaas van eiser op dit punt redelijk </para>
        <para>authentiek overkomt maar dat in dit kader een stuk persoonlijke beleving ontbreekt en </para>
        <para>onvoldoende sprake is van een denk- of reflectieproces.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het verslag van het aanvullend gehoor onder meer </para>
        <para>blijkt dat eiser heeft verklaard dat hij ongeveer dertien of veertien jaar oud was toen hij </para>
        <para>erachter kwam dat hij homoseksueel was. Hij heeft dit toen aan niemand verteld, omdat hij </para>
        <para>in een groot gezin is grootgebracht waarin dit niet werd getolereerd. Ook in de Oekraïense </para>
        <para>samenleving wordt dit niet geaccepteerd<footnote-ref linkend="_8f51521b-20f8-47dc-a44c-9085a8e6e825" />. Eiser weet niet of er iets gebeurde waardoor hij </para>
        <para>anders is gaan denken. Tijdens zijn schooltijd, toen eiser veertien jaar was, had hij bij een </para>
        <para>medische controle de neiging om van andere jongens het geslachtsorgaan aan te raken. Eiser </para>
        <para>wist toen nog niet wat hij met dit gevoel wilde en was de enige in zijn omgeving die zich zo </para>
        <para>voelde.<footnote-ref linkend="_64fed97c-525c-4b89-9c87-17b04314c0e7" /> Verder heeft eiser op de vraag “U ontdekte dan dat u op mannen viel terwijl u niet </para>
        <para>eens wist van deze mogelijkheid. Hoe ging dat of hoe voelde u zich daarbij?” geantwoord: </para>
        <para>“Toen ik dat gevoel kreeg, toen ik voelde dat ik een jongen wilde aanraken, sindsdien ging </para>
        <para>ik daar mij meer in verdiepen. Op de vraag “Hoe bedoelt u dat verdiepen?” heeft eiser </para>
        <para>geantwoord “Ik ging lezen en ik heb informatie gevonden dat zulke mensen echt bestaan.”<footnote-ref linkend="_86ce0299-248a-4a6c-a54b-1ef630eff0ce" /></para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eisers </para>
        <para>verklaringen – in onderlinge samenhang bezien – onvoldoende blijk geven van zijn denk- en </para>
        <para>reflectieproces. De rechtbank volgt eiser in zoverre in zijn betoog dat dit denk- en </para>
        <para>reflectieproces niet valt of staat met één gebeurtenis. Blijkens eisers verklaringen heeft dit </para>
        <para>plaatsgevonden gedurende zijn latere levensloop en staat zijn doorgemaakte proces </para>
        <para>verspreid in het verslag van het aanvullend gehoor. Verweerder heeft dan ook onvoldoende </para>
        <para>gemotiveerd uiteengezet dat eiser over de ontdekking van zijn seksuele gerichtheid </para>
        <para>oppervlakkig en algemeen heeft verklaard.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Periode na de ontdekking en [ex-partner 2] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft zich verder op het standpunt gesteld dat eiser ook ten aanzien van </para>
        <para>de periode nadat hij ontdekte dat hij homoseksueel was en over zijn eerste homoseksuele </para>
        <para>relatie met [ex-partner 2] summier heeft verklaard. Eiser kan volgens verweerder niet duidelijk </para>
        <para>maken wat hij in de tussenliggende periode heeft gedaan met zijn homoseksuele gevoelens.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het verslag van het aanvullend gehoor blijkt dat eiser heeft verklaard dat hij </para>
        <para>vanaf zijn ontdekking van zijn homoseksualiteit geen mogelijkheid had om in contact te </para>
        <para>komen met andere jongens. Dit was voor eiser een moeilijke periode, want hij kon zijn </para>
        <para>gevoelens met niemand delen en was aan zijn lot overgelaten<footnote-ref linkend="_b46d9924-6e98-4dbf-a36f-d88383763df9" />. Eiser heeft ook verklaard dat </para>
        <para>hij niet wist hoe hij zich moest voelen of gedragen, omdat alle mensen in eisers omgeving </para>
        <para>radicaal tegen homoseksualiteit waren. Eiser heeft zijn homoseksualiteit daarom aan niemand verteld. Daarbij heeft eiser verklaard dat hij zich toen heeft afgesloten van de rest </para>
        <para>en dat dit voor hem makkelijk was, omdat hij van nature een zeer introvert persoon is. Het </para>
        <para>kostte hem niet veel moeite om zich af te sluiten<footnote-ref linkend="_b152a2d7-909b-4309-baaa-74d985be780d" />. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij </para>
        <para>tijdens deze periode vooral eenzaamheid ervoer, in die periode geen echte vrienden had en </para>
        <para>heeft overwogen om in een klooster te gaan omdat zijn omgeving dan geen vragen meer zou </para>
        <para>stellen over waarom hij nog geen gezin had<footnote-ref linkend="_90e2bfaa-ca0f-4495-b6cb-83ca0830bc27" />. Eiser heeft verder verklaard dat hij continu </para>
        <para>werd bevraagd over het feit waarom hij geen vriendin had, waarom hij niet getrouwd was en </para>
        <para>dat hij in die periode leed aan een depressie. Eiser heeft ook verklaard dat hij zich bezig </para>
