<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:10561</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-28T10:12:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.11413</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:10561">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:10561</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-28T09:45:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:10561 Rechtbank Den Haag , 23-09-2021 / NL20.11413</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:10561:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep niet tijdig, bestuurlijke dwangsom, ingebrekestelling, overmacht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:10561:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.11413</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1], eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>mede namens haar minderjarige kind <emphasis role="bold">[naam 2]</emphasis></para>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 mei 2020 heeft eiseres beroep ingesteld in verband met het niet tijdig nemen van een beslissing op haar asielaanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 juli 2020 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist en de hoogte van de aan eiseres verschuldigde bestuurlijke dwangsom vastgesteld op € 69. Het beroep richt zich ingevolge artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mede tegen het alsnog genomen besluit, tenzij dit volledig tegemoetkomt aan het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bericht van 29 juli 2020 heeft eiseres meegedeeld zich niet te kunnen verenigen met de vastgestelde hoogte van de bestuurlijke dwangsom. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is beroep mogelijk tegen het niet tijdig nemen van een besluit zodra het bestuursorgaan in gebreke is en twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.</para>
    <para />
    <para>2. Omdat alsnog een besluit is genomen op de asielaanvraag, heeft eiseres geen belang meer bij de beoordeling van  het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de aanvraag. Het beroep is in zoverre niet-ontvankelijk. <?linebreak?></para>
    <para>3. Gelet op artikel 4:19, eerste lid, van de Awb heeft het beroep mede betrekking op de beschikking tot het vaststellen van de hoogte van de bestuurlijke dwangsom, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist. Op grond van artikel 4:17 van de Awb verbeurt het bestuursorgaan deze dwangsom indien het in gebreke is en daarna twee weken zijn verstreken nadat het schriftelijk in gebreke is gesteld.</para>
    <para />
    <para>4. Eiseres heeft op 2 september 2019 een asielaanvraag ingediend. De rechtbank , zittingsplaats Roermond, heeft in haar uitspraak van 8 mei 2020<footnote-ref linkend="_87ad0bc9-0abd-4b32-8aea-b144ba90da71" /> overwogen dat gelet op artikel 42, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de termijn waarbinnen verweerder uiterlijk een beslissing had moeten nemen op de aanvraag van eiseres op 6 mei 2020 is verstreken. De door eiseres verzonden ingebrekestelling van 10 maart 2020 was daarom prematuur.  </para>
    <para />
    <para>5. Eiseres heeft op 8 mei 2020 verweerder opnieuw in gebreke gesteld. </para>
    <para />
    <para>6. Als vaststaand geldt inmiddels dat verweerder van 16 maart 2020 tot 16 mei 2020 vanwege overmacht niet in staat was om asielgehoren af te nemen en als gevolg daarvan niet kon beslissen in de daardoor geraakte procedures<footnote-ref linkend="_ebdda626-ca2c-48db-93d4-9516b8998d37" />. </para>
    <para />
    <para>7. Overmacht schort op grond van artikel 4:15, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb de termijn voor het nemen van een besluit zelfstandig op zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is dat besluit te nemen.  </para>
    <para />
    <para>8. De overmacht is ingetreden toen de (initiële) termijn voor het nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser nog niet was verstreken en heeft de termijn voor het nemen van een besluit opgeschort tot 16 mei 2020. Eiseres heeft de ingebrekestelling op 8 mei 2020 dus te vroeg verstuurd. Van een geldige ingebrekestelling nadien is niet gebleken. Verweerder is daarom geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd aan eiseres. </para>
    <para>Het beroep is in zoverre dan ook ongegrond.</para>
    <para />
    <para>9. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond, voor zover het ziet op de verschuldigdheid van bestuurlijke dwangsommen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin </para>
      <para>u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit </para>
      <para>verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet </para>
      <para>deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, </para>
      <para>kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.  </para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_87ad0bc9-0abd-4b32-8aea-b144ba90da71" label="1">
    <para> NL20.7803</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ebdda626-ca2c-48db-93d4-9516b8998d37" label="2">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2949</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>