<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:10506</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-27T10:09:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.2690 en NL21.2691</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:10506">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:10506</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-27T10:00:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:10506 Rechtbank Den Haag , 12-03-2021 / NL21.2690 en NL21.2691</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:10506:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel. Nigeria, Liberia of Ghana? Verweerder heeft terecht het standpunt ingenomen dat eiser kennelijk tegenstrijdig heeft verklaard over zijn geboorteland, zijn eigen nationaliteit en de nationaliteit van zijn ouders. Ook heeft eiser summier verklaard over zijn herkomst. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:10506:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL21.2690 (beroep) en NL21.2691 (voorlopige voorziening)</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">voorzieningenrechter in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold" />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        [V-Nummer] </para>
      <para>(gemachtigde: mr. W.M. Blaauw),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. Oba).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 21 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verder heeft hij verzocht om een </para>
      <para>voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek op de zitting van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter (hierna: </para>
      <para>de rechtbank) heeft plaatsgevonden op 8 maart 2021. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met </para>
      <para>bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn </para>
      <para>gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaken op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk </para>
      <para>uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de zaak met nummer NL21.2690: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de zaak met nummer NL21.2691: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. </para>
    <para />
    <para>2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1982 en stelt in deze asielprocedure dat hij de </para>
    <para>Liberiaanse nationaliteit heeft en dat hij is opgegroeid in de stad Lagos in Nigeria. </para>
    <para />
    <para>3. In het bestreden besluit heeft verweerder eisers gestelde nationaliteit en herkomst </para>
    <parablock>
      <para>niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft geen documenten overgelegd om zijn nationaliteit en </para>
      <para>herkomst aan te tonen. Verder blijkt de informatie die eiser heeft gegeven over zijn </para>
      <para>nationaliteit en herkomst tegenstrijdig te zijn. Eiser heeft namelijk in vier verschillende </para>
      <para>gesprekken met ambtenaren van de AVIM en gehoorambtenaren van verweerder </para>
      <para>verschillend verklaard over zijn geboorteland, zijn eigen nationaliteit en de nationaliteit van </para>
      <para>zijn ouders. Daarnaast heeft eiser eenvoudige vragen over zijn gestelde directe </para>
      <para>leefomgeving in Lagos en over Nigeria in het algemeen bijna niet kunnen beantwoorden. </para>
      <para>Verweerder heeft daarom eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond </para>
      <para>van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw<footnote-ref linkend="_a3d086b8-e4f6-4ade-8b21-adabc3cbb09c" />. Verweerder heeft eisers </para>
      <para>gestelde problemen daarom ook niet verder besproken. Ook heeft verweerder eisers </para>
      <para>asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, </para>
      <para>aanhef en onder h, van de Vw, omdat eiser in mei 2015 Nederland is binnengekomen en pas </para>
      <para>op 17 december 2020 vanuit de bewaring een asielaanvraag heeft ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Op de zitting heeft de gemachtigde van verweerder de kennelijk </para>
    <parablock>
      <para>ongegrondverklaring van eisers asielaanvraag op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en </para>
      <para>onder h, van de Vw ingetrokken. De rechtbank zal daarom alleen beoordelen of verweerder </para>
      <para>eisers asielaanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel </para>
      <para>30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers gestelde nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig heeft hoeven achten. Met verweerder acht de rechtbank hierbij relevant dat eiser geen documenten heeft overgelegd om zijn nationaliteit en herkomst aannemelijk te maken. Dit heeft eiser ook niet alsnog wel gedaan met zijn verklaringen. Verweerder heeft terecht het standpunt ingenomen dat eiser kennelijk tegenstrijdig heeft verklaard over zijn geboorteland, zijn eigen nationaliteit en de nationaliteit van zijn ouders. Ook heeft eiser summier verklaard over zijn herkomst.  </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Tijdens zijn aanhouding door de AVIM op 7 oktober 2015 heeft eiser eerst </para>