        <para>hield met verschillende dingen zoals houtbewerking en lezen om niet over zijn </para>
        <para>homoseksualiteit na te denken in die periode<footnote-ref linkend="_cd71aeed-273f-4b6c-8b13-12f44d92598f" />. Uit de verklaringen van eiser kan worden </para>
        <para>opgemaakt wat hij dacht, hoe hij zich voelde en zich heeft geuit nadat hij achter zijn </para>
        <para>homoseksuele geaardheid was gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft </para>
        <para>verweerder, gelet op eisers verklaringen – in onderlinge samenhang bezien – dan ook </para>
        <para>onvoldoende gemotiveerd uiteengezet dat eiser over de periode na de ontdekking van zijn </para>
        <para>geaardheid summier heeft verklaard.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft zich verder op het standpunt gesteld dat van een persoon die zijn </para>
        <para>eerste relatie heeft gehad in een land als Oekraïne, waar homoseksualiteit nogal gevoelig </para>
        <para>ligt, mag worden verwacht dat hij uitgebreid en gedetailleerd kan verklaren. De rechtbank </para>
        <para>overweegt als volgt.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het verslag van het aanvullend gehoor blijkt dat eiser heeft verklaard dat hij en </para>
        <para>
          [ex-partner 2] een paar maanden contact met elkaar hadden via internet voordat zij elkaar </para>
        <para>ontmoetten en dat zij heel veel dingen met elkaar bespraken. Volgens eiser vertelde [ex-partner 2] </para>
        <para>veel over zijn gezin en waar hij vandaan kwam. Daarnaast heeft eiser verklaard dat [ex-partner 2] </para>
        <para>hem had uitgenodigd om naar Kiev te komen en zij daarna een gayclub hebben bezocht. </para>
        <para>Eiser heeft de naam van de gayclub genoemd, namelijk [naam gayclub] , en verklaard dat dit één </para>
        <para>van de gelukkigste periodes van zijn leven was<footnote-ref linkend="_9708a24e-94f9-452d-8ffd-695bcf48c656" />. Eiser heeft [ex-partner 2] beschreven als een </para>
        <para>zeer vrolijk persoon die veel grapjes maakte en hij heeft verklaard dat hij verliefd op hem </para>
        <para>was. De fysieke relatie was echter van korte duur en zij hebben voornamelijk via internet </para>
        <para>gecommuniceerd. Op de vraag wat eiser aantrok aan [ex-partner 2] heeft eiser verklaard dat een </para>
        <para>van de aantrekkingspunten was dat dit zijn eerste homoseksuele contact zou zijn en dat </para>
        <para>
          [ex-partner 2] een vrolijke en leuke man was<footnote-ref linkend="_1601a095-71b3-412f-9d73-01aa40babd97" />. Hoewel verweerder kan worden gevolgd in de </para>
        <para>stelling dat eiser over zijn aantrekking tot [ex-partner 2] enigszins oppervlakkig heeft verklaard, </para>
        <para>heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd, met name gelet op het tijdsverloop van de </para>
        <para>relatie, dat eisers relaas op dit punt ongeloofwaardig is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Getuigenverklaringen  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>9. Eiser heeft in beroep twee verklaringen overgelegd; één van de heer [naam 1] – </para>
      <parablock>
        <para>eisers gestelde ex partner en één van de heer [naam 2] – eisers gestelde huidige partner. Op </para>
        <para>de zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden uitgegaan van </para>
        <para>de objectiviteit van de getuigenverklaringen. Anders dan verweerder, is de rechtbank echter </para>
        <para>van oordeel dat het enkele feit dat een verklaring van een niet objectieve bron afkomstig zou </para>
        <para>zijn, niet direct betekent dat die verklaring alle betekenis kan worden ontzegd. Verweerder </para>
        <para>heeft verder gesteld dat eiser niet geloofwaardig over zijn geaardheid heeft verklaard en dat </para>
        <para>de verklaringen van de getuigen daar niet aan af kan doen. De rechtbank overweegt dat in de </para>
        <para>Werkinstructie is vermeld dat ‘verweerder altijd ingebrachte informatie van derden weegt, </para>
        <para>maar dat het gewicht dat hieraan wordt toegekend afhankelijk is van de individuele casus’. </para>
        <para>Uit verweerders standpunt op de zitting is voor de rechtbank onvoldoende gebleken dat </para>
        <para>verweerder de inhoud van de verklaringen heeft betrokken in zijn besluitvorming. Dat </para>
        <para>strookt echter niet met de opdracht aan verweerder blijkens de Werkinstructie. Eisers </para>
        <para>beroepsgrond slaagt dan ook. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Veilig land van herkomst </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>10. De rechtbank stelt verder vast dat Oekraïne, met uitzondering van de gebieden die </para>
      <parablock>
        <para>niet onder de effectieve controle van de centrale autoriteiten staan, in het algemeen een </para>
        <para>veilig land van herkomst is. Er moet daarom vanuit worden gegaan dat de autoriteiten </para>
