<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:10051</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-16T11:28:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 7490</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:10051">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:10051</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-16T11:27:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:10051 Rechtbank Den Haag , 15-07-2021 / AWB - 20 _ 7490</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:10051:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek vernietiging dossier bij Veilig Thuis. Verweerster is een zelfstandige stichting en niet met openbaar gezag bekleed, geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 van de Awb. Brief is geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:10051:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR  20/7490 BESLU</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] en</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser]
      </emphasis>, te [wijk] ( [woonplaats] ), eisers,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de stichting Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, verweerster</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.B. Volp).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 29 juli 2020 heeft eiseres verweerster onder meer verzocht om verwijdering van haar gegevens en gegevens van haar huisgenoten inclusief partner uit de systemen van verweerder en bij ketenpartners waar de hulpvraag mee is besproken, zoals het wijkteam [wijk] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 17 september 2020 heeft verweerster het verzoek om vernietiging van dossier met nummer [nummer] afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben op 24 oktober 2020 bij de rechtbank Rotterdam beroep ingesteld tegen de brief van 17 september 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tevens bij brief van 28 oktober 2020 bezwaar gemaakt tegen de brief van </para>
      <para>17 september 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 november 2020 heeft de rechtbank Rotterdam het beroep van eisers verwezen naar deze rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 14 januari 2021 heeft verweerster de rechtbank een afschrift van de brief aan eisers van 11 december 2020 gezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.      	Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting niet nodig is, omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt daartoe het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Volgens artikel 1:1, eerste lid, van de Awb wordt onder een bestuursorgaan wordt verstaan:</para>
      <para>a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of</para>
      <para>b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 4.1.1., eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) draagt het college zorg voor de inrichting van een Veilig Thuis-organisatie. Artikel 2.6.1 is van overeenkomstige toepassing.</para>
        <para>In artikel 4.1.1., tweede en derde lid, van de Wmo 2015 is bepaald welke taken Veilig Thuis uitoefent.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In artikel 2.6.1., eerste lid, van de Wmo 2015 is bepaald dat de colleges met elkaar samenwerken, indien dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wet aangewezen is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 5.3.5. van de Wmo 2015 is Veilig Thuis bevoegd tot het nemen van een besluit op een aanvraag tot vernietiging van een dossiers.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In artikel 2, eerste lid, van Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR)<footnote-ref linkend="_18e76497-b8ff-424b-83ee-932d9b7974bc" /> is bepaald dat er een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond is. Het is gevestigd in Rotterdam.</para>
        <para>Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de GRJR bestaat er een samenwerkingsverband tussen vijftien gemeenten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Verweerster heeft eisers bij brief van 11 december 2020 op voorhand en in afwachting van een uitspraak van deze rechtbank meegedeeld dat zij is opgericht als stichting en geen bevoegdheden uitoefent namens of in de hoedanigheid van een bestuursorgaan. Verweerster stelt zich op het standpunt dat de bestuursrechter onbevoegd is in deze zaak en dat eisers zich moeten wenden tot de civiele rechter.</para>
      <para />
      <para>4. De rechtbank overweegt dat verweerster geen orgaan is van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond en dat niet is gebleken dat verweerster is ondergebracht bij een GGD. Verweerster is een zelfstandige stichting. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerster een privaatrechtelijke rechtspersoon en geen  krachtens publiekrecht ingesteld orgaan van een rechtspersoon, als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb. De rechtbank verwijst ter vergelijking naar de rechtspraak genoemd in voetnoot 2.<footnote-ref linkend="_547f7226-af0e-4d8e-929c-a9f0341f27e6" /></para>
      <para />
      <para>5. De rechtbank zal thans beoordelen of verweerster een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb is. Daarvoor is bepalend of aan dat orgaan een publiekrechtelijke bevoegdheid tot het eenzijdig bepalen van de rechtspositie van andere rechtssubjecten is toegekend. Openbaar gezag kan in beginsel slechts bij wettelijk voorschrift worden toegekend. Als een daartoe strekkend wettelijk voorschrift ontbreekt, is een orgaan van een privaatrechtelijke rechtspersoon in beginsel geen bestuursorgaan. Bij organen van privaatrechtelijke rechtspersonen die geldelijke uitkeringen of op geld waardeerbare voorzieningen aan derden verstrekken, kan zich evenwel een uitzondering op deze regel voordoen, waardoor die organen toch bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb zijn.</para>
      <para />
      <para>6. Gelet op de taken, zoals die zijn bepaald in artikel 4.1.1. van de Wmo 2015, is verweerster naar het oordeel van de rechtbank niet met enig openbaar gezag bekleed, zodat verweerster evenmin een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb is. Dit betekent dat de brief van verweerster van 17 september 2020 niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Tegen deze beslissing van verweerster staat dan ook geen (bezwaar en) beroep open. Voor zover eisers menen dat verweerster onzorgvuldig dan wel onrechtmatig heeft gehandeld, kunnen zij zich tot de civiele rechter wenden.</para>
      <para />
      <para>7. De rechtbank verklaart zich onbevoegd.</para>
      <para />
      <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2021.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_18e76497-b8ff-424b-83ee-932d9b7974bc" label="1">
    <para>Gemeenteblad 2 maart 2018, nr. 44607</para>
  </footnote>
  <footnote id="_547f7226-af0e-4d8e-929c-a9f0341f27e6" label="2">
    <para> Uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 juli 2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:3272) en de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 22 oktober 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:5174)</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>