        <para>verklaard dat hij is geboren in Oeganda en dat hij de Oegandese nationaliteit heeft. In het </para>
        <para>proces-verbaal van de AVIM van 7 oktober 2015 ziet de rechtbank overigens vermeld staan </para>
        <para>dat eiser in Ghana is geboren en dat hij de Ghanese nationaliteit heeft. De rechtbank heeft de </para>
        <para>gemachtigde van verweerder op de zitting gevraagd waar deze vermelding vandaan komt. </para>
        <para>De gemachtigde van verweerder kon dat niet duiden. Hieraan hecht de rechtbank in dit </para>
        <para>geval geen waarde, omdat eiser zelf bij de AVIM heeft verklaard dat hij is geboren in </para>
        <para>Oeganda en dat hij de Oegandese nationaliteit heeft. Eiser heeft vervolgens tijdens zijn </para>
        <para>verhoor op 15 november 2020, een dag na zijn tweede aanhouding in Nederland, tegenover </para>
        <para>de AVIM verklaard dat hij niet weet wat zijn nationaliteit is, dat zijn vader een burger van </para>
        <para>Nigeria is en dat zijn moeder de Ghanese nationaliteit heeft.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Daarentegen heeft eiser tijdens het aanmeldgehoor op 4 januari 2021 verklaard dat </para>
        <para>hij is geboren in Liberia, dat hij de Liberiaanse nationaliteit heeft, dat zijn vader de </para>
        <para>Liberiaanse nationaliteit heeft en dat hij niet weet wat de nationaliteit van zijn moeder is. En </para>
        <para>tijdens het nader gehoor op 11 januari 2021 heeft eiser vervolgens verklaard dat hij niet </para>
        <para>weet in welk land hij is geboren, dat hij de Liberiaanse nationaliteit heeft en dat zijn vader </para>
        <para>ook de Liberiaanse nationaliteit heeft.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte heeft eiser weinig kunnen vertellen over de stad Lagos, de plek waar hij </para>
        <para>stelt opgegroeid te zijn. Eenvoudige vragen die gebaseerd zijn op waarneming, over zijn </para>
        <para>directe leefomgeving in Lagos en Nigeria in het algemeen weet eiser niet of verkeerd te </para>
        <para>beantwoorden. Verweerder heeft van eiser mogen verwachten dat hij hierover meer kon </para>
        <para>verklaren, juist omdat hij heeft verklaard dat hij 30 jaar in Nigeria heeft gewoond.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiser heeft in beroep geen uitleg gegeven voor zowel zijn tegenstrijdige </para>
        <para>verklaringen over zijn geboorteland, zijn nationaliteit en de nationaliteit van zijn ouders als </para>
        <para>voor zijn summiere verklaringen over zijn herkomst. Eiser is ook niet op zitting verschenen </para>
        <para>om dit alsnog te doen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. Omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt waar hij vandaan komt, heeft </para>
      <parablock>
        <para>verweerder op goede gronden de bespreking van de rest van eisers asielrelaas achterwege </para>
        <para>gelaten. Hierbij verwijst de rechtbank naar vaste rechtspraak van de Afdeling </para>
        <para>bestuursrechtspraak van de Raad van State<footnote-ref linkend="_8fa2614c-4b20-41d5-98a7-8fbb13208181" />.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>8. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht eisers asielaanvraag afgewezen </para>
      <parablock>
        <para>als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de </para>
        <para>Vw. Het beroep is daarom ongegrond. Omdat op het beroep is beslist, heeft eiser geen </para>
        <para>belang meer bij een beoordeling op zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Dat </para>
        <para>verzoek wordt daarom afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen </para>
        <para>aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid </para>
        <para>van mr. R.S.H.M. Hussien, griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op 12 maart 2021</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Mr. A.K. Mireku R.S.H.M. Hussien</title>
    <para>Rechter						</para>
    <para>Griffier</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan, voor zover daarbij is beslist op het beroep, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
      <para>Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a3d086b8-e4f6-4ade-8b21-adabc3cbb09c" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8fa2614c-4b20-41d5-98a7-8fbb13208181" label="2">
    <para> ECLI:NL:RVS:2014:2896.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>