        <para>bescherming bieden tegen vervolging en behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. </para>
        <para>De rechtbank verwijst in dit kader naar de uitspraken van de Afdeling van  </para>
        <para>20 februari 2020<footnote-ref linkend="_a46627e2-0a71-49ce-832e-07911588fc6f" /> . Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat het vragen van </para>
        <para>bescherming bij eventuele problemen voor hem gevaarlijk of bij voorbaat zinloos is. Op de </para>
        <para>zitting heeft verweerder erkend dat in verweerders besluitvorming geen standpunt is </para>
        <para>ingenomen voor wat betreft de vraag of Oekraïne een veilig land van herkomst is voor eiser. </para>
        <para>Dit levert dan ook een motiveringsgebrek in verweerders besluitvorming op.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>11. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder de verklaringen </para>
      <parablock>
        <para>van eiser zoals die zijn afgelegd tijdens het aanvullende gehoor en de door eiser overgelegde </para>
        <para>schriftelijke verklaringen onvoldoende kenbaar heeft betrokken in zijn besluitvorming en </para>
        <para>daarmee onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser zijn gestelde geaardheid niet aannemelijk </para>
        <para>heeft gemaakt. Daarnaast heeft verweerder zich in de besluitvorming niet uitgelaten over de </para>
        <para>vraag of Oekraïne voor eiser een veilig land van herkomst is. Hierdoor is sprake van een </para>
        <para>zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. Het bestreden besluit is daarom genomen in strijd </para>
        <para>met het bepaalde in artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>12. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze </para>
      <parablock>
        <para>kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door </para>
        <para>een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068,- (1 punt voor het indienen </para>
        <para>van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van </para>
        <para>€ 534,- en een wegingsfactor 1).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond; </para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit; </para>
    <para>- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van bekendmaking van deze </para>
    <para>	uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak; </para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.068,-. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van  </para>
      <para>mr. T.J.M. Schilder, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 20 april 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>A.K. Mireku T.J.M. Schilder</title>
    <para>Rechter					</para>
    <para>		Griffier</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling </para>
      <para>bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6a443bb1-7133-4f43-b017-a628fb095381" label="1">
    <para> AWB 16/21442.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6fa89fd5-bea8-44a5-ac66-9c514358551a" label="2">
    <para> 201702674/1/V2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ec0a236-9b94-46fe-b52e-15079d6c42e3" label="3">
    <para> Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals </para>
    <para>gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d667fc6a-c3cc-4bd0-ab61-afd22cda52c0" label="4">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f51521b-20f8-47dc-a44c-9085a8e6e825" label="5">
    <para> Pagina drie van het aanvullend gehoor.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_64fed97c-525c-4b89-9c87-17b04314c0e7" label="6">
    <para> Pagina vier van het aanvullend gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_86ce0299-248a-4a6c-a54b-1ef630eff0ce" label="7">
    <para> Pagina vijftien van het aanvullend gehoor.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b46d9924-6e98-4dbf-a36f-d88383763df9" label="8">
    <para> Pagina vier aanvullend gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b152a2d7-909b-4309-baaa-74d985be780d" label="9">
    <para> Pagina vijf aanvullend gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90e2bfaa-ca0f-4495-b6cb-83ca0830bc27" label="10">
    <para> Pagina vijf en zes aanvullend gehoor. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cd71aeed-273f-4b6c-8b13-12f44d92598f" label="11">
    <para> Pagina elf en dertien aanvullend gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9708a24e-94f9-452d-8ffd-695bcf48c656" label="12">
    <para> Pagina acht en negen van het aanvullend gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1601a095-71b3-412f-9d73-01aa40babd97" label="13">
    <para> Pagina twaalf van het aanvullend gehoor.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a46627e2-0a71-49ce-832e-07911588fc6f" label="14">
    <para> ECLI:NL:RVS:2020:550.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>